Rb. Oost-Brabant 21 januari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:248
Kort geding. Eiseres verzet zich als derde, op grond van het bepaalde in artikel 68, lid 5, jo artikel 538 Rv tegen de executie van een tussen gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1 gewezen vonnis en heeft daartoe op de voet van artikel 438 lid 5 Rv het onderhavige executiegeschil aanhangig gemaakt. Vordering tot opheffing executoriaal beslag op octrooirecht toegewezen. Voldoende aannemelijk is dat het octrooi in eigendom toebehoort aan eiseres en dat het beslag en de (dreigende) uitwinning van het octrooi door gedaagde sub 1 onrechtmatig is jegens eiseres. Niet aannemelijk is geworden dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 65 ROW voor een geldige overdracht van het octrooi aan eiseres en voldoende aannemelijk is dat gedaagde sub 1 wist van de overdracht van het octrooi aan eiseres, zodat de overdracht aan gedaagde sub 1 kan worden tegengeworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl