Art. 74 Onteigeningswet, Over onteigening in geval van buitengewone omstandigheden
1. Zodra mogelijk na de onteigening, biedt degene die de onteigening bevolen heeft aan de onteigende gerechtelijk een schadevergoeding aan, of, als onder degene die de onteigening bevolen heeft, beslag op de schadeloosstelling is gelegd, consigneert die het bedrag dat zonder het beslag aan de beslagene had moeten worden uitbetaald volgens de Wet op de consignatie van gelden.
2. Indien dit aanbod of die consignatie niet binnen drie maanden is geschied, alsmede wanneer met het aangebodene of geconsigneerde geen genoegen wordt genomen, kan de schadevergoeding in regten door de onteigenden worden gevorderd.
3. In het eerste geval kan de Staat, de provincie, de gemeenten of het waterschap de bedoelde schadeloosstelling van hen, die de onteigening gelast hebben, persoonlijk terugvorderen, ten ware het verzuim buiten hunne schuld mogt hebben plaats gehad.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 21 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0756
- ABRvS 17 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1126
- ABRvS 15 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR7601
- Rb. Zutphen 19 januari 2004, ECLI:NL:RBZUT:2004:AR4959
- Rb. Maastricht 19 oktober 2004, ECLI:NL:RBMAA:2004:AS2061
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV9391
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV9378
- HR 12 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV9391
- HR 12 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV9378