Conclusie A-G Wesseling-van Gent 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV9378
Deltawet grote rivieren, onverwijlde inbezitneming van in dijkverbeteringsplannen aangewezen percelen; geschil tussen het waterschap en de perceeleigenaren over de rechtmachtigheid van de uitoefening van de bevoegdheid tot het geven van de lasten tot inbezitneming; toepasselijkheid van de algemene regeling van de rechtspraak inzake onteigeningen (titels I en III Ow), bevoegdheid van de burgerlijke rechter; ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen een vonnis waarbij aangaande de rechtmatigheid van inbezitnemingen en vergoeding van schade is beslist, wettelijke uitsluiting van hoger beroep als bedoeld in art. 332 lid 1 Rv., uitleg van art. 5 Dgr in verbinding met art. 52 lid 1 Ow., art. 6 lid 1 en 13 EVRM of art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 332 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 14 Gw
- Artikel 112 Gw
- Artikel 37 Onteigeningswet
- Artikel 52 Onteigeningswet
- Artikel 73 Onteigeningswet
- Artikel 74 Onteigeningswet
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 3:12 Awb
- Artikel 6:16 Awb
- Artikel 7:1 Awb
- Artikel 1 Dgr
- Artikel 2 Dgr
- Artikel 4 Dgr
- Artikel 5 Dgr
- Artikel 6 Dgr
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 13 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden