Art. 40 PHW, Van particuliere banken van leening

Pandhuiswet 1910 (PHW)

De toelating van den houder van een bank van leening kan door Burgemeester en Wethouders worden ingetrokken:

1°. indien omstandigheden zich voordoen op grond waarvan, indien zij vroeger bekend of te duchten geweest waren, de toelating zou zijn geweigerd;

2°. indien blijkt, dat er binnen vijf jaren na de waarschuwing, bedoeld in art. 39, andermaal termen zouden zijn voor toepassing van dat artikel.