Rb. Rotterdam 28 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9403
Eindbeslissing in het verzet in de beperkingszaken van de Delfborg I en Delfborg II – verzoek om terug te komen van beslissingen – de rechtbank blijft bij het oordeel in de beschikking van 18 december 2025 in het verzet tegen de goedgekeurde staat van verdeling – er is geen rechtsregel die schuldeiser verbiedt om haar vordering wegens Zweedse proceskosten terug te nemen uit de beperkingsprocedure – terugname van een vordering uit de beperkingsprocedure is in beginsel mogelijk tot het moment waarop de staat van verdeling wordt vastgesteld – de omstandigheid dat de vordering is erkend belet niet dat de schuldeiser die vordering nadien uit de beperkingsprocedure terugneemt – de rechtbank oordeelt dat de vordering van schuldeiser wegens Zweedse proceskosten wordt verwijderd van de staat van verdeling en de rechtbank stelt de dienovereenkomstig aangepaste staat van verdeling vast
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 642g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 642i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 642o Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 642p Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 642u Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 642v Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 642w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 8:752 BW8