Art. 359 Fw, Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
1. Indien de faillietverklaring van de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken of indien de schuldenaar ingevolge artikel 350, vijfde lid, in staat van faillissement komt te verkeren, gelden de volgende regelen:
a. handelingen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling door de bewindvoerder verricht, blijven geldend en verbindend;
b. boedelschulden, gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, gelden als boedelschulden in het faillissement;
c. nieuwe schulden, gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, niet zijnde boedelschulden, gelden als in het faillissement verifieerbare schulden.
d. in de schuldsaneringsregeling ingediende vorderingen gelden als ingediend in het faillissement;
e. rentevorderingen als bedoeld in artikel 303 moeten alsnog worden ingediend.
2. De curator oefent de bevoegdheid uit, in artikel 297, derde lid, aan de bewindvoerder toegekend.
3. Het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de artikelen 43 en 45 aanvangen, wordt berekend met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Leeuwarden 19 december 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BC0688
- Rb. Noord-Holland 3 maart 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:3315
- Rb. Haarlem 22 april 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2817
- Rb. Alkmaar 26 april 2001, ECLI:NL:RBALK:2001:AF0067
- Conclusie A-G de Bock 25 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:977
- Conclusie A-G Timmerman 24 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT6025
- Conclusie A-G Keus 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN8170