Art. 189 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Deskundigen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Als de deskundigen een onderzoek moeten verrichten, bepaalt de rechter bij hun benoeming of op een later tijdstip waar en wanneer zij tot het onderzoek zullen overgaan.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde beslissing bepaalt de rechter de termijn waarbinnen de deskundigen hun schriftelijke bericht ter griffie moeten inleveren of de zitting waarop zij mondeling verslag moeten uitbrengen. In het eerste geval wordt ook de dag bepaald waarop de zaak weer op de rol zal komen. In het tweede geval wordt deze dag bepaald op de zitting waarop het verslag is uitgebracht.
3. Wanneer op die dag het bericht van deskundigen nog niet is ontvangen, kan de rechter op verzoek van partijen of van een van hen een nadere roldatum bepalen. Ook kan de rechter een nadere zitting bepalen, wanneer op de daarvoor vastgestelde zitting het mondelinge verslag niet wordt uitgebracht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 januari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:846
- HR 17 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:255
- Conclusie A-G Langemeijer 12 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:594
- HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:344
- HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:722
- HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:721
- Conclusie A-G Snijders 4 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1013
- Conclusie A-G Bakels 21 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD5352
- Conclusie A-G Lückers 8 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:939
- Conclusie A-G Lückers 8 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1062
- Conclusie A-G Lückers 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:419
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1171
- Hof 's-Hertogenbosch 24 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2942
- Hof 's-Hertogenbosch 24 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2940
- Hof 's-Hertogenbosch 24 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2935
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10177
- Rb. Limburg 13 november 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:8870
- Rb. Amsterdam 11 september 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BF0539
- Conclusie A-G Langemeijer 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:963