Art. 106 Verordening (EU) 2024/1620, Overgangsregelingen

Verordening (EU) 2024/1620

1. Tot 27 juni 2028 is artikel 11 alleen van toepassing op financiële toezichthouders, kredietinstellingen en financiële instellingen. Toezichthoudende autoriteiten in de niet-financiële sector kunnen echter reeds vóór die datum op vrijwillige basis aan de vereisten van dat artikel voldoen.

Met het oog op het opzetten en onderhouden van de in artikel 11 bedoelde databank sluit de autoriteit een bilaterale overeenkomst met de EBA over de toegang tot, de financiering van en het gezamenlijke beheer van de AML/CFT-databank die is opgezet overeenkomstig artikel 9 bis van Verordening (EU) nr. 1093/2010. De regeling wordt vastgesteld voor een onderling overeengekomen periode, die kan worden verlengd tot uiterlijk 30 juni 2027. Gedurende die periode is de EBA ten minste in staat informatie te blijven ontvangen, die te analyseren en beschikbaar te stellen overeenkomstig artikel 9 bis, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 of overeenkomstig deze verordening, namens de autoriteit en op basis van de financiering die de autoriteit daartoe beschikbaar stelt.

2. In afwijking van artikel 13, lid 2, voert de autoriteit tijdens het eerste selectieproces, indien meer dan 40 meldingsplichtige entiteiten in aanmerking zouden komen voor rechtstreeks toezicht op grond van artikel 13, lid 1, de in artikel 5, lid 2, genoemde taken uit met betrekking tot de 40 meldingsplichtige entiteiten of groepen die in het hoogste aantal lidstaten actief zijn via vestigingen of in het kader van de vrije verrichting van diensten.

Indien de toepassing van het in de eerste alinea van dit lid bedoelde criterium meer dan 40 meldingsplichtige entiteiten of groepen oplevert, selecteert de autoriteit uit de meldingsplichtige entiteiten of groepen die overeenkomstig de eerste alinea van dit lid zouden worden geselecteerd en die actief zijn in het minste aantal lidstaten, de entiteiten met het hoogste transactievolume met derde landen in verhouding tot hun totale transactievolume, gemeten over het laatste boekjaar.

3. In afwijking van artikel 13, lid 3, is de daarin beschreven aanvullende selectieprocedure niet van toepassing tijdens de eerste selectieprocedure.

4. In afwijking van artikel 48, lid 7, is de deelname van FIE’s aan collegiale toetsingen vrijwillig tijdens de eerste twee collegiale toetsingen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen