Art. 126 Fw, Van de verificatie der schuldvorderingen
1. Ook de gefailleerde is bevoegd, onder summiere opgaaf zijner gronden, tegen de toelating ener vordering, hetzij voor het geheel, hetzij voor een gedeelte, of tegen de erkenning van de beweerde voorrang, zich te verzetten. In dit geval geschiedt in het proces-verbaal aantekening van de betwisting en van haar gronden, zonder verwijzing van partijen naar de rechtbank, en zonder dat daardoor de erkenning der vordering in het faillissement wordt verhinderd.
2. Betwisting, waarvoor geen gronden worden opgegeven, of welke niet de gehele vordering omvat en toch niet uitdrukkelijk aanwijst, welk deel wordt erkend, en welk betwist, wordt niet als betwisting aangemerkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4558
- HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1294
- HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3464
- HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:589
- HR 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:759
- HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4559
- HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4555
- Hof 's-Hertogenbosch 6 december 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5410
- Conclusie A-G Lückers 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:85
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 september 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:7812
- Rb. Oost-Brabant 11 oktober 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5074
- Rb. Amsterdam 18 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9504
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 3 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:485
- Conclusie A-G Snijders 9 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1148
- Conclusie A-G van Peursem 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1516
- HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1067
- Rb. Zeeland-West-Brabant 6 maart 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1132
- Rb. 's-Hertogenbosch 14 november 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BY7562
- Rb. Rotterdam 31 oktober 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8691
- Rb. Midden-Nederland 16 november 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5964