Art. 557a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van gedwongen ontruiming
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Tenzij zulks onverenigbaar zou zijn met het belang van degene op wiens vordering het bevel wordt gedaan, kan de rechter bepalen dat een vonnis, waarbij aan anderen dan aan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht de ontruiming wordt bevolen van een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, binnen een door hem te bepalen termijn niet ten uitvoer kan worden gelegd, onverminderd het recht van de eerstgenoemde op vergoeding van alle geleden of te lijden schade.
2. Tenzij zulks onverenigbaar zou zijn met het belang van degene op wiens vordering het bevel tot ontruiming wordt gedaan, bepaalt de rechter dat dit bevel niet ten uitvoer kan worden gelegd, totdat hij omtrent het al dan niet bepalen van een termijn als in het vorige lid bedoeld heeft beslist, na terzake inlichtingen te hebben ingewonnen bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de onroerende zaak zich bevindt. Hiertoe beveelt hij burgemeester en wethouders binnen een door hem te bepalen termijn hun schriftelijk bericht ter griffie in te leveren of op een door hem te bepalen zitting mondeling verslag te doen of door een door hen aangewezen ambtenaar te laten doen.
3. Desgevorderd kan de rechter bepalen dat een vonnis, waarbij aan anderen dan aan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht de ontruiming wordt bevolen van een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, tot een jaar na de dag waarop het vonnis wordt uitgesproken dan wel bekrachtigd, of, indien de rechter een termijn bepaalt als bedoeld in het eerste lid, tot een jaar na de dag waarop die datum verstrijkt, ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 25 juli 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2979
- Rb. Amsterdam 6 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:27
- Hof Leeuwarden 15 november 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BU4705
- Rb. 's-Gravenhage 8 januari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BK8654
- Rb. Rotterdam 30 augustus 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7340
- Rb. Rotterdam 26 mei 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI4869
- Rb. Oost-Brabant 30 juli 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:3613
- Rb. Noord-Nederland 12 maart 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1732
- Rb. Noord-Holland 29 januari 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:8105
- Rb. Midden-Nederland 9 december 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:5224
- Rb. Midden-Nederland 22 juni 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2351
- Rb. Midden-Nederland 20 juli 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3498
- Rb. Midden-Nederland 19 oktober 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:7816
- Rb. Den Haag 26 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4937
- Rb. Amsterdam 21 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6948
- Hof 's-Hertogenbosch 9 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1192
- Hof 's-Gravenhage 7 juli 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5267
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5754
- Hof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7994
- Hof Amsterdam 8 oktober 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2821