Art. 19 Richtlijn (EU) 2020/262, Aanvang en einde van overbrengingen van accijnsgoederen onder schorsing van accijns
1. De overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling vangt aan:
a) in de in artikel 16, lid 1, onder a), bedoelde gevallen, wanneer de accijnsgoederen het belastingentrepot van verzending verlaten;
b) in de in artikel 16, lid 1, onder b), bedoelde gevallen, wanneer zij overeenkomstig artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013 in het vrije verkeer worden gebracht.
2. De overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling eindigt:
a) in de in artikel 16, lid 1, onder a) i), ii) en iv), en b), bedoelde gevallen, op het tijdstip waarop de geadresseerde de accijnsgoederen in ontvangst heeft genomen;
b) in de in artikel 16, lid 1, onder a) iii), bedoelde gevallen, op het tijdstip waarop de goederen het grondgebied van de Unie hebben verlaten;
c) in de in artikel 16, lid 1, onder a) v), bedoelde gevallen, op het tijdstip waarop de goederen onder de regeling extern douanevervoer worden geplaatst.