Art. 8 Verordening (EU) 2022/1854, Nationale crisismaatregelen

Verordening (EU) 2022/1854

1. De lidstaten kunnen:

a) maatregelen handhaven of invoeren die de marktinkomsten van de producenten die elektriciteit opwekken uit de in artikel 7, lid 1, genoemde bronnen, alsook de marktinkomsten van andere marktdeelnemers, waaronder deelnemers die zich bezighouden met elektriciteitshandel, verder beperken, inclusief de mogelijkheid om tussen technologieën te differentiëren;

b) een hoger plafond op marktinkomsten vaststellen voor producenten die elektriciteit opwekken uit de in artikel 7, lid 1, genoemde bronnen, mits hun investeringen en exploitatiekosten het in artikel 6, lid 1, vastgestelde maximum overschrijden;

c) nationale maatregelen handhaven of invoeren om de marktinkomsten van producenten die elektriciteit opwekken uit andere dan de in artikel 7, lid 1, genoemde bronnen te beperken;

d) een specifiek plafond vaststellen voor de marktinkomsten uit de verkoop van elektriciteit uit steenkool;

e) de niet in artikel 7, lid 1, punt d), bedoelde waterkrachtcentrales onderwerpen aan een plafond op marktinkomsten, of maatregelen handhaven of invoeren die hun marktinkomsten verder beperken, inclusief de mogelijk om tussen technologieën te differentiëren.

2. De in lid 1 bedoelde maatregelen, overeenkomstig deze verordening:

a) zijn evenredig en niet-discriminerend;

b) ondermijnen investeringssignalen niet;

c) zorgen ervoor dat de investerings- en exploitatiekosten worden gedekt;

d) hebben geen verstorende werking op de groothandelsmarkt voor elektriciteit en hebben in het bijzonder geen gevolgen voor de rangorde van in te zetten capaciteit (“merit order”) en de prijsvorming op de groothandelsmarkt;

e) zijn verenigbaar met het Unierecht.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen