Rb. 's-Gravenhage 8 januari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BK8654
De gemeente Leiden heeft in een kort geding tegen de stichting Vrijplaats Koppenhinksteeg en negentien andere gedaagden de ontruiming gevorderd van de kraakpanden aan de Koppenhinksteeg en de Hooglandse Kerkgracht te Leiden, beter bekend als de Vrijplaats Koppenhinksteeg. De gemeente heeft de panden in verband met de voorgenomen herontwikkeling verkocht aan Atrium Vastgoedontwikkeling B.V. en wenst de panden daarom te ontruimen. In reconventie heeft de stichting Vrijplaats Koppenhinksteeg gevorderd dat de gemeente de uitvoering van deze koopovereenkomst zal opschorten. Zij is van mening dat de gemeente door het sluiten van de koopovereenkomst tegen een koopsom van € 150.000,-- een ontoelaatbare steunmaatregel aan Atrium heeft verstrekt. Twee gemeenteraadsleden van de SP hebben verzocht te mogen interveniëren in dit kort geding. De voorzieningenrechter heeft de interventie niet toegelaten, aangezien de raadsleden onvoldoende belang hebben om te kunnen tussenkomen of voegen. De voorzieningenrechter heeft in reconventie geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake is van begunstiging van Atrium en de vordering van de stichting Vrijplaats Koppenhinksteeg daarom afgewezen. De ontruimingsvordering van de gemeente in conventie is toegewezen. Het beroep op verjaring van de ontruimingsvordering is afgewezen. De gemeente heeft daarnaast voldoende aannemelijk gemaakt concrete plannen te hebben met de herontwikkeling van de Vrijplaats. Naar voorlopig oordeel weegt het belang van de gemeente om te kunnen beschikken over haar eigendom zwaarder dan het belang van de gebruikers bij het voortgezette gebruik van de Vrijplaats.
De uitspraak op rechtspraak.nl