Art. 18 Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, Afwijking voor verplaatsingen naar andere lidstaten van gehouden schapen en geiten die voor de slacht bestemd zijn

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688

In afwijking van de voorschriften van artikel 15 mogen exploitanten gehouden schapen en geiten die voor de slacht bestemd zijn, naar een andere lidstaat verplaatsen als aan de volgende voorschriften is voldaan:

a) de dieren zijn individueel geïdentificeerd overeenkomstig artikel 45 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, of zij hebben gedurende ten minste 21 dagen voor het vertrek of, indien zij jonger zijn dan 21 dagen, sedert hun geboorte, ononderbroken in de inrichting verbleven;

b) de dieren

i) zijn afkomstig van een inrichting vrij van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis met of zonder vaccinatie van schapen en geiten;

of

ii) zijn ouder dan zes maanden en zijn met gebruikmaking van een van de in bijlage I, deel 1, vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een test op infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 30 dagen voor het vertrek is genomen, en in het geval van vrouwelijke dieren die pas hebben geworpen, op een monster dat ten minste 30 dagen na het werpen is genomen;

of

iii) zijn gecastreerd;

c) de dieren zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 30 dagen voor het vertrek geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren;

d) de dieren zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 15 dagen voor het vertrek geen melding is gemaakt van miltvuur bij hoefdieren;

e) de dieren zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 30 dagen voor het vertrek geen melding is gemaakt van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24).