Art. 5 Auteurswet, De maker van het werk
1. Van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, hetwelk bestaat uit afzonderlijke werken van twee of meer personen, wordt, onverminderd het auteursrecht op ieder werk afzonderlijk, als de maker aangemerkt degene, onder wiens leiding en toezicht het gansche werk is tot stand gebracht, of bij gebreke van dien, degene, die de verschillende werken verzameld heeft.
2. Als inbreuk op het auteursrecht op het gansche werk wordt beschouwd het verveelvoudigen of openbaar maken van eenig daarin opgenomen afzonderlijk werk, waarop auteursrecht bestaat, door een ander dan den maker daarvan of diens rechtverkrijgenden.
3. Is zulk een afzonderlijk werk niet te voren openbaar gemaakt, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als inbreuk op het auteursrecht op het gansche werk beschouwd het verveelvoudigen of openbaar maken van dat afzonderlijk werk door den maker daarvan of diens rechtverkrijgenden, indien daarbij niet het werk vermeld wordt, waarvan het deel uitmaakt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. 's-Gravenhage 2 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AS8778
- Rb. Amsterdam 20 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9724
- Conclusie A-G Langemeijer 22 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW0393
- Rb. Leeuwarden 5 februari 2004, ECLI:NL:RBLEE:2004:AO6721
- Rb. Gelderland 17 mei 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:1367
- Rb. Amsterdam 19 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5170
- Rb. Amsterdam 30 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6563
- Rb. Amsterdam 4 september 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AE7317
- Conclusie A-G van Peursem 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1115
- Conclusie A-G Huydecoper 21 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5879
- HR 14 februari 1935, ECLI:NL:HR:1935:137
- Hof Den Haag 3 april 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:705
- Hof Arnhem 26 juli 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BR3119