Art. 5 Fw, Van de faillietverklaring
1. De verzoeken, bedoeld in het vorige artikel en in de artikelen 5a, 8, 9, 10, 11, 15c, tweede lid, 42a, 67, 155, 166, 198, 206, 371, eerste lid, 376, eerste lid, 378, eerste lid, 379, eerste lid, en 383, eerste lid, worden ingediend door een advocaat.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een hoger beroep dat wordt ingesteld tegen een beschikking van de rechter-commissaris, houdende machtiging aan de curator tot opzegging van een arbeidsovereenkomst.
3. Verzoeken op de voet van de artikelen 46, 72, tweede lid, onder e, en 77, vierde lid, van de verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (PbEU 2015, L 141) worden ingediend door een advocaat.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473
- Rb. Noord-Nederland 8 februari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:381
- Hof 's-Hertogenbosch 3 maart 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:887
- Rb. Noord-Holland 15 juni 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:5533
- Rb. Noord-Holland 12 april 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:3175
- Hof 's-Gravenhage 12 februari 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2781
- Hof Den Haag 24 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4129
- Hof Arnhem-Leeuwarden 7 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:128
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 april 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6894
- Rb. Zutphen 9 juli 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BX4026
- Rb. 's-Gravenhage 28 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4441
- Rb. Rotterdam 4 november 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BG4767
- Rb. Overijssel 10 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5487
- Rb. Noord-Holland 27 januari 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:708
- Rb. Noord-Holland 16 april 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:3201
- Rb. Midden-Nederland 23 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1672
- Rb. Haarlem 11 december 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BG6621
- Rb. Den Haag 25 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18220
- Rb. Den Haag 25 februari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1450
- Rb. Amsterdam 8 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5709