Art. 5, Teelteisen
Hennep wordt gedurende ten minste tien dagen na het einde van de bloei verder geteeld in normale teeltomstandigheden in overeenstemming met de plaatselijke gebruiken, zodat de voor de toepassing van dit artikel vereiste controles kunnen worden verricht.
Als vanggewas geteelde hennep wordt in normale teeltomstandigheden in overeenstemming met de plaatselijke gebruiken verder geteeld tot ten minste het einde van de vegetatieperiode.
De lidstaten kunnen echter toestemming geven om hennep vóór het einde van de periode van tien dagen na het einde van de bloei te oogsten, mits de oogst na het begin van de bloei plaatsvindt en de inspecteurs aangeven op welke representatieve delen van elk betrokken perceel het gewas gedurende ten minste tien dagen na het einde van de bloei verder moet worden geteeld om volgens de in bijlage I vermelde methode te kunnen worden geïnspecteerd.