Art. 5 Verordening (EU) 2019/2175, Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/1011

Verordening (EU) 2019/2175

Verordening (EU) 2016/1011 wordt als volgt gewijzigd:

1) artikel 3, lid 1, punt 24, onder a), wordt als volgt gewijzigd:

a) de aanhef wordt vervangen door:

„a) inputgegevens die volledig worden aangeleverd door:“;

b) punt vii) wordt vervangen door:

„vii) een dienstverlener aan wie de benchmarkbeheerder het verzamelen van gegevens heeft uitbesteed overeenkomstig artikel 10, met uitzondering van artikel 10, lid 3, onder f), mits de dienstverlener de gegevens volledig ontvangt van een entiteit als bedoeld in de punten i) tot en met vi) van dit punt;“;

2) aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd:

„9. De ESMA stelt de ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de vereisten die moeten garanderen dat de in lid 1 bedoelde governanceregelingen voldoende solide zijn.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 oktober 2020 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.“;

3) aan artikel 12 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4. De ESMA stelt de ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de voorwaarden die moeten garanderen dat de in lid 1 bedoelde methodologie voldoet aan de punten a) tot en met e) van dat lid.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 oktober 2020 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.“;

4) aan artikel 14 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de kenmerken van de in lid 1 bedoelde systemen en controles.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 oktober 2020 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.“;

5) in artikel 20 wordt het volgende lid ingevoegd:

„1 bis. Als de ESMA van mening is dat een benchmark aan alle criteria van lid 1, onder c), voldoet, dient zij bij de Commissie een gedocumenteerd verzoek in om die benchmark als cruciaal aan te merken.

De Commissie stelt na ontvangst van dat gedocumenteerd verzoek een uitvoeringshandeling vast in overeenstemming met lid 1.

De ESMA evalueert haar beoordeling van het cruciale karakter van de benchmark ten minste om de twee jaar en stelt de Commissie in kennis en zendt haar de beoordeling toe.“;

6) artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 wordt vervangen door:

„2. Na ontvangst van de in lid 1 bedoelde beoordeling door de beheerder onderneemt de bevoegde autoriteit de volgende acties:

a) zij stelt de ESMA en het krachtens artikel 46 opgerichte college daarvan in kennis;

b) binnen vier weken na ontvangst van die beoordeling, maakt zij haar eigen beoordeling van de vraag hoe de overgang van de benchmark naar een nieuwe beheerder dient plaats te vinden of hoe de aanbieding ervan dient te worden stopgezet, met inachtneming van de procedure als vastgelegd in artikel 28, lid 1.

Tijdens de in de punt b) van de eerste alinea bedoelde periode zet de beheerder het aanbieden van de benchmark niet stop zonder de schriftelijke toestemming van de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit.“;

b) het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

„5. De ESMA stelt de ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de criteria waarop de in lid 2, onder b), bedoelde beoordeling dient te worden gebaseerd.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 oktober 2020 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.“;

7) in artikel 23 worden de leden 3 en 4 vervangen door:

„3. Indien een onder toezicht staande contribuant van een cruciale benchmark voornemens is de aanlevering van inputgegevens stop te zetten, brengt hij dit onverwijld schriftelijk ter kennis van de beheerder. Daarop stelt de beheerder zijn bevoegde autoriteit daarvan zonder onnodige vertraging in kennis.

De bevoegde autoriteit van de beheerder van de cruciale benchmark stelt de bevoegde autoriteit van die onder toezicht staande contribuant en, in voorkomend geval, de ESMA daarvan zonder onnodige vertraging in kennis. De beheerder dient zo snel als mogelijk en uiterlijk 14 dagen na de kennisgeving door de onder toezicht staande contribuant bij zijn bevoegde autoriteit een beoordeling in van de gevolgen voor het vermogen van de cruciale benchmark om de onderliggende markt of economische realiteit te meten.

4. Na ontvangst van de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde beoordeling stelt de bevoegde autoriteit van de beheerder, in voorkomend geval, terstond de ESMA of het krachtens artikel 46 opgerichte college daarvan in kennis en maakt zij op basis van die beoordeling, haar eigen beoordeling van het vermogen van de benchmark om de onderliggende markt of economische realiteit te meten, met inachtneming van de procedure van de beheerder voor de stopzetting van de benchmark die is vastgesteld overeenkomstig artikel 28, lid 1.“;

8) aan artikel 26 wordt het volgende lid toegevoegd:

„6. De ESMA stelt de ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de criteria op grond waarvan bevoegde autoriteiten aanpassingen mogen verlangen van de in lid 4 bedoelde nalevingsverklaring.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 oktober 2020 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.“;

9) artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 2 wordt de volgende alinea ingevoegd na punt b):

„De Commissie kan de toepassing van het in de eerste alinea bedoelde uitvoeringsbesluit afhankelijk stellen van de eisen dat dat derde land op doorlopende basis daadwerkelijk voldoet aan in dat uitvoeringsbesluit uiteengezette voorwaarden die gelijkwaardige toezichts- en regelgevingsnormen beogen, en dat de ESMA effectief de in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde monitoringtaken kan uitoefenen.“;

b) het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

„2 bis. De Commissie kan in overeenstemming met artikel 49 een gedelegeerde handeling vaststellen tot nadere invulling van de lid 2, eerste alinea, onder a) en b), van dit artikel bedoelde voorwaarden.“;

c) in lid 3 wordt de volgende alinea ingevoegd na punt b):

„De Commissie kan de toepassing van het in de eerste alinea bedoelde uitvoeringsbesluit afhankelijk stellen van de eisen dat dat derde land op doorlopende basis daadwerkelijk voldoet aan in dat uitvoeringsbesluit uiteengezette voorwaarden die gelijkwaardige toezichts- en regelgevingsnormen beogen, en dat de ESMA effectief de in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde monitoringtaken kan uitoefenen.“;

d) het volgende lid wordt ingevoegd:

„3 bis. De Commissie kan in overeenstemming met artikel 49 een gedelegeerde handeling vaststellen tot nadere invulling van de in lid 3, eerste alinea, onder a) en b), van dit artikel bedoelde voorwaarden.“;

e) in lid 4 wordt de aanhef vervangen door:

„4. De ESMA gaat samenwerkingsregelingen aan met de bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het rechtskader en de toezichtspraktijk in overeenstemming met de leden 2 of 3 van dit artikel als gelijkwaardig zijn erkend. Bij de vaststelling van die regelingen houdt ESMA er rekening mee of het betrokken derde land, overeenkomstig een gedelegeerde handeling vastgesteld krachtens artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en van de Raad (*56), is opgenomen in de lijst van rechtsgebieden die in hun nationale regelgeving ter bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering strategische tekortkomingen vertonen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Unie. In die regelingen wordt ten minste het volgende gespecificeerd:

(*56) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).“;"

10) artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. Tot het tijdstip dat een gelijkwaardigheidsbesluit overeenkomstig artikel 30, leden 2 en 3, is vastgesteld, kan een benchmark die wordt aangeboden door een in een derde land gevestigde aanbieder, worden gebruikt door onder toezicht staande entiteiten in de Unie, op voorwaarde dat die beheerder voorafgaande erkenning door de ESMA overeenkomstig dit artikel heeft verkregen.“;

b) lid 2, tweede alinea, wordt vervangen door:

„Om te bepalen of is voldaan aan de in de eerste alinea bedoelde voorwaarde en om de overeenstemming met, naargelang het geval, de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of de IOSCO-beginselen voor PRA’s te beoordelen, kan de ESMA rekening houden met een beoordeling door een onafhankelijke externe controleur of met de certificering die is verstrekt door de bevoegde autoriteit van de beheerder in het derde land waar de beheerder is gevestigd.“;

c) lid 3 wordt vervangen door:

„Een in een derde land gevestigde beheerder die voornemens is voorafgaande erkenning te verkrijgen als bedoeld in lid 1, heeft een wettelijke vertegenwoordiger. De wettelijke vertegenwoordiger is een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die uitdrukkelijk door die beheerder is aangewezen om te handelen namens die beheerder ten aanzien van de verplichtingen van de beheerder op grond van deze verordening. De wettelijke vertegenwoordiger vervult, samen met de beheerder, de toezichtsfunctie met betrekking tot het aanbieden van benchmarks door de beheerder op grond van deze verordening en is in dat verband verantwoording verschuldigd aan de ESMA.“;

d) lid 4 wordt geschrapt;

e) lid 5 wordt vervangen door:

„5. Een in een derde land gevestigde beheerder die voornemens is voorafgaande erkenning te verkrijgen als bedoeld in lid 1, dient een aanvraag tot erkenning in bij de ESMA. De aanvragende beheerder verstrekt alle informatie die de ESMA nodig heeft om zich ervan te vergewissen dat hij op het tijdstip van erkenning alle vereiste regelingen heeft getroffen om te voldoen aan de in lid 2 genoemde vereisten en verstrekt een overzicht van zijn feitelijke of geplande benchmarks die in de Unie zullen worden gebruikt, en vermeldt, in voorkomend geval, de naam van de bevoegde autoriteit in het derde land die voor het toezicht hierop verantwoordelijk is.

Binnen 90 werkdagen na ontvangst van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde aanvraag controleert de ESMA of aan de in de leden 2 en 3 gestelde voorwaarden is voldaan.

Wanneer de ESMA van mening is dat niet is voldaan aan de in de leden 2 en 3 gestelde voorwaarden, wijst zij de erkenningsaanvraag af en geeft zij de redenen voor die afwijzing. Bovendien wordt geen erkenning verleend tenzij aan de volgende aanvullende voorwaarden is voldaan:

a) wanneer een in een derde land gevestigde beheerder aan toezicht is onderworpen, bestaat er een passende samenwerkingsregeling tussen de ESMA en de bevoegde autoriteit van het derde land waar de beheerder is gevestigd, die voldoet aan de op grond van artikel 30, lid 5, vastgestelde technische reguleringsnormen, om een efficiënte informatie-uitwisseling te waarborgen zodat de bevoegde autoriteit van dat derde land haar taken overeenkomstig deze verordening kan uitoefenen;

b) de daadwerkelijke uitoefening door de ESMA van haar toezichtsfuncties op grond van deze verordening wordt niet verhinderd door de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het derde land waar de beheerder is gevestigd, noch, in voorkomend geval, door beperkingen van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden van de bevoegde autoriteit van dat derde land.“;

f) de leden 6 en 7 worden geschrapt;

g) lid 8 wordt vervangen door:

„8. De ESMA schort de overeenkomstig lid 5 verleende erkenning op of trekt deze, in voorkomend geval, in wanneer zij gegronde redenen heeft om, op basis van gedocumenteerd bewijs, aan te nemen dat de beheerder:

a) handelt op een wijze die duidelijk afbreuk doet aan de belangen van de gebruikers van zijn benchmarks of de ordelijke werking van markten;

b) ernstig inbreuk heeft gemaakt op de desbetreffende voorschriften van deze verordening;

c) valse verklaringen heeft afgelegd of andere onregelmatige middelen heeft gebruikt om de erkenning te verkrijgen.“;

11) in artikel 34 wordt het volgende lid ingevoegd:

„1 bis. Wanneer één of meer van de door de in lid 1 genoemde persoon aangeboden indices worden aangemerkt als cruciale benchmark, als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder a) en c), wordt de aanvraag tot de ESMA gericht.“;

12) artikel 40 wordt vervangen door:

„Artikel 40

Bevoegde autoriteiten

1. Voor de toepassing van deze verordening is de ESMA de bevoegde autoriteit voor:

a) de beheerders van de in artikel 20, lid 1, onder a) en c), bedoelde cruciale benchmarks;

b) de beheerders van de in artikel 32 bedoelde benchmarks;

2. Elke lidstaat wijst de relevante bevoegde autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de taken op grond van deze verordening, en brengt de Commissie en de ESMA daarvan op de hoogte.

