Art. 6 Verordening (EU) 2024/1358, Controlerende autoriteiten van de lidstaten voor rechtshandhavingsdoeleinden
1. Voor rechtshandhavingsdoeleinden wijst elke lidstaat één nationale autoriteit of een dienst van een dergelijke autoriteit aan als zijn controlerende autoriteit. De controlerende autoriteit is een autoriteit van de lidstaat die belast is met het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.
Indien het nationale recht dit toestaat, kunnen de aangewezen autoriteit en de controlerende autoriteit deel uitmaken van dezelfde organisatie, maar dan treedt de controlerende autoriteit onafhankelijk op bij de uitvoering van haar taken in het kader van deze verordening. De controlerende autoriteit staat los van de in artikel 5, lid 3, bedoelde operationele diensten en ontvangt van deze diensten geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie.
Overeenkomstig hun grondwettelijke of wettelijke voorschriften kunnen de lidstaten, naargelang van hun organisatorische en bestuurlijke structuren, meer dan één controlerende autoriteit aanwijzen.
2. De controlerende autoriteit zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens.
Alleen voldoende gemachtigd personeel van de controlerende autoriteit mag een verzoek om toegang tot Eurodac conform artikel 32 ontvangen en doorsturen.
Alleen de controlerende autoriteit mag verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens doorsturen naar het nationaal toegangspunt.