Art. 642g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Nadat de in artikel 642c, zesde lid, bedoelde verklaring is afgegeven bepaalt de rechter-commissaris, de vereffenaar gehoord hebbend, zo spoedig mogelijk de dag waarop uiterlijk de vorderingen op de schuldenaar, alsmede de betwistingen van diens beroep op beperking van zijn aansprakelijkheid hetzij ten aanzien van alle, hetzij ten aanzien van één of meer der schuldeisers bij de vereffenaar moeten worden ingediend.
2. De rechter-commissaris bepaalt, de vereffenaar gehoord hebbend, tevens de dag of de dagen met bepaling van tijd en plaats, waarop door hem zal worden overgegaan tot verificatie van de ingediende vorderingen en behandeling van betwistingen van het beroep op beperking van aansprakelijkheid. Deze dagen, tijden en plaatsen kunnen voor elk der fondsen alsmede voor één dezer fondsen verschillend zijn.
3. Tussen de in het eerste lid genoemde dag voor de indiening der vorderingen en het verrichten van betwistingen als in dat lid bedoeld en de dag der verificatiezitting of de zitting waarop deze betwistingen zullen worden behandeld, moeten tenminste acht weken verlopen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 26 oktober 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU4843
- Conclusie A-G Hartlief 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:205
- Rb. Rotterdam 9 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9174
- Rb. Rotterdam 20 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9830
- Rb. Rotterdam 18 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:3955
- Rb. Rotterdam 28 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9403
- Rb. Rotterdam 24 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5271
- Rb. Rotterdam 11 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4522
- Rb. Rotterdam 10 december 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14443
- Rb. Rotterdam 11 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12919
- Rb. Rotterdam 13 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2832
- Rb. Rotterdam 16 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2053
- Rb. Rotterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:11091
- Rb. Rotterdam 17 mei 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4166
- Rb. Rotterdam 4 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7003
- Conclusie A-G Hartlief 1 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:903