Art. 24 Verordening (EU) 2021/1060, Wijziging van programma’s

Verordening (EU) 2021/1060

1. De lidstaat kan een redenen omkleed verzoek tot wijziging van een programma indienen, samen met het gewijzigde programma, waarin wordt vermeld wat het verwachte effect van die wijziging is op het verwezenlijken van de doelstellingen.

2. De Commissie beoordeelt de wijziging en de mate waarin die deze verordening en de fondsspecifieke verordeningen in acht neemt, met inbegrip van verplichtingen op nationaal niveau, en kan binnen twee maanden na de datum van indiening van het gewijzigde programma opmerkingen formuleren.

3. De lidstaat beziet het gewijzigde programma opnieuw, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.

4. De Commissie neemt uiterlijk vier maanden na de indiening van een wijziging van een programma door de lidstaat, een besluit tot goedkeuring ervan.

5. Voor programma’s met ondersteuning van het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het JTF, kan de lidstaat tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 8 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en maximaal 4 % van de programmabegroting overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde fonds van hetzelfde programma. Voor door het EFRO, het ESF+ en het JTF ondersteunde programma’s mag de overdracht enkel toewijzingen voor dezelfde regiocategorie betreffen.

Voor programma’s met ondersteuning van het EFMZVA kan de lidstaat tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 8 % van de initiële toewijzing van een specifieke doelstelling overdragen naar een andere specifieke doelstelling, daaronder begrepen technische bijstand uit hoofde van artikel 36, lid 4.

Voor programma’s met ondersteuning van het AMIF, het ISF of het BMVI kan de lidstaat tijdens de programmeringsperiode toewijzingen van één type acties overdragen naar een ander type acties binnen dezelfde prioriteit, en tevens een bedrag van maximaal 15 % van de initiële toewijzing van een prioriteit overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde fonds.

Dergelijke overdrachten hebben geen gevolgen voor de voorgaande jaren. De overdrachten en gerelateerde wijzigingen worden beschouwd als niet-ingrijpend en vergen geen besluit van de Commissie tot goedkeuring van de wijziging van het programma. Ze moeten echter wel voldoen aan alle regelgeving en worden van tevoren door het monitoringcomité goedgekeurd overeenkomstig artikel 40, lid 2, punt d). De lidstaat dient bij de Commissie de in artikel 22, lid 3, punt g), ii), iii) of iv), bedoelde gewijzigde tabel in, samen met alle daaraan gerelateerde wijzigingen in het programma, waar van toepassing.

6. Voor correcties van redactionele of tikfouten die geen gevolgen hebben voor de uitvoering van het programma, is geen goedkeuring van de Commissie vereist. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke correcties.

7. Voor door het EFMZVA ondersteunde programma’s is voor programmawijzigingen met betrekking tot de invoering van indicatoren geen goedkeuring van de Commissie vereist.

Vorige artikelen

Volgende artikelen