Art. 245 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Kosten
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Indien blijkt dat een partij niet bestaat, of dat zij niet rechtsgeldig in het geding is verschenen doordat een daartoe niet bevoegde voor haar is opgetreden of tot het voeren van een geding opdracht heeft gegeven, geschiedt een veroordeling in de kosten, wanneer daartoe aanleiding is, in plaats van ten laste van de partij in naam van wie in rechte is opgetreden, ten laste van de gemachtigde of advocaat van die partij, of van degene die tot het voeren van het geding opdracht heeft gegeven, in het eerste geval onverminderd het verhaal van die advocaat of gemachtigde op zijn opdrachtgever.
2. Alvorens aldus te beslissen, stelt de rechter de betrokkene in de gelegenheid zijn standpunt naar voren te brengen en toe te lichten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853
- Rb. Den Haag 18 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7183
- Conclusie A-G Assink 12 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:593
- Rb. Noord-Holland 18 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1995
- Rb. Noord-Holland 13 mei 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:3558
- Rb. Rotterdam 21 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3416
- Rb. Rotterdam 22 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4791
- HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1037
- Hof 's-Hertogenbosch 28 juli 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:3346
- Hof 's-Hertogenbosch 2 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:296
- Hof Den Haag 6 december 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2372
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1093
- Hof Amsterdam 14 juli 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2014
- Hof Amsterdam 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4164
- Hof Amsterdam 12 februari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6675
- Rb. Rotterdam 18 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9851
- Rb. Noord-Nederland 9 oktober 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:5253
- Rb. Noord-Holland 2 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:905
- Rb. Limburg 12 april 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:2434
- Rb. Limburg 23 april 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:3119