Art. 8 Verordening (EU) 2021/953, COVID-19-certificaten en andere documentatie afgegeven door een derde land
1. Wanneer in een derde land een vaccinatiecertificaat is afgegeven voor een COVID-19-vaccin dat overeenkomt met een in artikel 5, lid 5, bedoeld COVID-19-vaccin, en de autoriteiten van een lidstaat alle vereiste informatie hebben ontvangen, waaronder een betrouwbaar vaccinatiebewijs, kunnen die autoriteiten, op verzoek, aan de persoon in kwestie een in artikel 3, lid 1, punt a), bedoeld vaccinatiecertificaat afgeven. Een lidstaat is niet verplicht een vaccinatiecertificaat af te geven voor een COVID-19-vaccin dat op zijn grondgebied niet voor gebruik is toegelaten.
2. De Commissie kan een uitvoeringshandeling aannemen waarin wordt vastgesteld dat COVID-19-certificaten die de in de bijlage bedoelde gegevens bevatten en die door een derde land zijn afgegeven overeenkomstig normen en technologische systemen die interoperabel zijn met het vertrouwenskader voor het digitaal EU-COVID-certificaat en die het mogelijk maken de echtheid, geldigheid en integriteit van het certificaat te verifiëren, moeten worden beschouwd als gelijkwaardig aan door de lidstaten overeenkomstig deze verordening afgegeven certificaten, teneinde de uitoefening van het recht van vrij verkeer binnen de Unie door de houders ervan te faciliteren.
Voordat de Commissie een dergelijke uitvoeringshandeling aanneemt, beoordeelt zij of de door het derde land afgegeven COVID-19-certificaten voldoen aan de voorwaarden van de eerste alinea.
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.
De Commissie maakt de lijst van de op grond van dit lid aangenomen uitvoeringshandelingen openbaar.
3. Op de aanvaarding van de in dit artikel bedoelde certificaten door de lidstaten zijn artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 5, en artikel 7, lid 8, van toepassing.
4. Lidstaten die door een derde land afgegeven vaccinatiecertificaten aanvaarden voor een in artikel 5, lid 5, tweede alinea, bedoeld COVID-19-vaccin, aanvaarden onder dezelfde voorwaarden ook vaccinatiecertificaten die door andere lidstaten overeenkomstig deze verordening voor hetzelfde COVID-19-vaccin zijn afgegeven.
5. Dit artikel is van toepassing op COVID-19-certificaten en andere documentatie die zijn afgegeven door landen en gebieden overzee als bedoeld in artikel 355, lid 2, VWEU en opgenomen in bijlage II daarbij, en door de Faeröer. Dit artikel is niet van toepassing op COVID-19-certificaten en andere documentatie die namens een lidstaat zijn afgegeven in landen en gebieden overzee als bedoeld in artikel 355, lid 2, VWEU en opgenomen in bijlage II daarbij, of door de Faeröer.