Art. 3 Verordening (EU) 2019/2175, Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1095/2010

Verordening (EU) 2019/2175

Verordening (EU) nr. 1095/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1) artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a) de leden 2 en 3 worden vervangen door:

„2. De Autoriteit handelt overeenkomstig de haar bij deze verordening toegekende bevoegdheden en binnen het toepassingsgebied van de Richtlijnen 97/9/EG, 98/26/EG, 2001/34/EG, 2002/47/EG, 2004/109/EG en 2009/65/EG, Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (*39), Verordening (EG) nr. 1060/2009, Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (*40) en Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad (*41), en voor zover die handelingen van toepassing zijn op ondernemingen die beleggingsdiensten verrichten of voor instellingen voor collectieve beleggingen die hun rechten van deelneming of aandelen aanbieden en de bevoegde autoriteiten die toezicht op hen uitoefenen, de desbetreffende onderdelen van de Richtlijnen 2002/87/EG en 2002/65/EG, met inbegrip van alle op die handelingen gebaseerde richtlijnen, verordeningen en besluiten en alle andere juridisch bindende Uniehandelingen waarmee taken aan de Autoriteit worden opgedragen.

De Autoriteit draagt bij tot de werkzaamheden van de bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (*42) opgerichte Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Bankautoriteit) met betrekking tot de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (*43) en Verordening (EU) nr. 1093/2010. De Autoriteit beslist over haar toestemming overeenkomstig artikel 9 bis, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

3. De Autoriteit handelt op het werkterrein van financiëlemarktdeelnemers wat betreft onderwerpen die niet rechtstreeks onder de in lid 2 bedoelde wetgevingshandelingen vallen, onder meer op het vlak van governance, auditing en financiële verslaglegging, rekening houdend met duurzame bedrijfsmodellen en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren, op voorwaarde dat dergelijk optreden nodig is om de effectieve en consistente toepassing van deze handelingen te waarborgen. De Autoriteit neemt ook gepaste maatregelen op het vlak van overnamebiedingen, clearing en afwikkeling en derivaten.

(*39) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1)."

(*40) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349)."

(*41) Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12)."

(*42) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12)."

(*43) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).“;"

b) het volgende lid wordt ingevoegd:

„3 bis. Deze verordening is van toepassing onverminderd andere Uniehandelingen waarmee de taken van vergunningverlening of toezicht en de daarbij behorende bevoegdheden aan de Autoriteit worden toevertrouwd.“;

c) lid 5 wordt als volgt gewijzigd:

i) de eerste alinea wordt als volgt gewijzigd:

— het inleidende gedeelte wordt vervangen door:

„5. De doelstelling van de Autoriteit is de collectieve belangen te beschermen door bij te dragen aan de stabiliteit en doeltreffendheid van het financiële stelsel op de korte, middellange en lange termijn, in het belang van de economie, de burgers en het bedrijfsleven van de Unie. De Autoriteit draagt, met inachtneming van haar respectieve bevoegdheden, bij tot:“;

— de punten e) en f) worden vervangen door:

„e) het waarborgen van passende regulering en passend toezicht met betrekking tot het nemen van beleggingsrisico’s en andere risico’s,

f) het verbeteren van de bescherming van cliënten en beleggers,“;

— het volgende punt wordt toegevoegd:

„g) het bevorderen van meer convergentie op het gebied van toezicht op de interne markt.“;

ii) de tweede alinea wordt vervangen door:

„Te dien einde draagt de Autoriteit bij aan het verzekeren van de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in lid 2 van dit artikel genoemde handelingen, bevordert zij de convergentie op het gebied van het toezicht en verstrekt zij adviezen aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Commissie in overeenstemming met artikel 16 bis.“;

iii) de vierde alinea wordt vervangen door:

„Bij de uitvoering van haar taken handelt de Autoriteit onafhankelijk, objectief en op niet-discriminerende en transparante wijze in het belang van de Unie als geheel, en eerbiedigt zij, waar relevant, het evenredigheidsbeginsel. De Autoriteit legt verantwoording af en handelt integer en zorgt ervoor dat alle belanghebbenden billijk worden behandeld.“;

iv) de volgende alinea wordt toegevoegd:

„De inhoud en vorm van de acties en maatregelen van de Autoriteit, met name richtsnoeren, aanbevelingen, adviezen, vragen en antwoorden, ontwerpen van reguleringsnormen en ontwerpen van uitvoeringsnormen nemen de toepasselijke bepalingen van deze verordening en van de in lid 2 genoemde wetgevingshandelingen volledig in acht. Voor zover toegestaan en relevant op grond van die bepalingen, houden de acties en maatregelen van de Autoriteit, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, terdege rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico’s die inherent zijn aan de activiteiten van een financiëlemarktdeelnemer, een onderneming, een andere partij of een financiële activiteit, die door de acties en maatregelen van de Autoriteit worden geraakt.“;

d) het volgende lid wordt toegevoegd:

„6. De Autoriteit stelt, als een integrerend onderdeel van de Autoriteit, een commissie in die haar adviseert over de vraag hoe, met volledige inachtneming van de toepasselijke voorschriften, in haar activiteiten en maatregelen rekening moet worden gehouden met specifieke verschillen die in de sector bestaan met betrekking tot de aard, omvang en complexiteit van de risico’s, de bedrijfsmodellen en praktijken, alsook de grootte van financiële instellingen en van markten voor zover dergelijke factoren op grond van de betrokken voorschriften relevant zijn.“;

2) artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. De Autoriteit maakt deel uit van een Europees Systeem voor financieel toezicht (European system of financial supervision - ESFS). Het hoofddoel van het ESFS is erop toe te zien dat de regels die van toepassing zijn op de financiële sector naar behoren worden uitgevoerd teneinde de financiële stabiliteit te bewaren en te zorgen voor vertrouwen in het financiële stelsel als geheel, met doeltreffende en voldoende bescherming voor cliënten van financiële diensten.“;

b) lid 4 wordt vervangen door:

„4. Krachtens het beginsel van loyale samenwerking overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) werken de partijen bij het ESFS met vertrouwen en met het volste wederzijdse respect samen, met name om te zorgen voor een stroom van passende en betrouwbare informatie tussen hen onderling en van de Autoriteit naar het Europees Parlement, naar de Raad en naar de Commissie.“;

c) aan lid 5 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Onverminderd nationale bevoegdheden omvatten verwijzingen in deze verordening naar toezicht alle relevante activiteiten van alle bevoegde autoriteiten die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen moeten worden uitgevoerd.“;

3) artikel 3 wordt vervangen door:

„Artikel 3

Verantwoordingsplicht van de Autoriteiten

1. De in artikel 2, lid 2, onder a) tot en met d), bedoelde Autoriteiten leggen verantwoording af aan het Europees Parlement en aan de Raad.

2. In overeenstemming met artikel 226 VWEU verleent de Autoriteit haar volledige medewerking aan het Europees Parlement tijdens ieder onderzoeken dat op grond van dat artikel wordt uitgevoerd.

3. De raad van toezichthouders stelt een jaarverslag over de werkzaamheden van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, vast en doet dit verslag uiterlijk op 15 juni van ieder jaar toekomen aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan de Commissie, aan de Rekenkamer en aan het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.

4. Op verzoek van het Europees Parlement neemt de voorzitter deel aan een hoorzitting voor het Europees Parlement over de prestaties van de Autoriteit. Een hoorzitting wordt ten minste jaarlijks gehouden. De voorzitter legt een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoordt desgevraagd door de leden van het Europees Parlement gestelde vragen.

5. Indien daarom wordt verzocht en ten minste 15 dagen voordat hij de in lid 4 bedoelde verklaring aflegt, brengt de voorzitter schriftelijk verslag uit aan het Europees Parlement over de werkzaamheden van de Autoriteit.

6. Naast de informatie bedoeld in de artikelen 11 tot en met 18 en in de artikelen 20 en 33, bevat het verslag tevens alle door het Europees Parlement ad hoc opgevraagde relevante informatie.

7. De Autoriteit antwoordt mondeling of schriftelijk op de door het Europees Parlement of de Raad tot haar gerichte vragen, en dat binnen vijf weken na ontvangst van een vraag.

8. Desgevraagd voert de voorzitter achter gesloten deuren met de voorzitter, de ondervoorzitters en de coördinatoren van de bevoegde commissie van het Europees Parlement vertrouwelijke mondelinge besprekingen. Alle deelnemers nemen het beroepsgeheim in acht.

9. Onverminderd haar uit deelname aan internationale fora voortvloeiende vertrouwelijkheidsverplichtingen, informeert de Autoriteit het Europees Parlement desgevraagd over haar bijdrage aan een eendrachtige, gemeenschappelijke, consistente en effectieve vertegenwoordiging van de belangen van de Unie op die internationale fora.“;

4) in artikel 4, punt 3, wordt punt ii) vervangen door:

„ii) wat Richtlijn 2002/65/EG betreft, de autoriteiten en organen bevoegd voor het doen naleven van de voorschriften van die richtlijnen door de ondernemingen die beleggingsdiensten verrichten en door de instellingen voor collectieve beleggingen die hun rechten van deelneming of aandelen aanbieden;“;

5) aan artikel 7 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De locatie van de zetel van de Autoriteit is niet van invloed op de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de Autoriteit, de opzet van haar beheersstructuur, de werking van haar centrale organisatie of de belangrijkste financiering van haar activiteiten, en maakt het, in voorkomend geval, mogelijk dat administratieve ondersteunende diensten en bedrijfsondersteuningsdiensten die geen verband houden met de kerntaken van de Autoriteit, met andere agentschappen van de Unie worden gedeeld.“;

6) artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt a) wordt vervangen door:

„a) op basis van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen bijdragen tot de invoering van kwalitatief hoogstaande gemeenschappelijke regulerings- en toezichtsnormen en -praktijken, met name door het ontwikkelen van ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en andere maatregelen, waaronder adviezen;“;

ii) het volgende punt wordt ingevoegd:

„a bis)

opstellen en actueel houden van een Uniehandboek voor het toezicht op financiëlemarktdeelnemers in de Unie waarin beste praktijken en hoogstaande methodologieën en werkwijzen worden beschreven en rekening wordt gehouden met onder meer veranderende bedrijfspraktijken en bedrijfsmodellen, alsook met de grootte van financiëlemarktdeelnemers en van markten;“;

iii) punt b) wordt vervangen door:

„b) bijdragen tot de consistente toepassing van juridisch bindende handelingen van de Unie, met name door tot een gemeenschappelijke toezichtscultuur bij te dragen, de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen te verzekeren, reguleringsarbitrage te voorkomen, onafhankelijkheid van toezichthouders te bevorderen en te monitoren, bij meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten te bemiddelen en een schikking te treffen, een doeltreffend en consistent toezicht op financiëlemarktdeelnemers en een coherente werking van de colleges van toezichthouders te waarborgen en maatregelen te nemen in onder meer noodsituaties;“;

iv) de punten e) tot en met h) worden vervangen door:

„e) organiseren en verrichten van collegiale toetsingen van bevoegde autoriteiten en in dat verband richtsnoeren en aanbevelingen bekendmaken en beste praktijken vaststellen, met de bedoeling de consistentie in de toezichtsresultaten te verhogen;

f) monitoren en beoordelen van marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied, onder meer, waar relevant, van ontwikkelingen met betrekking tot trends in innovatieve financiële diensten, waarbij terdege rekening wordt gehouden met ontwikkelingen in verband met ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren;

g) verrichten van marktanalyses om aan te tonen dat de Autoriteit zich van haar taken heeft gekweten;

h) bevorderen, in voorkomend geval, van de bescherming van consumenten en beleggers, in het bijzonder met betrekking tot tekortkomingen in een grensoverschrijdende context en rekening houdend met de daaraan gerelateerde risico’s;“;

v) het volgende punt wordt ingevoegd:

„i bis)

bijdragen tot de ontwikkeling van een gemeenschappelijke strategie van de Unie met betrekking tot financiële gegevens;“;

vi) het volgende punt wordt ingevoegd:

„k bis)

op haar website publiceren, en regelmatig bijwerken, van alle technische reguleringsnormen, technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en vragen en antwoorden voor elke in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandeling, met inbegrip van overzichten van de stand van zaken ten aanzien van de werkzaamheden en de tijdsplanning van de goedkeuring van ontwerpen van technische reguleringsnormen en ontwerpen van technische uitvoeringsnormen.“;

vii) punt l) wordt geschrapt;

b) het volgende lid wordt ingevoegd:

„1 bis. Bij het uitvoeren van haar taken in overeenstemming met deze verordening:

a) maakt de Autoriteit volledig gebruik van de haar ter beschikking staande bevoegdheden;

b) houdt de Autoriteit met inachtneming van de doelstelling om de veiligheid en soliditeit van de financiëlemarktdeelnemers te waarborgen, naar behoren rekening met de diverse soorten financiëlemarktdeelnemers, hun bedrijfsmodellen en hun omvang; en

c) houdt de Autoriteit rekening met technologische innovatie, innovatieve en houdbare bedrijfsmodellen, en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren.“;

c) lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) de volgende punten worden ingevoegd:

„c bis)

aanbevelingen te doen, als bedoeld in artikel 29 bis;“,

„d bis)

waarschuwingen te geven overeenkomstig artikel 9, lid 3;“;

ii) punt g) wordt vervangen door:

„g) adviezen te verstrekken aan het Europees Parlement, aan de Raad of aan de Commissie als bepaald in artikel 16 bis;“;

iii) de volgende punten worden ingevoegd:

„g bis)

vragen op antwoorden te verstrekken, zoals bepaald in artikel 16 ter;

g ter)

maatregelen te nemen in overeenstemming met artikel 9 bis;“;

d) het volgende lid wordt toegevoegd:

„3. Bij de uitvoering van de in lid 1 bedoelde taken en bij de uitoefening van de in lid 2 bedoelde bevoegdheden handelt de Autoriteit op basis van en binnen de grenzen van het wetgevingskader en houdt zij terdege rekening met de beginselen van evenredigheid, voor zover relevant, en betere regelgeving, alsmede met de resultaten van de kosten-batenanalyses overeenkomstig deze verordening.

De openbare raadplegingen als bedoeld in de artikelen 10, 15, 16 en 16 bis worden op een zo breed mogelijk schaal gehouden om een inclusieve benadering ten opzichte van alle belanghebbenden te waarborgen en bieden belanghebbenden een redelijke termijn om te reageren. De Autoriteit maakt een samenvatting bekend van de van belanghebbenden ontvangen input en geeft een overzicht van de manier waarop de tijdens de raadplegingen verzamelde informatie en standpunten zijn gebruikt in een ontwerp van technische reguleringsnorm en een ontwerp van technische uitvoeringsnorm.“;

7) artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt a) wordt vervangen door:

„a) het verzamelen en analyseren van en het verslag uitbrengen over consumententrends, zoals de ontwikkeling van de kosten en lasten van financiële diensten en producten voor consumenten in de lidstaten;“;

ii) de volgende punten worden ingevoegd:

„a bis)

het uitvoeren van diepgaande thematische onderzoeken naar marktgedragingen, waarbij wordt gewerkt aan het opbouwen van een gemeenschappelijk begrip van marktpraktijken om potentiële problemen in kaart te brengen en de impact ervan te analyseren;

a ter)

het ontwikkelen van retailrisico-indicatoren om mogelijke oorzaken van schade voor consumenten en beleggers tijdig te identificeren;“;

iii) de volgende punten worden toegevoegd:

„e) bij te dragen tot een gelijk speelveld op de interne markt, waar consumenten en andere gebruikers van financiële diensten gelijke toegang hebben tot financiële diensten en producten;

f) in voorkomend geval, het coördineren van „mystery shopping“-activiteiten van bevoegde autoriteiten.“;

b) lid 2 wordt vervangen door:

„2. De Autoriteit monitort nieuwe en bestaande financiële activiteiten en kan richtsnoeren vaststellen en aanbevelingen doen om de veiligheid en de soliditeit van markten en de convergentie en doeltreffendheid van regulerings- en toezichtspraktijken te bevorderen.“;

c) de leden 4 en 5 worden vervangen door:

„4. De Autoriteit stelt, als een integrerend onderdeel van de Autoriteit, een commissie consumentenbescherming en financiële innovatie in, waarin alle betrokken bevoegde autoriteiten en autoriteiten voor consumentenbescherming zitting hebben, om de consumentenbescherming te versterken, te komen tot een gecoördineerde benadering ten aanzien van de regulering voor en het toezicht op nieuwe of innovatieve financiële activiteiten, en adviezen aan te leveren welke de Autoriteit aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Commissie verstrekt. De Autoriteit werkt nauw samen met het Europees Comité voor gegevensbescherming ingesteld door Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (*44), om dubbel werk, inconsistenties en rechtsonzekerheid op het gebied van gegevensbescherming te voorkomen. De Autoriteit kan ook nationale autoriteiten voor gegevensbescherming uitnodigen als waarnemers in die commissie.

5. De Autoriteit kan het in de handel brengen, de distributie of de verkoop van bepaalde financiële producten, instrumenten of activiteiten tijdelijk verbieden of beperken als deze cliënten of consumenten aanzienlijke financiële schade zouden kunnen berokkenen of een bedreiging vormen voor de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële systeem van de Unie of een deel ervan in de gevallen die gespecificeerd zijn en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen of, indien dit in een noodsituatie vereist is, overeenkomstig artikel 18 en onder de daarin bepaalde voorwaarden.

De Autoriteit evalueert het in de eerste alinea bedoelde besluit met passende tussenpozen en ten minste om de zes maanden. Na ten minste twee opeenvolgende verlengingen en op basis van een passende analyse die erop gericht is de impact op de cliënt of consument te beoordelen, kan de Autoriteit besluiten het verbod met periodes van een jaar te verlengen.

Een lidstaat kan de Autoriteit verzoeken haar besluit te heroverwegen. In dat geval beslist de Autoriteit, overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, tweede alinea, of dat besluit gehandhaafd blijft.

De Autoriteit kan ook beoordelen of het nodig is bepaalde soorten financiële activiteiten of praktijken te verbieden of te beperken en, wanneer die noodzaak bestaat, de Commissie en de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis stellen om de vaststelling van dergelijke verboden of beperkingen te vergemakkelijken.

(*44) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).“;"

8) het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 9 bis

Geen-actiebrieven

1. De Autoriteit neemt de in lid 2 van dit artikel genoemde maatregelen alleen in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer zij van oordeel is dat de toepassing van een van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen of van op die wetgevingshandelingen gebaseerde gedelegeerde of uitvoeringshandelingen waarschijnlijk tot aanzienlijke problemen zal leiden, om een van de volgende redenen:

a) de Autoriteit is van oordeel dat bepalingen in die handeling rechtstreeks in strijd kunnen zijn met een andere relevante handeling;

b) wanneer de handeling een van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen is, het ontbreken van gedelegeerde of uitvoeringshandelingen die de betrokken handeling zouden aanvullen of specificeren, zou gewettigde twijfel over de uit de wetgevingshandeling voortvloeiende rechtsgevolgen of de correcte toepassing ervan doen rijzen;

c) het ontbreken van richtsnoeren en aanbevelingen als bedoeld in artikel 16 zou aanleiding geven tot praktische moeilijkheden bij de toepassing van de betrokken wetgevingshandeling.

2. In de in lid 1 genoemde gevallen doet de Autoriteit de bevoegde autoriteiten en de Commissie een uitvoerige schriftelijke beschrijving toekomen van de problemen die er volgens haar bestaan.

In de in lid 1, onder a) en b), bedoelde gevallen verstrekt de Autoriteit de Commissie een advies over een door haar passend geacht optreden, in de vorm van een nieuw wetgevingsvoorstel of een voorstel voor een nieuwe gedelegeerde of uitvoeringshandeling, en over de urgentie die naar het oordeel van de Autoriteit aan het probleem is verbonden. De Autoriteit maakt haar advies openbaar.

In het in lid 1, onder c), van dit artikel bedoelde geval evalueert de Autoriteit zo snel mogelijk de noodzaak om ter zake richtsnoeren of aanbevelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 16.

De Autoriteit handelt met bekwame spoed, met name om bij te dragen aan het zo mogelijk voorkomen van de problemen als bedoeld in lid 1.

3. Wanneer zulks nodig is in de in lid 1 bedoelde gevallen, en in afwachting van de vaststelling en toepassing van nieuwe maatregelen na de in lid 2 bedoelde stappen, brengt de Autoriteit adviezen uit met betrekking tot specifieke bepalingen van de in lid 1 bedoelde handelingen om bij te dragen aan consistente, efficiënte en effectieve toezichts- en handhavingspraktijken en om een gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van Unierecht te bevorderen.

4. Wanneer de Autoriteit op basis van de informatie die zij heeft ontvangen, met name van bevoegde autoriteiten, van oordeel is dat een van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen of een op die wetgevingshandelingen gebaseerde gedelegeerde of uitvoeringshandeling aanzienlijke uitzonderlijke problemen doet rijzen met betrekking tot marktvertrouwen, de bescherming van cliënten of beleggers, de ordelijke werking en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten, of de stabiliteit van het geheel of een deel van het financiële stelsel in de Unie, doet zij de bevoegde autoriteiten en de Commissie schriftelijk zonder onnodige vertraging een uitvoerige beschrijving toekomen van de problemen die er volgens haar bestaan. De Autoriteit kan de Commissie een advies verschaffen over een door haar passend geacht optreden, in de vorm van een nieuw wetgevingsvoorstel of een voorstel voor een nieuwe gedelegeerde of uitvoeringshandeling, en over de urgentie van het probleem. De Autoriteit maakt haar advies openbaar.“.

9) Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) de eerste alinea wordt vervangen door:

„1. Wanneer het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 290 VWEU aan de Commissie de bevoegdheid overdragen om door middel van gedelegeerde handelingen technische reguleringsnormen vast te stellen teneinde consistente harmonisatie te waarborgen op de gebieden die specifiek in de in artikel 1, lid 2, van deze verordening genoemde wetgevingshandelingen zijn vastgesteld, kan de Autoriteit ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen. De Autoriteit legt haar ontwerpen van technische reguleringsnormen ter vaststelling aan de Commissie voor. De Autoriteit doet deze ontwerpen van technische reguleringsnormen tegelijkertijd ter informatie toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.“;

ii) de derde alinea wordt vervangen door:

„Alvorens ontwerpen van technische reguleringsnormen bij de Commissie in te dienen, houdt de Autoriteit openbare raadplegingen daarover en analyseert zij de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses sterk buiten verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van de ontwerpen van technische reguleringsnormen in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Autoriteit het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.“;

iii) de vierde alinea wordt geschrapt;

iv) de vijfde en zesde alinea worden vervangen door:

„Binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische reguleringsnorm besluit de Commissie of zij het ontwerp vaststelt. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad tijdig op de hoogte wanneer het besluit tot vaststelling niet binnen de termijn van drie maanden kan worden genomen. De Commissie kan besluiten het ontwerp van technische reguleringsnorm slechts gedeeltelijk of gewijzigd vast te stellen indien het belang van de Unie dit vereist.

Indien de Commissie voornemens is een ontwerp van technische reguleringsnorm niet, slechts gedeeltelijk of in gewijzigde vorm vast te stellen, zendt zij het terug naar de Autoriteit en motiveert zij waarom zij het niet vaststelt of motiveert zij haar wijzigingen. De Commissie doet het Europees Parlement en de Raad een kopie van dit schrijven toekomen. Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, en deze in de vorm van een formeel advies opnieuw aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.“;

b) lid 2 wordt vervangen door:

„2. Indien de Autoriteit binnen de termijn vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen geen ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie een dergelijk ontwerp binnen een nieuwe termijn verlangen. De Autoriteit stelt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie tijdig op de hoogte van het feit dat zij de nieuwe termijn niet in acht zal nemen.“;

c) in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

„De Commissie houdt openbare raadplegingen over ontwerpen van technische reguleringsnormen en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses niet in een evenredige verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van de ontwerpen van technische reguleringsnormen in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Commissie het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.“;

d) lid 4 wordt vervangen door:

„4. De technische reguleringsnormen worden vastgesteld door middel van verordeningen of besluiten. De woorden „technische reguleringsnorm“ komen voor in de titel van deze verordeningen of besluiten. Die normen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden op de daarin vermelde datum in werking.“;

10) in artikel 13, lid 1, wordt de tweede alinea geschrapt;

11) artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a) de leden 1 en 2 worden vervangen door:

„1. Wanneer het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 291 VWEU uitvoeringsbevoegdheden toekennen aan de Commissie voor de vaststelling van technische uitvoeringsnormen door middel van uitvoeringshandelingen op de gebieden die specifiek in de in artikel 1, lid 2, van deze verordening genoemde wetgevingshandelingen zijn bepaald, kan de Autoriteit ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen. De technische uitvoeringsnormen zijn van technische aard, houden geen strategische beslissingen of beleidskeuzen in en bepalen inhoudelijk de voorwaarden voor de toepassing van die handelingen. De Autoriteit legt haar ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter vaststelling aan de Commissie voor. De Autoriteit doet deze technische normen tegelijkertijd ter informatie toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.

Alvorens ontwerpen van technische uitvoeringsnormen bij de Commissie in te dienen, houdt de Autoriteit openbare raadplegingen daarover en analyseert zij de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses sterk buiten verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van de ontwerpen van technische reguleringsnormen in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Autoriteit het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.

Binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische uitvoeringsnorm besluit de Commissie of zij dit ontwerp vaststelt. De Commissie kan die termijn met één maand verlengen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad tijdig op de hoogte van het feit dat het besluit tot vaststelling niet binnen de termijn van drie maanden kan worden genomen. De Commissie kan besluiten het ontwerp van technische uitvoeringsnorm slechts gedeeltelijk of gewijzigd vast te stellen indien het belang van de Unie dit vereist.

