Art. 38 Verordening (EU) 2021/2115, Basisarealen, vaste opbrengsten en referentiebedragen

Verordening (EU) 2021/2115

1. De volgende nationale basisarealen worden vastgesteld:

— Bulgarije: 3 342 ha,

— Griekenland: 250 000 ha,

— Spanje: 48 000 ha,

— Portugal: 360 ha.

2. Voor de referentieperiode worden de volgende vaste opbrengsten vastgesteld:

— Bulgarije: 1,2 ton/ha,

— Griekenland: 3,2 ton/ha,

— Spanje: 3,5 ton/ha,

— Portugal: 2,2 ton/ha.

3. Het bedrag van de gewasspecifieke betaling voor katoen per hectare subsidiabel areaal wordt berekend door de in lid 2 vastgestelde opbrengsten te vermenigvuldigen met de volgende referentiebedragen:

— Bulgarije: 636,13 EUR,

— Griekenland: 229,37 EUR,

— Spanje: 354,73 EUR,

— Portugal: 223,32 EUR.

4. Indien het subsidiabele katoenareaal in een bepaalde lidstaat het in lid 1 vastgestelde basisareaal in een bepaald jaar overschrijdt, wordt het in lid 3 voor die lidstaat vastgestelde bedrag verlaagd in verhouding tot de overschrijding van het basisareaal.

5. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 152 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met regels inzake de voorwaarden voor de toekenning van de gewasspecifieke betaling voor katoen, inzake de subsidiabiliteitseisen en inzake de agronomische praktijken.

6. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met voorschriften voor de berekening van de in lid 4 bedoelde verlaging. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 153, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.