Art. 20 Verordening (EU) 2024/1620, Toestemming van een rechterlijke instantie

Verordening (EU) 2024/1620

1. Indien voor de in artikel 19 bedoelde inspectie ter plaatse de toestemming van een rechterlijke instantie overeenkomstig het nationale recht vereist is, verzoekt de autoriteit om die toestemming.

2. Als wordt verzocht om toestemming als bedoeld in lid 1, toetst de nationale rechterlijke instantie het besluit van de autoriteit op authenticiteit en gaat zij na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn noch buitensporig in verhouding tot het voorwerp van de inspectie. Bij haar toetsing van de evenredigheid van de dwangmaatregelen mag de nationale rechterlijke instantie de autoriteit om nadere uitleg vragen, in het bijzonder met betrekking tot de redenen die de autoriteit heeft om aan te nemen dat een inbreuk op de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen heeft plaatsgevonden, en met betrekking tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van de inspectie toetsen, noch de informatie in het dossier van de autoriteit opvragen. De rechtsgeldigheid van het besluit van de autoriteit wordt ter toetsing slechts voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen