Art. 538 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van opvordering door derden
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Treft het beslag een zaak die geheel of ten dele aan een ander toebehoort of waarop een recht van een ander rust dat de executant moet eerbiedigen, dan kan deze ander zich tegen verkoop waarbij zijn recht niet in acht wordt genomen, tot op het tijdstip van de verkoop verzetten.
2. De eiser die in het ongelijk wordt gesteld, zal, op vordering van de executant, zo daartoe gronden zijn, tot schadevergoeding worden veroordeeld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 7 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16560
- Rb. Utrecht 29 juni 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3505
- Rb. Rotterdam 18 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:2196
- Rb. Oost-Brabant 21 januari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:248
- Rb. Midden-Nederland 21 juni 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:3609
- Rb. Limburg 1 juni 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:4635
- Rb. Haarlem 15 oktober 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO3912
- Hof Amsterdam 16 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ7383