Art. 14 Verordening (EU) 2024/1358, Bijzondere bepalingen voor minderjarigen

Verordening (EU) 2024/1358

1. De biometrische gegevens van minderjarigen vanaf de leeftijd van zes jaar worden afgenomen door ambtenaren die speciaal zijn opgeleid om de biometrische gegevens van een minderjarige op een kindvriendelijke en op het kind afgestemde manier af te nemen, met volledige inachtneming van de belangen van het kind en de waarborgen die zijn vastgelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind.

Bij de uitvoering van deze verordening staan de belangen van het kind voorop. Indien er onzekerheid bestaat over de vraag of een kind jonger is dan zes jaar en er geen bewijs is ter staving van de leeftijd van dat kind, beschouwen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het kind voor de toepassing van deze verordening als jonger dan zes jaar.

De minderjarige wordt tijdens de volledige duur van de afname van zijn of haar biometrische gegevens vergezeld door een volwassen familielid, indien aanwezig. Een niet-begeleide minderjarige wordt tijdens de volledige duur van de afname van zijn of haar biometrische gegevens vergezeld door een vertegenwoordiger of, indien geen vertegenwoordiger is aangewezen, een persoon die is opgeleid om de belangen van het kind en zijn algemene welzijn zo goed mogelijk te beschermen. Een dergelijke opgeleide persoon is niet de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het afnemen van de biometrische gegevens, handelt onafhankelijk en ontvangt geen opdrachten van de ambtenaar of de dienst die verantwoordelijk is voor het afnemen van de biometrische gegevens. Een dergelijke opgeleide persoon is de persoon die is aangewezen om voorlopig op te treden als vertegenwoordiger uit hoofde van Richtlijn (EU) 2024/1346, voor zover zo’n persoon is aangewezen.

Er wordt geen enkele vorm van geweld tegen minderjarigen gebruikt om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de verplichting om biometrische gegevens te verstrekken. Desalniettemin kunnen minderjarigen, indien dit op grond van het toepasselijke Unierecht of nationale recht is toegestaan, als uiterste redmiddel aan proportionele dwang worden onderworpen om ervoor te zorgen dat zij wel aan die verplichting voldoen. Bij het uitoefenen van die proportionele dwang eerbiedigen de lidstaten de waardigheid en fysieke integriteit van de minderjarige.

Indien een minderjarige, met name wanneer deze niet wordt begeleid of van zijn ouders is gescheiden, weigert biometrische gegevens te laten afnemen, en er gegronde redenen zijn om te geloven dat er risico's bestaan wat betreft de bescherming of veiligheid van de minderjarige, zoals beoordeeld door een functionaris die specifiek is opgeleid voor de afname van biometrische gegevens bij minderjarigen, wordt de minderjarige doorverwezen naar de bevoegde nationale kinderbeschermingsautoriteiten, de nationale doorverwijzingsmechanismen of beide.

2. Indien het wegens de toestand van de vingertoppen of het gezicht van een minderjarige niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen of een gezichtsopname te maken, is artikel 13, lid 5, van toepassing. Bij het opnieuw afnemen van vingerafdrukken of het opnieuw maken van een gezichtsopname van een minderjarige is lid 1 van toepassing.

3. Eurodac-gegevens met betrekking tot een kind onder de 14 jaar mogen enkel voor rechtshandhavingsdoeleinden tegen hem worden gebruikt indien er, naast de redenen in artikel 33, lid 1, punt d), redenen bestaan om aan te nemen dat die gegevens noodzakelijk zijn voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit waarvan dat kind verdacht wordt.

4. Deze verordening laat de toepassing van de voorwaarden van artikel 13 van Richtlijn (EU) 2024/1346 onverlet.