Art. 121 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Dagvaarding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Verschijnt de gedaagde niet in het geding dan wel verzuimt hij advocaat te stellen hoewel hem dat bij dagvaarding was aangezegd, en blijkt aan de rechter dat het exploot van dagvaarding lijdt aan een gebrek dat nietigheid meebrengt, dan verleent de rechter geen verstek tegen hem.
2. In het geval bedoeld in het eerste lid bepaalt de rechter een nieuwe roldatum en beveelt hij dat deze door de eiser bij exploot aan de gedaagde wordt aangezegd met herstel van het gebrek op kosten van de eiser.
3. Is echter aannemelijk dat het exploot van dagvaarding de gedaagde als gevolg van het gebrek niet heeft bereikt, dan spreekt de rechter de nietigheid van het exploot uit.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 15 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:9114
- HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:649
- HR 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:927
- HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2101
- Conclusie A-G de Bock 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:484
- HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:997
- HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2629
- HR 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:481
- HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:982
- HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2628
- HR 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6248
- HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2499
- Rb. Den Haag 24 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:981
- Rb. Den Haag 29 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3305
- Rb. Amsterdam 2 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1048
- Conclusie A-G Snijders 16 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1179
- Conclusie A-G de Bock 4 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:442
- HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:803
- HR 28 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF5283
- HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:AZ6094