Art. 28 Verordening (EU) 2024/1347, Toegang tot werk
1. Personen die internationale bescherming genieten, hebben het recht om onmiddellijk nadat hun deze bescherming is verleend, een beroepsactiviteit als werknemer of zelfstandige op te nemen, waarbij de algemene voorschriften die gelden voor het beroep in kwestie of de overheidsdienst moeten worden nageleefd.
2. Personen die internationale bescherming genieten, worden gelijk behandeld met onderdanen van de lidstaat die hun internationale bescherming heeft verleend, wat betreft:
a) tewerkstellingsvoorwaarden, zoals de minimumleeftijd om te werken, en arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van salaris en ontslag, werktijden, verlof en vakantie, en de voorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het werk;
b) vrijheid van vereniging en aansluiting bij of participatie in een werkgevers- of werknemersorganisatie of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte rechten en voordelen;
c) arbeidsmarktgericht onderwijsaanbod voor volwassenen, beroepsopleiding, met inbegrip van bijscholing en praktische werkervaring op de arbeidsplaats;
d) door arbeidsbureaus verstrekte informatie- en adviesdiensten.
3. De bevoegde autoriteiten faciliteren waar nodig de volledige toegang tot de activiteiten als bedoeld in lid 2, punten c) en d).