Art. 190 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Deskundigen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De deskundige die zijn benoeming heeft aanvaard, is verplicht de opdracht onpartijdig en naar beste weten te volbrengen.
2. De deskundigen stellen hun onderzoek in, hetzij onder leiding van de rechter, hetzij zelfstandig. De deskundigen moeten bij hun onderzoek partijen in de gelegenheid stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Uit het schriftelijke bericht moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken wordt in het schriftelijke bericht melding gemaakt. Als een partij schriftelijke opmerkingen of verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, verstrekt zij daarvan onmiddellijk afschrift aan de wederpartij.
3. Partijen zijn verplicht mee te werken aan een onderzoek door deskundigen. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
4. Het schriftelijke bericht is met redenen omkleed zonder dat het persoonlijke gevoelen van ieder van de deskundigen hoeft te blijken. Ieder van de deskundigen kan van zijn afwijkende mening doen blijken. Het schriftelijke bericht wordt door de deskundigen ondertekend. Als een of meer deskundigen niet hebben ondertekend, wordt de oorzaak hiervan zo mogelijk op het schriftelijke bericht vermeld. Aan het niet ondertekenen van het bericht door een of meer deskundigen, kan de rechter de gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht. De griffier zendt aan partijen afschrift van het schriftelijke bericht.
5. Het proces-verbaal van de slotsom van het mondelinge verslag wordt na voorlezing ondertekend door de rechter aan wie het verslag is uitgebracht en door de deskundigen. Verklaart een deskundige niet te kunnen ondertekenen, dan wordt die verklaring met de reden van de verhindering in het proces-verbaal vermeld.
6. De rechter kan bepalen dat het proces-verbaal, bedoeld in het vijfde lid, wordt vervangen door een door of namens hem gemaakte beeld- of geluidsopname als bedoeld in artikel 90, zevende en achtste lid. Als naderhand een schriftelijke weergave van het proces-verbaal wordt opgesteld, wordt het proces-verbaal ondertekend door de rechter aan wie het mondelinge verslag is uitgebracht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 31 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7933
- HR 17 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:BH8123
- Hof Amsterdam 7 augustus 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2275
- Hof Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:268
- Rb. Amsterdam 24 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:10000
- Rb. Amsterdam 11 juli 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4916
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 15 februari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC0393
- Hof Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:411
- Conclusie A-G Drijber 17 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:702
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU3922
- Conclusie A-G Verkade 1 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3525
- Conclusie A-G Van den Berge 23 juni 1999, ECLI:NL:PHR:1999:AA2796
- HR 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3655
- Hof 's-Hertogenbosch 24 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4070
- Hof Den Haag 9 juni 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1431
- Hof Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:591
- Hof Amsterdam 4 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2514
- Hof Amsterdam 27 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2047
- Hof Amsterdam 16 september 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2434
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 februari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1021