Art. 18 Verordening (EU) 2024/1358, Verzameling en toezending van biometrische gegevens

Verordening (EU) 2024/1358

1. Elke lidstaat verzamelt de biometrische gegevens van elke persoon van ten minste zes jaar die is geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden en zendt deze zo spoedig mogelijk na de in artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1356 bedoelde registratie en uiterlijk voordat het besluit inzake de toelating als bedoeld in artikel 9, lid 9, van die verordening is genomen, toe aan Eurodac. Die verplichting geldt niet indien een lidstaat zonder de biometrische gegevens te vergelijken tot dat besluit kan komen, indien dat besluit negatief is.

2. Elke lidstaat verzamelt de biometrische gegevens van elke persoon van ten minste zes jaar die is geregistreerd met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden en:

a) aan wie die lidstaat internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht verleent overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350;

b) van wie die lidstaat de toelating weigert op een van de in artikel 6, lid 1, punt f), van die verordening genoemde gronden, of

c) voor wie die lidstaat de toelatingsprocedure stopzet omdat die persoon overeenkomstig artikel 7 van die verordening geen toestemming heeft verleend of deze heeft ingetrokken.

De lidstaten zenden de biometrische gegevens van de in de eerste alinea bedoelde personen samen met de gegevens bedoeld in artikel 19, lid 1, punten c) tot en met q), van deze verordening zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur nadat is besloten internationale bescherming of humanitaire status naar nationaal recht te verlenen, de toelating te weigeren of de toelatingsprocedure stop te zetten, toe aan Eurodac.

3. Niet-inachtneming van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde termijnen ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens te verzamelen en aan Eurodac toe te zenden. Indien het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 38 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw de vingerafdrukken en zendt hij deze zo spoedig mogelijk nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.

Indien het, als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de persoon in kwestie of ter bescherming van de volksgezondheid, niet mogelijk is biometrische gegevens te verzamelen, worden deze biometrische gegevens zo spoedig mogelijk nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen, door de lidstaten verzameld en toegezonden.

4. Indien de betrokken lidstaat daarom verzoekt, kan een andere lidstaat, het Asielagentschap van de Europese Unie of een bevoegde internationale organisatie de biometrische gegevens verzamelen en toezenden aan de verzoekende lidstaat voor de toepassing van Verordening (EU) 2024/1350.

5. Het Asielagentschap van de Europese Unie en internationale organisaties als bedoeld in lid 4 hebben geen toegang tot Eurodac voor de toepassing van dit artikel.