3. Een lidstaat die overeenkomstig lid 2 meer dan één bevoegde autoriteit aanwijst, bepaalt duidelijk de respectieve taken van die bevoegde autoriteiten en wijst één autoriteit aan als zijnde verantwoordelijk voor de coördinatie van de samenwerking en de uitwisseling van informatie met de Commissie, de ESMA en de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten.

4. De ESMA publiceert op haar website een lijst van de overeenkomstig de leden 2 en 3 aangewezen bevoegde autoriteiten.“;

13) artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 1 wordt de aanhef vervangen door:

„1. Ter vervulling van hun taken op grond van deze verordening beschikken de in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten, overeenkomstig het nationale recht, ten minste over de volgende toezichts- en onderzoeksbevoegdheden:“;

b) in lid 2 wordt de aanhef vervangen door:

„2. De in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten oefenen hun in lid 1 van dit artikel bedoelde taken en bevoegdheden, en de in artikel 42 bedoelde bevoegdheden om sancties op te leggen, in overeenstemming met hun nationale rechtskader op een van de volgende manieren uit:“;

14) in artikel 43, lid 1, wordt de aanhef vervangen door:

„1. De lidstaten zorgen er bij het bepalen van het soort en het niveau van de bestuursrechtelijke sancties en andere bestuursrechtelijke maatregelen voor dat de bevoegde autoriteiten die zij overeenkomstig artikel 40, lid 2, hebben aangewezen, rekening houden met alle relevante omstandigheden, waaronder, indien passend:“;

15) artikel 44 wordt vervangen door:

„Artikel 44

Verplichting tot medewerking

1. Lidstaten die ervoor hebben gekozen om strafrechtelijke sancties vast te stellen voor inbreuken op de in artikel 42 genoemde bepalingen, zorgen ervoor dat passende maatregelen voorhanden zijn zodat de overeenkomstig artikel 40, leden 2 en 3, aangewezen bevoegde autoriteiten over alle noodzakelijke bevoegdheden beschikken om met de rechterlijke instanties in hun ambtsgebied contacten te onderhouden om specifieke informatie te ontvangen met betrekking tot strafrechtelijke onderzoeken naar of procedures ingeleid wegens mogelijke inbreuken op deze verordening. Die bevoegde autoriteiten verschaffen die informatie aan andere bevoegde autoriteiten en de ESMA.

2. Bevoegde autoriteiten die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 40, leden 2 en 3, staan andere bevoegde autoriteiten en de ESMA bij. Met name wisselen zij informatie uit en verlenen zij medewerking bij onderzoeken of toezichtswerkzaamheden. Bevoegde autoriteiten kunnen ook meewerken met andere bevoegde autoriteiten om de invordering van geldelijke sancties te faciliteren.“;

16) in artikel 45, lid 5, wordt de eerste alinea vervangen door:

„5. De lidstaten verstrekken de ESMA op jaarbasis geaggregeerde informatie over alle bestuursrechtelijke sancties en andere bestuursrechtelijke maatregelen die overeenkomstig artikel 42 zijn opgelegd. Die verplichting geldt niet voor onderzoeksmaatregelen. De ESMA maakt die informatie bekend in een jaarlijks verslag, samen met geaggregeerde informatie over alle bestuursrechtelijke sancties en andere bestuursrechtelijke maatregelen die zij heeft opgelegd overeenkomstig artikel 48 septies.“;

17) in artikel 46 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

„1. Binnen 30 werkdagen na de opname van een in artikel 20, lid 1, onder a) en c), bedoelde benchmark in de lijst van cruciale benchmarks, met uitzondering van benchmarks waarvan de meerderheid van de contribuanten geen onder toezicht staande entiteiten zijn, stelt de bevoegde autoriteit van de beheerder een college in en geeft hij leiding aan het college.

2. Het college bestaat uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de beheerder, uit de ESMA, tenzij zij de bevoegde autoriteit van de beheerder is, en de bevoegde autoriteiten van onder toezicht staande contribuanten.“;

18) in artikel 47 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

„1. De in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten verlenen ten behoeve van deze verordening hun medewerking aan de ESMA, in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2. De in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten verstrekken de ESMA zonder onnodige vertraging alle benodigde informatie voor het uitvoeren van haar taken, in overeenstemming met artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.“;

19) in titel VI wordt het volgende hoofdstuk toegevoegd:

„ HOOFDSTUK 4

BEVOEGDHEDEN VAN DE ESMA

Afdeling 1

Bevoegdheden en procedures

Artikel 48 bis

Bevoegdheidsuitoefening door de ESMA

De op grond van de artikelen 48 ter tot en met 48 quinquies aan de ESMA, een functionaris van de ESMA of een andere door de ESMA gemachtigde persoon verleende bevoegdheden worden niet aangewend om de openbaarmaking te verlangen van aan het juridische verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.

Artikel 48 ter

Informatieverzoek

1. De ESMA kan bij eenvoudig verzoek of bij besluit verlangen dat de volgende personen alle nodige informatie verschaffen om de ESMA in staat te stellen haar taken op grond van deze verordening te vervullen:

a) personen die betrokken zijn bij het aanbieden van benchmarks, als bedoeld in artikel 40, lid 1;

b) derden waaraan de onder a) bedoelde personen functies of activiteiten hebben uitbesteed overeenkomstig artikel 10;

c) personen die op een andere wijze nauw en wezenlijk te maken hebben met of verbonden zijn met de onder a) bedoelde personen.

In overeenstemming met artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 en op verzoek van de ESMA dienen bevoegde autoriteiten dat informatieverzoek in bij contribuanten aan in artikel 20, lid 1, onder a) en c), van deze verordening bedoelde cruciale benchmarks en delen zij de ontvangen informatie zonder onnodige vertraging met de ESMA.

2. In een eenvoudig informatieverzoek als bedoeld in lid 1 neemt zij het volgende in acht:

a) zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

b) zij vermeldt het doel van dat verzoek;

c) zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

d) zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

e) zij geeft aan dat de persoon die om de informatie wordt gevraagd, niet verplicht is die informatie te verstrekken, maar dat, als er vrijwillig op het verzoek wordt ingegaan, de verstrekte informatie niet onjuist of misleidend mag zijn;

f) zij vermeldt het bedrag van de geldboete die overeenkomstig artikel 48 septies wordt opgelegd wanneer de verschafte informatie onjuist of misleidend is.

3. Wanneer de ESMA krachtens lid 1 bij besluit gelast informatie te verstrekken, neemt zij het volgende in acht:

a) zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

b) zij vermeldt het doel van dat verzoek;

c) zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

d) zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

e) zij vermeldt de dwangsommen die overeenkomstig artikel 48 octies zullen worden opgelegd wanneer de verlangde informatie onvolledig is;

f) zij vermeldt de geldboete die overeenkomstig artikel 48 septies zal worden opgelegd wanneer de antwoorden op de vragen onjuist of misleidend zijn;

g) zij vermeldt dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt bij de bezwaarcommissie van de ESMA en dat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie) tegen het besluit beroep kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 48 duodecies en de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

4. De in lid 1 genoemde personen of hun vertegenwoordigers en, in het geval van rechtspersonen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, de krachtens de wet of hun statuten tot vertegenwoordiging bevoegde personen verstrekken de verlangde informatie. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen namens hun cliënten de verlangde informatie verstrekken. De cliënten blijven volledig verantwoordelijk indien de verstrekte informatie onvolledig, onjuist of misleidend is.

5. In voorkomend geval zendt de ESMA zonder onnodige vertraging een afschrift van het eenvoudig verzoek of van haar besluit aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de in lid 1 genoemde personen.

Artikel 48 quater

Algemene onderzoeken

1. Om haar taken op grond van deze verordening uit te voeren, kan de ESMA de nodige onderzoeken naar de in artikel 48 ter, lid 1, genoemde personen uitvoeren. In dat verband zijn de functionarissen van de ESMA en andere door de ESMA gemachtigde personen bevoegd:

a) alle vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken dat relevant is voor de uitvoering van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;

b) voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal;

c) al die personen, hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken om mondelinge of schriftelijke toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het onderwerp en het doel van de inspectie, en de antwoorden op te tekenen;

d) alle andere natuurlijke personen of rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;

e) overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.

2. De functionarissen van de ESMA en andere door de ESMA ten behoeve van de in lid 1 bedoelde onderzoeken gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld. In die machtiging worden de dwangsommen vermeld die overeenkomstig artikel 48 octies worden opgelegd indien de vereiste vastleggingen, gegevens, procedures of ander materiaal, of de antwoorden op vragen, gesteld aan de in artikel 48 ter, lid 1, genoemde personen, niet of onvolledig worden verstrekt, alsmede de geldboeten die overeenkomstig artikel 48 septies worden opgelegd wanneer de antwoorden op vragen, gesteld aan die personen, onjuist of misleidend zijn.

3. De in artikel 48 ter, lid 1, genoemde personen zijn verplicht zich aan op grond van een besluit van de ESMA ingestelde onderzoeken te onderwerpen. Dat besluit vermeldt het voorwerp en het doel van het onderzoek, de dwangsommen die overeenkomstig artikel 48 octies zijn opgelegd, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.

4. Tijdig vóór een in lid 1 bedoeld onderzoek stelt de ESMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het onderzoek dient plaats te vinden, in kennis van het onderzoek en van de identiteit van de gemachtigde personen. Op verzoek van de ESMA worden die gemachtigde personen bij de uitvoering van hun taken bijgestaan door functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit. Functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit mogen op verzoek bij de onderzoeken aanwezig zijn.

5. Indien volgens het toepasselijke nationale recht voor een verzoek om de in lid 1, onder e), bedoelde overzichten van telefoon- of dataverkeer de toestemming van een nationale rechterlijke instantie is vereist, wordt die toestemming gevraagd. Die toestemming kan ook bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

6. Wanneer een nationale rechterlijke instantie een aanvraag om toestemming voor een in lid 1, onder e), bedoeld verzoek om overzichten van telefoon- of dataverkeer ontvangt, vergewist die instantie zich ervan dat:

a) het in lid 3 bedoelde besluit authentiek is;

b) de te nemen maatregelen evenredig en niet willekeurig of buitensporig zijn.

Voor de toepassing van punt b) mag de nationale rechterlijke instantie de ESMA om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die de ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, en tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van het onderzoek heroverwegen, noch vragen dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van de ESMA. Het besluit van de ESMA kan slechts door het Hof van Justitie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de procedure van artikel 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 48 quinquies

Inspecties ter plaatse

1. Om haar taken op grond van deze verordening uit te voeren, kan de ESMA alle nodige inspecties ter plaatse uitvoeren in de bedrijfsruimten van de in artikel 48 ter, lid 1, genoemde personen.

2. De functionarissen van de ESMA en andere door de ESMA tot het uitvoeren van een inspectie ter plaatse gemachtigde personen mogen bedrijfsruimten van de personen die onder het door de ESMA vastgestelde onderzoeksbesluit vallen, betreden en hebben alle in artikel 48 quater, lid 1, vastgestelde bevoegdheden. Zij zijn bevoegd tot het verzegelen van alle ruimten en boeken of vastleggingen van het bedrijf voor de duur van en voor zover vereist voor de inspectie.

3. De ESMA stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden uitgevoerd, voldoende tijd vóór de inspectie hiervan in kennis. Wanneer dit voor het behoorlijk en efficiënt uitvoeren van de inspecties vereist is, kan de ESMA, nadat zij de betrokken bevoegde autoriteit daarvan in kennis heeft gesteld, de inspectie ter plaatse onaangekondigd uitvoeren. Inspecties in overeenstemming met dit artikel worden uitgevoerd op voorwaarde dat de betrokken autoriteit heeft bevestigd dat zij geen bezwaar maakt tegen die inspecties.

4. De functionarissen van de ESMA en andere door de ESMA tot het uitvoeren van een inspectie ter plaatse gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit onder overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van de inspectie en de dwangsommen die overeenkomstig artikel 48 octies worden opgelegd wanneer de betrokken personen zich niet aan het onderzoek onderwerpen, nader zijn aangegeven.

5. De in artikel 48 ter, lid 1, genoemde personen onderwerpen zich aan bij ESMA-besluit gelaste inspecties ter plaatse. Dat besluit vermeldt het voorwerp en het doel van de inspectie, de datum waarop de inspectie zal aanvangen, de dwangsommen die overeenkomstig artikel 48 octies worden opgelegd, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.

6. De functionarissen van en de personen die zijn gemachtigd of aangesteld door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden uitgevoerd, verlenen op verzoek van de ESMA actief bijstand aan de functionarissen van de ESMA en andere door de ESMA gemachtigde personen. Functionarissen van die bevoegde autoriteit mogen op verzoek ook bij de inspecties ter plaatse aanwezig zijn.

7. De ESMA mag bevoegde autoriteiten ook verzoeken om, namens haar, specifieke onderzoekstaken en inspecties ter plaatse uit te voeren als bepaald in dit artikel en in artikel 48 quater, lid 1. Daartoe genieten bevoegde autoriteiten dezelfde bevoegdheden als de ESMA overeenkomstig dit artikel en artikel 48 quater, lid 1.

8. Wanneer de functionarissen van de ESMA en andere door de ESMA gemachtigde begeleidende personen constateren dat een persoon zich tegen een op grond van dit artikel gelaste inspectie verzet, verleent de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat hun de nodige bijstand om hen in staat te stellen hun inspectie ter plaatse uit te voeren, zo nodig door een beroep te doen op de politie of een gelijkwaardige rechtshandhavingsautoriteit.

9. Indien het nationale recht voorschrijft dat voor de in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bedoelde bijstand de toestemming van een nationale rechterlijke instantie is vereist, wordt die toestemming gevraagd. Die toestemming kan ook bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

10. Wanneer een nationale rechterlijke instantie een aanvraag om de toestemming voor een in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bedoelde bijstand ontvangt, vergewist die instantie zich ervan dat:

a) het in lid 5 bedoelde door de ESMA vastgestelde besluit authentiek is;

b) de te nemen maatregelen evenredig en niet willekeurig of buitensporig zijn.

Voor de toepassing van punt b) mag de nationale rechterlijke instantie de ESMA om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die de ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, en tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van het onderzoek heroverwegen, noch vragen dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van de ESMA. Het besluit van de ESMA kan slechts door het Hof van Justitie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de procedure van artikel 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Afdeling 2

Bestuursrechtelijke sancties en andere bestuursrechtelijke maatregelen

Artikel 48 sexies

Toezichtsmaatregelen van de ESMA

1. Wanneer de ESMA, in overeenstemming met artikel 48 decies, lid 5, tot de bevinding komt dat een persoon een van de in artikel 42, lid 1, onder a), vermelde inbreuken heeft gemaakt, neemt zij één of meer van de volgende maatregelen:

a) vaststelling van een besluit waarbij de persoon wordt gelast de inbreuk te beëindigen;

b) vaststelling van een besluit waarbij geldboeten worden opgelegd overeenkomstig artikel 48 septies;

c) het doen van openbare kennisgevingen.

2. Bij het nemen van de in lid 1 bedoelde maatregelen houdt de ESMA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk, op basis van de volgende criteria:

a) de duur en de frequentie van de inbreuk;

b) de vraag of financiële criminaliteit veroorzaakt of gefaciliteerd is door, dan wel op enige andere wijze valt toe te schrijven aan de inbreuk;

c) de vraag of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gemaakt;

d) de mate van verantwoordelijkheid van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;

e) de financiële draagkracht van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon, zoals deze met name blijkt uit de totale omzet van de verantwoordelijke rechtspersoon of het jaarinkomen en het nettovermogen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon;

f) de impact van de inbreuk op de belangen van niet-professionele beleggers;

g) de omvang van de door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon behaalde winsten of vermeden verliezen, dan wel de verliezen voor derden ten gevolge van de inbreuk, voor zover die zijn vast te stellen;

h) de mate waarin de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon aan de ESMA medewerking heeft verleend, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door die persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

i) eerdere inbreuken door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;

j) maatregelen die de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon na de inbreuk heeft genomen, om herhaling van de inbreuk te voorkomen.

3. De ESMA stelt de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon zonder onnodige vertraging in kennis van op grond van lid 1 genomen maatregelen en zij deelt die besluiten mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en aan de Commissie. Zij maakt die maatregelen publiekelijk bekend op haar website binnen tien werkdagen vanaf de datum waarop zij zijn genomen.

De in de eerste alinea bedoelde openbaarmaking omvat het volgende:

a) een verklaring dat de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon het recht heeft bezwaar te maken tegen het besluit;

b) in voorkomend geval, een verklaring dat bezwaar is gemaakt, met de vermelding dat dit bezwaar geen schorsende werking heeft;

c) een verklaring dat de bezwaarcommissie van de ESMA overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 de toepassing van het bestreden besluit kan opschorten.

Artikel 48 septies

Geldboeten

1. Wanneer de ESMA, overeenkomstig artikel 48 decies, lid 5, tot de bevinding komt dat een persoon, opzettelijk of uit onachtzaamheid, één of meer van de in artikel 42, lid 1, onder a), genoemde inbreuken heeft gemaakt, stelt zij een besluit vast waarbij overeenkomstig lid 2 van dit artikel een geldboete wordt opgelegd.

Een inbreuk wordt geacht opzettelijk te zijn gemaakt indien de ESMA objectieve elementen vindt waaruit blijkt dat een persoon doelbewust handelde om de inbreuk te maken.

2. De in lid 1 bedoelde geldboete bedraagt maximaal:

a) in het geval van een rechtspersoon: 1 000 000 EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, het overeenkomstige bedrag in de nationale valuta op 30 juni 2016, dan wel 10 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de meest recente door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening, afhankelijk van welk bedrag het hoogst is;

b) in het geval van een natuurlijke persoon: 500 000 EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, het overeenkomstige bedrag in de nationale valuta op 30 juni 2016.

Onverminderd het in de eerste alinea bepaalde bedraagt de geldboete voor inbreuken op artikel 11, lid 1, onder d), of artikel 11, lid 4, voor rechtspersonen maximaal 250 000 EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, het overeenkomstige bedrag in de nationale valuta op 30 juni 2016, dan wel 2 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de meest recente door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening, afhankelijk van welk bedrag het hoogst is, en voor natuurlijke personen maximaal 100 000 EUR of, in de lidstaten waar de euro niet de officiële valuta is, het overeenkomstige bedrag in de nationale munteenheid op 30 juni 2016.

Voor de toepassing van punt a) is, wanneer de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet of het in overeenstemming met het desbetreffende Unierecht inzake jaarrekeningen daarmee corresponderende soort inkomsten volgens de meest recente door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening.

3. Bij het vaststellen van de hoogte van een geldboete overeenkomstig lid 1 houdt de ESMA rekening met de in artikel 48 sexies, lid 2, uiteengezette criteria.

4. Onverminderd het bepaalde in lid 3 is, wanneer de rechtspersoon direct of indirect financieel voordeel heeft gehad bij de inbreuk, het bedrag van de geldboete ten minste gelijk aan dat voordeel.

5. Wanneer een handeling of verzuim van een persoon meer dan één van de in artikel 42, lid 1, onder a), genoemde inbreuken vormt, wordt alleen de hoogste overeenkomstig lid 2 van dit artikel met betrekking tot een van die inbreuken berekende geldboete toegepast.

Artikel 48 octies

Dwangsommen

1. De ESMA legt, bij besluit, dwangsommen op teneinde:

a) een persoon ertoe te dwingen een einde te maken aan een inbreuk, overeenkomstig een op grond van artikel 48 sexies, lid 1, onder a), genomen besluit;

b) een in artikel 48 ter, lid 1, genoemde persoon ertoe te dwingen:

i) volledige informatie te verschaffen waarom is verzocht bij een besluit op grond van artikel 48 ter;

ii) zich aan een onderzoek te onderwerpen en met name volledige vastleggingen, gegevens, procedures of enig ander verlangd materiaal over te leggen en andere informatie aan te vullen en te verbeteren die in het kader van een bij een besluit op grond van artikel 48 quater ingesteld onderzoek zijn verstrekt;

iii) zich aan een bij een besluit op grond van artikel 48 quinquies gelaste inspectie ter plaatse te onderwerpen.

2. Een dwangsom is effectief en evenredig. De dwangsom wordt opgelegd per dag vertraging.

3. Onverminderd het bepaalde in lid 2 bedraagt de dwangsom 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorafgaande boekjaar of, in het geval van natuurlijke personen, 2 % van de gemiddelde daginkomsten in het voorafgaande kalenderjaar. Zij wordt berekend vanaf de in het besluit tot oplegging van de dwangsom bepaalde datum.

4. Een dwangsom wordt opgelegd voor een periode van maximaal zes maanden vanaf de kennisgeving van het besluit van de ESMA. Na het verstrijken van die periode beziet de ESMA de maatregel opnieuw.

Artikel 48 nonies

Openbaarmaking, aard, tenuitvoerlegging en toewijzing van geldboeten en dwangsommen

1. De ESMA maakt alle overeenkomstig de artikelen 48 septies en 48 octies opgelegde geldboeten en dwangsommen openbaar, tenzij die openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou berokkenen aan de betrokken partijen. Die openbaarmaking bevat geen persoonsgegevens in de zin van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (*57).

2. Overeenkomstig de artikelen 48 septies en 48 octies opgelegde geldboeten en dwangsommen zijn bestuurlijk van aard.

3. Wanneer de ESMA besluit geen geldboeten of dwangsommen op te leggen, stelt zij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat hiervan in kennis en geeft zij de redenen voor haar besluit.

4. De overeenkomstig de artikelen 48 septies en 48 octies opgelegde geldboeten en dwangsommen zijn afdwingbaar.

De afdwinging verloopt volgens de procedureregels die van kracht zijn in de lidstaat of het derde land waar zij plaatsvindt.

5. De bedragen van de geldboeten en de dwangsommen worden toegewezen aan de algemene begroting van de Europese Unie.

Afdeling 3

Procedures en beroep

Artikel 48 decies

Procedureregels voor het nemen van toezichtsmaatregelen en het opleggen van geldboeten

1. Wanneer de ESMA bij het uitvoeren van haar taken op grond van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van feiten die één of meer van de in artikel 42, lid 1, onder a), genoemde inbreuken vormen, stelt de ESMA intern een onafhankelijke onderzoeksfunctionaris aan om de zaak te onderzoeken. De aangestelde functionaris is niet betrokken bij en is direct noch indirect betrokken geweest bij het toezicht op de benchmarks waarmee de inbreuk verband houdt, en vervult zijn taken onafhankelijk van de raad van toezichthouders van de ESMA.

2. De in lid 1 genoemde onderzoeksfunctionaris onderzoekt de aangevoerde inbreuken en neemt daarbij opmerkingen in aanmerking van de personen die voorwerp zijn van onderzoek, om daarna een volledig dossier met zijn bevindingen bij de raad van toezichthouders van de ESMA in te dienen.

3. Voor het verrichten van zijn taken kan de onderzoeksfunctionaris gebruikmaken van de bevoegdheid tot het verzoeken om informatie overeenkomstig artikel 48 ter en tot het uitvoeren van onderzoeken en inspecties ter plaatse overeenkomstig de artikelen 48 quater en 48 quinquies.

4. Bij het verrichten van die taken heeft de onderzoeksfunctionaris toegang tot alle documenten en informatie die de ESMA bij haar toezichtswerkzaamheden heeft vergaard.

5. De onderzoeksfunctionaris stelt, nadat hij zijn onderzoek heeft afgerond en voordat hij het dossier met zijn bevindingen bij de raad van toezichthouders van de ESMA indient, de personen die voorwerp zijn van onderzoek, in de gelegenheid over de onderzochte punten te worden gehoord. De onderzoeksfunctionaris baseert zijn bevindingen alleen op feiten ten aanzien waarvan de betrokken personen de gelegenheid hebben gehad opmerkingen te maken.

6. De rechten van verdediging van de personen die voorwerp zijn van onderzoek, worden volledig in acht genomen tijdens het op grond van dit artikel gevoerde onderzoek.

7. De onderzoeksfunctionaris stelt, nadat hij het dossier met zijn bevindingen bij de raad van toezichthouders van de ESMA heeft ingediend, de personen die voorwerp zijn van onderzoek, daarvan in kennis. De personen die voorwerp zijn van onderzoek, zijn gerechtigd toegang tot het dossier te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie die derden raakt.

8. De ESMA neemt, op basis van het dossier met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris en na de personen die voorwerp zijn van onderzoek, op hun verzoek overeenkomstig artikel 48 undecies te hebben gehoord, een besluit over de vraag of de personen die voorwerp zijn van onderzoek, al dan niet één of meer van de in artikel 42, lid 1, onder a), vermelde inbreuken hebben gemaakt, en in voorkomend geval neemt zij een toezichtsmaatregel overeenkomstig artikel 48 sexies en legt zij een geldboete op overeenkomstig artikel 48 septies.

9. De onderzoeksfunctionaris neemt niet deel aan de beraadslagingen van de raad van toezichthouders van de ESMA en mengt zich in het geheel niet in het besluitvormingsproces van de raad van toezichthouders van de ESMA.

10. De Commissie stelt uiterlijk op 1 oktober 2021 overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast tot nadere bepaling van de procedureregels voor de uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van geldboeten of dwangsommen, met inbegrip van bepalingen inzake de rechten van verdediging, bepalingen inzake termijnen en de inning van geldboeten of dwangsommen, en de verjaringstermijnen voor het opleggen en de tenuitvoerlegging van geldboeten en dwangsommen.

11. Wanneer de ESMA bij het uitvoeren van haar taken op grond van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het eventuele bestaan van strafbare feiten, verwijst zij de zaak voor strafrechtelijke vervolging naar de bevoegde nationale autoriteiten. Voorts ziet de ESMA af van het opleggen van geldboeten of dwangsommen wanneer een eerdere vrijspraak of veroordeling in een krachtens het nationale recht gevoerde strafprocedure wegens eenzelfde feit of in wezen gelijkaardige feiten reeds in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 48 undecies

Horen van de personen die voorwerp zijn van onderzoek

1. Voordat ESMA een besluit neemt overeenkomstig de artikelen 48 septies, 48 octies en 48 sexies, stelt zij de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid te worden gehoord met betrekking tot haar bevindingen. De ESMA doet haar besluiten slechts steunen op bevindingen ten aanzien waarvan de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken.

Het eerste lid is niet van toepassing indien dringende maatregelen overeenkomstig artikel 48 sexies vereist zijn om aanzienlijke en dreigende schade aan het financiële stelsel te voorkomen. In dat geval kan de ESMA een voorlopig besluit nemen en worden de betrokken personen zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.

2. De rechten van verdediging van de aan de procedure onderworpen personen worden volledig in acht genomen tijdens het onderzoek. Zij zijn gerechtigd toegang tot het dossier van de ESMA te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie of voor interne voorbereidende documenten van de ESMA.

Artikel 48 duodecies

Toetsing door het Hof van Justitie

Het Hof van Justitie heeft volledige rechtsmacht om besluiten van de ESMA waarbij een geldboete of een dwangsom wordt opgelegd, te toetsen. Het kan de opgelegde boete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.

Afdeling 4

Vergoedingen en delegatie

Artikel 48 terdecies

Toezichtsvergoedingen

1. De ESMA berekent de in artikel 40, lid 1, bedoelde beheerders vergoedingen overeenkomstig de ingevolge lid 3 van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen. De uitgaven van de ESMA die nodig zijn voor het toezicht op beheerders en voor de terugbetaling van alle kosten die de bevoegde autoriteiten bij het uitvoeren van hun werkzaamheden op grond van deze verordening kunnen maken, met name ingevolge overeenkomstig artikel 48 quaterdecies gedelegeerde taken, worden volledig door die vergoedingen gedekt.

2. Het bedrag van een individuele vergoeding die een beheerder wordt berekend, dekt alle door de ESMA voor haar activiteiten op het gebied van toezicht gemaakte administratieve kosten en is evenredig aan de omzet van de beheerder.

3. De Commissie stelt uiterlijk op 1 oktober 2021 overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen door de soorten vergoedingen, de aangelegenheden waarvoor een vergoeding verschuldigd is, de hoogte van de vergoedingen en de wijze waarop deze dienen te worden voldaan, nader te bepalen.

Artikel 48 quaterdecies

Delegatie van taken door de ESMA aan bevoegde autoriteiten

1. De ESMA kan, wanneer zulks voor de goede uitoefening van een toezichtstaak is vereist, overeenkomstig de op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 door de ESMA gepubliceerde richtsnoeren specifieke toezichtstaken aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat delegeren. Bij die specifieke toezichtstaken kan het met name gaan om de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 48 ter om informatie te verzoeken en om overeenkomstig de artikelen 48 quater en 48 quinquies onderzoeken en inspecties ter plaatse uit te voeren.

In afwijking van het in de eerste alinea bepaalde wordt de vergunningverlening voor cruciale benchmarks niet gedelegeerd.

2. Voordat een taak in overeenstemming met lid 1 wordt gedelegeerd, pleegt de ESMA met de betrokken bevoegde autoriteit overleg over:

a) de reikwijdte van de te delegeren taak;

b) het tijdschema voor het vervullen van de taak; en

c) het overdragen van de noodzakelijke informatie door en aan de ESMA.

3. In overeenstemming met de op grond van artikel 48 terdecies, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling vergoedt de ESMA een bevoegde autoriteit de kosten die zijn gemaakt als gevolg van het uitvoeren van gedelegeerde taken.

4. De ESMA evalueert delegaties overeenkomstig lid 1 op gezette tijden. Een delegatie van taken kan te allen tijde worden ingetrokken.

5. Het delegeren van taken laat de verantwoordelijkheid van de ESMA onverlet en beperkt de ESMA niet in haar mogelijkheden om ten aanzien van de gedelegeerde activiteit leiding te geven en toezicht uit te oefenen.

Artikel 48 quindecies

Overgangsmaatregelen met betrekking tot de ESMA

1. Alle bevoegdheden en taken met betrekking tot de toezichts- en handhavingsactiviteiten ten aanzien van in artikel 40, lid 1, genoemde beheerders die aan in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten zijn verleend, lopen af op 1 januari 2022. Die bevoegdheden en taken worden op diezelfde datum door de ESMA opgenomen.

2. Alle dossiers en werkdocumenten met betrekking tot de toezichts- en handhavingsactiviteiten ten aanzien van in artikel 40, lid 1, genoemde beheerders, met inbegrip van alle lopende onderzoeken en handhavingsmaatregelen, of gewaarmerkte kopieën daarvan, worden door de ESMA overgenomen op de in lid 1 van dit artikel genoemde datum.

Vergunningaanvragen door beheerders van een in artikel 20, lid 1, onder a) en c), bedoelde cruciale benchmark en erkenningsaanvragen overeenkomstig artikel 32 die bevoegde autoriteiten hebben ontvangen vóór 1 oktober 2021, worden evenwel niet aan de ESMA overgedragen, en het besluit tot vergunningverlening of tot erkenning wordt door de betrokken bevoegde autoriteit genomen.

3. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat alle bestaande bescheiden en werkdocumenten, of gewaarmerkte kopieën daarvan, zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 1 januari 2022 aan de ESMA worden overgedragen. Die bevoegde autoriteiten verlenen ook alle noodzakelijke bijstand en advies aan de ESMA om het effectief en efficiënt overdragen en aanvangen van de toezichts- en handhavingsactiviteiten ten aanzien van in artikel 40, lid 1, genoemde beheerders te vergemakkelijken.

4. De ESMA fungeert als de rechtsopvolger van de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten in alle bestuurlijke of gerechtelijke procedures die voortvloeien uit toezichts- en handhavingsactiviteiten die door die bevoegde autoriteiten zijn verricht met betrekking tot aangelegenheden die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen.

5. Vergunningen van beheerders van een in artikel 20, lid 1, onder a) en c), bedoelde cruciale benchmark en erkenningen overeenkomstig artikel 32 die door bevoegde autoriteiten als bedoeld in lid 1 van dit artikel zijn afgegeven, blijven ook na de bevoegdheidsoverdracht aan de ESMA geldig.

(*57) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).“;"

20) artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:

a) het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis. De in artikel 30, lid 2 bis, artikel 30, lid 3 bis, artikel 48 decies, lid 10, en artikel 48 terdecies, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 30 december 2019.“;

b) lid 3 wordt vervangen door:

„3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 2, artikel 13, lid 2 bis, artikel 19 bis, lid 2, artikel 19 quater, lid 1, artikel 20, lid 6, artikel 24, lid 2, artikel 27, lid 2 ter, artikel 30, lid 2 bis, artikel 30, lid 3 bis, artikel 33, lid 7, artikel 48 decies, lid 10, artikel 48 terdecies, lid 3, artikel 51, lid 6, en artikel 54, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.“;

c) lid 6 wordt vervangen door:

„6. Een overeenkomstig artikel 3, lid 2, artikel 13, lid 2 bis, artikel 19 bis, lid 2, artikel 19 quater, lid 1, artikel 20, lid 6, artikel 24, lid 2, artikel 27, lid 2 ter, artikel 30, lid 2 bis, artikel 30, lid 3 bis, artikel 33, lid 7, artikel 48 decies, lid 10, artikel 48 terdecies, lid 3, artikel 51, lid 6, of artikel 54, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en aan de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zal maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.“;

21) artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:

„Artikel 53

Evaluaties door de ESMA

1. De ESMA streeft naar de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese toezichtscultuur en consistente toezichtspraktijken en zorgt voor een consistente aanpak door de bevoegde autoriteiten wat de toepassing van artikel 33 betreft. Hiertoe worden de bekrachtigingen overeenkomstig artikel 33 om de twee jaar door de ESMA geëvalueerd.

De ESMA brengt een advies uit aan elke bevoegde autoriteit die een benchmark uit een derde land heeft bekrachtigd, waarbij wordt beoordeeld hoe die bevoegde autoriteit de relevante vereisten van artikel 33 en de vereisten van enige relevante gedelegeerde handeling en technische reguleringsnormen of technische uitvoeringsnormen op basis van deze verordening toepast.

2. De ESMA heeft de bevoegdheid om van een bevoegde autoriteit gedocumenteerd bewijs te verlangen voor besluiten die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 51, lid 2, eerste alinea, en artikel 25, lid 2, alsmede voor maatregelen genomen met betrekking tot de handhaving van artikel 24, lid 1.“.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen