Art. 37 Verordening (EU) 2021/2115, Algemene regels
1. De gewasspecifieke betaling voor katoen wordt toegekend per hectare subsidiabel katoenareaal. Het areaal is enkel subsidiabel wanneer het bestaat uit landbouwgrond waarvoor de lidstaat een vergunning voor de katoenproductie heeft verleend, die is ingezaaid met door de lidstaat toegestane rassen en die daadwerkelijk is geoogst in normale teeltomstandigheden.
2. De gewasspecifieke betaling voor katoen wordt uitgekeerd voor katoen van gezonde handelskwaliteit.
3. Bulgarije, Griekenland, Spanje en Portugal verlenen de vergunning voor de in lid 1 bedoelde grond en rassen overeenkomstig de regels en voorwaarden die uit hoofde van lid 5 worden vastgesteld.
4. Voor de onder deze onderafdeling vallende interventies geldt het volgende:
a) de subsidiabiliteit van de gedane uitgaven wordt bepaald op basis van artikel 37, punt a), van Verordening (EU) 2021/2116;
b) voor de toepassing van artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2021/2116 heeft het door de certificerende instanties te verstrekken advies betrekking op de punten a), b) en d) daarvan, en op de beheersverklaring.
5. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 152 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met regels en voorwaarden voor de vergunningverlening voor grond en rassen in het kader van de gewasspecifieke betaling voor katoen.
6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast die voorzien in regels inzake de procedure voor de vergunningverlening voor grond en rassen in het kader van de gewasspecifieke betaling voor katoen en inzake de kennisgevingen aan producenten betreffende die vergunningverlening. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 153, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.