Indien de Commissie voornemens is het ontwerp van technische uitvoeringsnorm niet, slechts gedeeltelijk of in gewijzigde vorm vast te stellen, zendt zij het terug naar de Autoriteit en motiveert zij waarom zij niet voornemens is het vast te stellen of motiveert zij haar wijzigingen. De Commissie doet het Europees Parlement en de Raad een kopie van dit schrijven toekomen. Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische uitvoeringsnormen wijzigen op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, en dit in de vorm van een formeel advies opnieuw aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vierde alinea genoemde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, of een ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend dat niet is gewijzigd op een manier die strookt met de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, kan de Commissie de technische uitvoeringsnorm vaststellen met de wijzigingen die zij relevant acht, dan wel de norm verwerpen.

De Commissie mag de inhoud van een door de Autoriteit opgesteld ontwerp van technische uitvoeringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

2. Indien de Autoriteit binnen de termijn vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen geen ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie een dergelijk ontwerp binnen een nieuwe termijn verlangen. De Autoriteit stelt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie tijdig op de hoogte van het feit dat zij de nieuwe termijn niet in acht zal nemen.“;

b) in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

„De Commissie houdt openbare raadplegingen over ontwerpen van technische uitvoeringsnormen en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses niet in een evenredige verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Commissie het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.“;

c) lid 4 wordt vervangen door:

„4. De technische uitvoeringsnormen worden vastgesteld door middel van verordeningen of besluiten. De woorden „technische uitvoeringsnorm“ komen voor in de titel van deze verordeningen of besluiten. Die normen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden op de daarin vermelde datum in werking.“;

12) artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a) de leden 1 en 2 worden vervangen door:

„1. Met het oog op het invoeren van consistente, efficiënte en effectieve toezichtspraktijken binnen het ESFS en het verzekeren van de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht brengt de Autoriteit tot alle bevoegde autoriteiten of alle financiëlemarktdeelnemers gerichte richtsnoeren uit en brengt zij tot één of meer bevoegde autoriteiten of tot één of meer financiëlemarktdeelnemers gerichte aanbevelingen uit.

De richtsnoeren en aanbevelingen zijn in overeenstemming met de bevoegdheden die zijn overgedragen bij de in artikel 1, lid 2, of in dit artikel genoemde wetgevingshandelingen.

2. De Autoriteit houdt, waar passend, openbare raadplegingen over de richtsnoeren en aanbevelingen die zij uitbrengt, en analyseert de potentiële kosten en baten van het uitbrengen van deze richtsnoeren en aanbevelingen. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de richtsnoeren of aanbevelingen. Ook wint de Autoriteit, waar passend, het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten. Wanneer de Autoriteit geen openbare raadplegingen uitvoert of geen advies inwint van de Stakeholdergroep effecten en markten, maakt zij de redenen hiervoor kenbaar.“;

b) het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis. Richtsnoeren en aanbevelingen vormen niet slechts een verwijzing naar of een kopie van elementen van wetgevingshandelingen. Voordat zij een nieuw richtsnoer of een nieuwe aanbeveling uitbrengt, herziet de Autoriteit eerst bestaande richtsnoeren en aanbevelingen om overlapping te voorkomen.“;

c) lid 4 wordt vervangen door:

„4. In het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag stelt de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in kennis van de gegeven richtsnoeren en aanbevelingen.“;

13) de volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 16 bis

Adviezen

1. De Autoriteit kan op verzoek van het Europees Parlement, van de Raad of van de Commissie, of op eigen initiatief, aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie adviezen verstrekken over alle aangelegenheden die verband houden met haar bevoegdheidsgebied.

2. Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een openbare raadpleging of een technische analyse omvatten.

3. Met betrekking tot de prudentiële beoordelingen van fusies en overnames die onder de werkingssfeer van Richtlijn 2014/65/EU vallen en waarvoor, op grond van die richtlijn, overleg tussen bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten vereist is, kan de Autoriteit, op verzoek van een van de betrokken bevoegde autoriteiten, een advies uitbrengen en bekendmaken over een prudentiële beoordeling, behalve wat betreft de criteria genoemd in artikel 13, lid 1, onder e), van Richtlijn 2014/65/EU. Het advies wordt terstond uitgebracht, maar hoe dan ook vóór het einde van de beoordelingsperiode overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU.

4. Op verzoek van het Europees Parlement, van de Raad of van de Commissie, kan de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van technisch advies voorzien op de gebieden als bedoeld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen.

Artikel 16 ter

Vragen en antwoorden

1. Onverminderd lid 5 van dit artikel kunnen vragen in verband met de praktische toepassing of uitvoering van bepalingen van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen of hiermee verband houdende gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, alsmede richtsnoeren en aanbevelingen die op grond van die wetgevingshandelingen zijn aangenomen, bij de Autoriteit worden ingediend door natuurlijke of rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten en instellingen en organen van de Unie, in een van de officiële talen van de Unie.

Alvorens een vraag in te dienen bij de Autoriteit, gaan financiëlemarktdeelnemers na of zij de vraag in de eerste plaats aan hun bevoegde autoriteit moeten voorleggen.

Alvorens antwoorden op ontvankelijke vragen te publiceren, kan de Autoriteit om verdere verduidelijking verzoeken met betrekking tot de vragen die de in dit lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon heeft gesteld.

2. De antwoorden van de Autoriteit op in lid 1 bedoelde vragen zijn niet-bindend. Die antwoorden worden ten minste in de taal waarin de vraag is gesteld, beschikbaar gesteld.

3. De Autoriteit ontwikkelt en onderhoudt een onlinehulpmiddel op haar website voor het indienen van vragen en het tijdig bekendmaken van alle ontvangen vragen en alle antwoorden op alle overeenkomstig lid 1 ontvankelijke vragen, tenzij de bekendmaking hiervan strijdig is met het rechtmatige belang van die personen of risico’s voor de stabiliteit van het financiële stelsel zou inhouden. De Autoriteit kan vragen afwijzen die zij niet voornemens is te beantwoorden. Afgewezen vragen worden gedurende twee maanden door de Autoriteit op haar website bekendgemaakt.

4. Drie stemgerechtigde leden van de raad van toezichthouders kunnen de raad van toezichthouders verzoeken om op grond van artikel 44 te besluiten of het onderwerp van de in lid 1 van dit artikel bedoelde ontvankelijke vraag wordt behandeld in richtsnoeren op grond van artikel 16, om advies in te winnen van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep, om vragen en antwoorden op gezette tijden opnieuw te bezien, om een openbare raadpleging te houden of om mogelijke gerelateerde kosten en baten te analyseren. Deze raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, aard en impact van de betrokken ontwerpvragen en -antwoorden of tot de specifieke urgentie van de zaak. In geval van betrokkenheid van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep geldt er een verplichting tot vertrouwelijkheid.

5. De Autoriteit geleidt vragen die de uitlegging van Unierecht vereisen, door naar de Europese Commissie. De Autoriteit maakt door de Europese Commissie gegeven antwoorden bekend.“;

14) artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) de eerste alinea wordt vervangen door:

„2. Op verzoek van een of meer bevoegde autoriteiten, van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Stakeholdergroep effecten en markten, of op eigen initiatief, met inbegrip wanneer dit is gebaseerd op naar behoren gestaafde informatie van natuurlijke of rechtspersonen, en na de betrokken bevoegde autoriteit op de hoogte te hebben gebracht, geeft de Autoriteit aan hoe zij in de zaak te werk zal gaan en, in voorkomend geval, de aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht zal onderzoeken.

ii) de volgende alinea’s worden toegevoegd:

„Onverminderd de in de artikel 35 vastgestelde bevoegdheden kan de Autoriteit, na de betrokken bevoegde autoriteit te hebben ingelicht, een goed onderbouwd en met redenen omkleed verzoek om informatie rechtstreeks richten aan andere bevoegde autoriteiten, telkens als de aan de betrokken bevoegde autoriteit gevraagde informatie ontoereikend is gebleken of ontoereikend wordt geacht om de informatie te verkrijgen die nodig wordt geacht voor het onderzoek van een aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht.

De adressaat van dit soort verzoek verschaft de Autoriteit zonder onnodige vertraging duidelijke, correcte en volledige informatie.“;

b) het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis. Onverminderd haar bevoegdheden op grond van deze verordening en voordat zij een aanbeveling uitbrengt als uiteengezet in lid 3, treedt de Autoriteit, wanneer zij dit passend acht om een oplossing te vinden voor een inbreuk op Unierecht, in overleg met de betrokken bevoegde autoriteiten om te proberen tot overeenstemming te komen over de vraag welke maatregelen nodig zijn om de bevoegde autoriteit aan het Unierecht te laten voldoen.“;

c) de leden 6 en 7 worden vervangen door:

„6. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie overeenkomstig artikel 258 VWEU kan, ingeval een bevoegde autoriteit het in lid 4 van dit artikel bedoelde formeel advies niet binnen de daarin bepaalde termijn naleeft en het nodig is deze niet-naleving tijdig te verhelpen om neutrale concurrentievoorwaarden op de markt te behouden of te herstellen of de ordelijke werking en de integriteit van het financiële stelsel te verzekeren, de Autoriteit, indien de toepasselijke eisen van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening genoemde wetgevingshandelingen op financiëlemarktdeelnemers rechtstreeks toepasselijk zijn, een tot een financiëlemarktdeelnemer gericht individueel besluit nemen op grond waarvan de financiëlemarktdeelnemer alle nodige maatregelen dient te nemen om te voldoen aan zijn verplichtingen volgens het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van zijn activiteiten.

Het besluit van de Autoriteit is in overeenstemming met het door de Commissie ingevolge lid 4 uitgebrachte formeel advies.

7. In overeenstemming met lid 6 vastgestelde besluiten hebben voorrang op eerdere besluiten die door de bevoegde autoriteiten over dezelfde aangelegenheid zijn vastgesteld.

Bij het nemen van maatregelen met betrekking tot aangelegenheden die onderworpen zijn aan een formeel advies ingevolge lid 4 of aan een besluit ingevolge lid 6, conformeren de bevoegde autoriteiten zich aan het formeel advies of het besluit, al naargelang het geval.“;

15) het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 17 bis

Bescherming van melders

1. De Autoriteit beschikt over speciaal daartoe bestemde meldingskanalen voor de ontvangst en behandeling van informatie die wordt verstrekt door een natuurlijke of rechtspersoon die daadwerkelijke of potentiële inbreuken, rechtsmisbruik, of de niet-toepassing van het Unierecht meldt.

