Art. 16b Auteurswet, De beperkingen van het auteursrecht
1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de verveelvoudiging welke beperkt blijft tot enkele exemplaren en welke uitsluitend dient tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die zonder direct of indirect commercieel oogmerk de verveelvoudiging vervaardigt of tot het verveelvoudigen uitsluitend ten behoeve van zichzelf opdracht geeft.
2. Waar het geldt een dag-, nieuws- of weekblad of een tijdschrift of een boek of de partituur of de partijen van een muziekwerk en de in die werken opgenomen andere werken, blijft die verveelvoudiging bovendien beperkt tot een klein gedeelte van het werk, behalve indien het betreft:
a. werken, waarvan naar redelijkerwijs mag worden aangenomen geen nieuwe exemplaren tegen betaling, in welke vorm ook, aan derden ter beschikking zullen worden gesteld;
b. in een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen korte artikelen, berichten of andere stukken.
3. Waar het geldt een werk, als bedoeld bij artikel 10, eerste lid, onder 6°, moet de verveelvoudiging door haar grootte of door de werkwijze, volgens welke zij vervaardigd is, een duidelijk verschil vertonen met het oorspronkelijke werk.
4. Indien een ingevolge dit artikel toegelaten verveelvoudiging heeft plaatsgevonden, mogen de vervaardigde exemplaren niet zonder toestemming van de maker of zijn rechtverkrijgenden aan derden worden afgegeven, tenzij de afgifte geschiedt ten behoeve van een rechterlijke of bestuurlijke procedure.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor de verveelvoudiging, bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden een billijke vergoeding is verschuldigd. Daarbij kunnen nadere regelen worden gegeven en voorwaarden worden gesteld.
6. Dit artikel is niet van toepassing op het reproduceren, bedoeld in artikel 16c, noch op het nabouwen van bouwwerken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 23 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9312
- Hof Amsterdam 9 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2934
- Hof Den Haag 22 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2289
- Conclusie A-G Verkade 14 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:CA2788
- HR 17 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:712
- Rb. 's-Gravenhage 25 juni 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5690
- Rb. Oost-Brabant 24 april 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:2310
- Rb. Midden-Nederland 29 september 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:4464
- Rb. Leeuwarden 5 februari 2004, ECLI:NL:RBLEE:2004:AO6721
- Rb. Haarlem 12 mei 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AO9318
- Rb. Amsterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:394
- Rb. Amsterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:381
- Rb. Amsterdam 26 maart 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3727
- Rb. Amsterdam 4 september 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AE7317
- Rb. Amsterdam 9 augustus 2000, ECLI:NL:RBAMS:2000:AA6716
- Conclusie A-G van Peursem 27 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:956
- Conclusie A-G van Peursem 27 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:955
- Conclusie A-G Spronken 17 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:71
- Conclusie A-G Huydecoper 21 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW5879
- HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1074