Art. 31 Verordening (EU) 2024/1347, Sociale zekerheid en sociale bijstand

Verordening (EU) 2024/1347

1. Personen die internationale bescherming genieten, worden met betrekking tot sociale zekerheid en sociale bijstand gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die hun internationale bescherming heeft verleend.

Aan de toegang tot bepaalde in het nationale recht vastgestelde vormen van sociale bijstand kan de voorwaarde worden verbonden dat de persoon die internationale bescherming geniet, daadwerkelijk deelneemt aan integratiemaatregelen, indien deelname aan dergelijke maatregelen verplicht is en mits zij toegankelijk en gratis zijn.

2. Niettegenstaande lid 1 kan de gelijke behandeling op het gebied van sociale bijstand voor personen aan wie de subsidiairebeschermingsstatus is verleend worden beperkt tot de meest fundamentele prestaties indien het nationale recht in die mogelijkheid voorziet.

De meest fundamentele prestaties omvatten ten minste het volgende:

a) minimale inkomenssteun;

b) bijstand bij ziekte of zwangerschap;

c) hulpverlening aan ouders, met inbegrip van hulpverlening bij kinderopvang; en

d) huisvestingstoelagen, voor zover deze toelagen op grond van het nationale recht aan onderdanen van de betrokken lidstaat worden toegekend.