Rb. Haarlem 22 april 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2817

Schuldsanering en faillissement. Op gedaagde was bij dagvaarding de WSNP van toepasing. Lopende de procedure is gedaagde van rechtswege failliet verklaard. Het gedeelte van de vordering dat betrekking heeft op de periode voorafgaande aan de toelating van gedaagde tot de WSNP, kan ingevolge artikel 313 jº artikel 26 van de Faillissementswet (Fw) op geen andere wijze ingesteld worden dan door aanmelding ter verificatie. Artikel 359 lid 1 sub c Fw bepaalt dat, indien de schuldenaar ingevolge artikel 350 lid 5 Fw in staat van faillissement komt te verkeren, nieuwe schulden, gedurende de toepassing van de schuldsanering ontstaan, niet zijnde boedelschulden, gelden als in het faillissement verifieerbare schulden. Dit brengt mee dat ook het gedeelte van de vordering dat betrekking heeft op de periode ná de toepassing van de WSNP ingevolge artikel 26 Fw op geen andere wijze ingesteld kan worden dan door aanmelding ter verificatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen