Art. 11 Verordening (EU) 2021/953, Beperkingen van het vrije verkeer en uitwisseling van informatie

Verordening (EU) 2021/953

1. Onverminderd de bevoegdheid van de lidstaten om beperkingen op te leggen om redenen van volksgezondheid, zien de lidstaten die vaccinatiecertificaten, testcertificaten die een negatief testresultaat vermelden of herstelcertificaten aanvaarden, ervan af aanvullende beperkingen van het vrije verkeer op te leggen, zoals extra reisgerelateerde tests op SARS-CoV-2-infectie of reisgerelateerde quarantaine of zelfisolatie, tenzij die aanvullende beperkingen noodzakelijk en evenredig zijn om de volksgezondheid te beschermen in het kader van de COVID-19-pandemie; in dit verband moet ook rekening worden gehouden met het beschikbaar wetenschappelijk bewijsmateriaal, inclusief epidemiologische gegevens die door het ECDC worden gepubliceerd op basis van Aanbeveling (EU) 2020/1475.

2. Lidstaten die houders van in artikel 3, lid 1, bedoelde certificaten na binnenkomst op hun grondgebied overeenkomstig het Unierecht verplichten tot quarantaine of zelfisolatie of om zich te laten testen op SARS-CoV-2-infectie, of die andere beperkingen opleggen aan de houders van dergelijke certificaten, bijvoorbeeld omdat de epidemiologische situatie in een lidstaat of in een regio van een lidstaat snel verslechtert, met name ten gevolge van een zorgwekkende of belangwekkende variant van SARS-CoV-2, stellen de Commissie en de overige lidstaten daarvan dienovereenkomstig, en indien mogelijk 48 uur vóór de invoering van dergelijke nieuwe beperkingen, in kennis. Daartoe verstrekken de lidstaten de volgende informatie:

a) de redenen voor de beperkingen;

b) de werkingssfeer van de beperkingen, met vermelding van welke certificaathouders al dan niet onder de beperkingen vallen;

c) de ingangsdatum en de duur van de beperkingen.

3. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de afgifte en de voorwaarden voor de aanvaarding van de in artikel 3, lid 1, bedoelde certificaten, en van de COVID-19-vaccins die zij op grond van artikel 5, lid 5, tweede alinea, aanvaarden.

4. De lidstaten verstrekken de bevolking tijdig duidelijke en volledige informatie met betrekking tot de leden 2 en 3. In de regel maken de lidstaten die informatie 24 uur vóór de inwerkingtreding van de nieuwe beperkingen openbaar, rekening houdend met het feit dat in epidemiologische noodgevallen enige flexibiliteit vereist is. Bovendien kan de door de lidstaten verstrekte informatie op gecentraliseerde wijze openbaar worden gemaakt door de Commissie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen