Art. 311 Fw, De gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
1. De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder of de schuldenaar dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat de schuldenaar gedurende een in die beschikking vast te stellen periode bevoegd is ten behoeve van de boedel de uitoefening van zijn zelfstandig beroep of bedrijf voort te zetten. De rechter-commissaris kan een periode telkens verlengen en aan zijn beschikking voorwaarden verbinden.
2. Een beschikking als bedoeld in het eerste lid heeft tot gevolg dat de schuldenaar bevoegd is alle handelingen waartoe de bewindvoerder toestemming heeft gegeven en die voor de normale uitoefening van het beroep of bedrijf nodig zijn, te verrichten.
3. Vorderingen die voortvloeien uit een voortzetting van de uitoefening van het beroep of bedrijf waartoe de schuldenaar op grond van dit artikel bevoegd is, waaronder te begrijpen de verschuldigde huurpenningen, voorzover aan die voortzetting toe te rekenen, zijn boedelschulden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 19 mei 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BD6249
- Rb. 's-Gravenhage 7 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8929
- Rb. 's-Gravenhage 5 april 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AW7398
- Rb. Midden-Nederland 1 mei 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4075
- Rb. Leeuwarden 17 april 2002, ECLI:NL:RBLEE:2002:AE1671
- Rb. Den Haag 14 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:1698
- Rb. Assen 30 mei 2000, ECLI:NL:RBASS:2000:AF0163
- Hof 's-Hertogenbosch 28 april 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI4041
- Hof Leeuwarden 15 februari 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0826
- Hof Leeuwarden 27 april 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU2293