2. De natuurlijke of rechtspersonen die via deze kanalen melden, zijn, in voorkomend geval, in overeenstemming met de richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad (*45) (1)tegen vergelding beschermd.

3. De Autoriteit zorgt ervoor dat alle informatie geanonimiseerd of vertrouwelijk en veilig kan worden gemeld. Indien de Autoriteit van oordeel is dat de gemelde informatie bewijs of significante aanwijzingen van een wezenlijke inbreuk bevat, geeft zij feedback aan de persoon die de melding doet.

(*45) Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17).“;"

(1) PB: gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in te voegen die in document PE-CONS 78/1/2019 REV 1 (2018/0106 (COD)) is opgenomen, en in de asteriskvoetnoot het nummer, de datum en de PB-referentie van die richtlijn."

16) Artikel 18, lid 3, wordt vervangen door:

„3. Ingeval de Raad een besluit heeft vastgesteld ingevolge lid 2 van dit artikel, alsook in uitzonderlijke gevallen waarin gecoördineerde actie van bevoegde autoriteiten noodzakelijk is om het hoofd te bieden aan ongunstige ontwikkelingen die de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het geheel of een deel van het financiële stelsel in de Unie of de bescherming van cliënten en beleggers ernstig in gevaar kunnen brengen, kan de Autoriteit individuele besluiten nemen op grond waarvan bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen de nodige maatregelen dienen te nemen om deze ontwikkelingen aan te pakken door te verzekeren dat financiëlemarktdeelnemers en bevoegde autoriteiten aan de in die wetgevingshandelingen vastgestelde eisen voldoen.“;

17) artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. In de gevallen die zijn gespecificeerd in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en onverminderd de in artikel 17 vastgestelde bevoegdheden, kan de Autoriteit de bevoegde autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming volgens de procedure van de leden 2 tot en met 4 van dit artikel in één van de volgende omstandigheden:

a) op verzoek van één of meer betrokken bevoegde autoriteiten wanneer een bevoegde autoriteit het oneens is met de procedure of de inhoud van een optreden, voorgenomen optreden of het niet-optreden van een andere bevoegde autoriteit;

b) in de gevallen waarin de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen erin voorzien dat de Autoriteit op eigen initiatief bijstand kan verlenen, wanneer op basis van objectieve redenen een verschil van mening tussen bevoegde autoriteiten kan worden geconstateerd.

In de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen een gezamenlijk besluit moeten nemen, en waarin op grond van deze handelingen de Autoriteit de betrokken bevoegde autoriteiten op eigen initiatief kan bijstaan bij het bereiken van overeenstemming volgens de procedure van de leden 2 tot en met 4 van dit artikel, wordt een verschil van mening geacht te bestaan wanneer die autoriteiten binnen de in die handelingen bepaalde termijnen geen gezamenlijk besluit nemen.“;

b) de volgende leden worden ingevoegd:

„1 bis. De betrokken bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit in de volgende gevallen zonder onnodige vertraging in kennis van het feit dat geen overeenstemming is bereikt:

a) wanneer een termijn voor het bereiken van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen, en een van de volgende gebeurtenissen plaatsvindt:

i) de termijn is verstreken; of

ii) ten minste twee betrokken bevoegde autoriteiten concluderen, op basis van objectieve redenen, dat er een verschil van mening bestaat;

b) wanneer geen termijn voor het bereiken van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen, en een van de volgende gebeurtenissen plaatsvindt:

i) ten minste twee betrokken bevoegde autoriteiten concluderen, op basis van objectieve redenen, dat er een verschil van mening bestaat; of

ii) twee maanden zijn verstreken sinds de datum van ontvangst door een bevoegde autoriteit van een verzoek van een andere bevoegde autoriteit om een bepaalde actie te ondernemen om aan die handelingen te voldoen, en de aangezochte autoriteit heeft nog geen besluit genomen om aan dat verzoek te voldoen.

1 ter. De voorzitter beoordeelt of de Autoriteit dient te handelen in overeenstemming met lid 1. Wanneer de Autoriteit op eigen initiatief ingrijpt, stelt de Autoriteit de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van haar besluit betreffende het ingrijpen.

In afwachting van het besluit van de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 4, stellen alle bevoegde autoriteiten in de gevallen waarin op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen een gezamenlijk besluit moet worden genomen, hun individuele besluiten uit. Wanneer de Autoriteit besluit te handelen, stellen alle bij het gezamenlijke besluit betrokken bevoegde autoriteiten hun besluiten uit totdat de in de leden 2 en 3 van dit artikel beschreven procedure is afgerond.“;

c) lid 3 wordt vervangen door:

„3. Wanneer de betrokken bevoegde autoriteiten er niet in geslaagd zijn tijdens de in lid 2 bedoelde verzoeningsfase tot overeenstemming te komen, kan de Autoriteit een besluit nemen waarin wordt verlangd dat die bevoegde autoriteiten specifieke maatregelen nemen of van het nemen van bepaalde maatregelen afzien om de zaak te regelen, en om de naleving van het Unierecht te garanderen. Het besluit van de Autoriteit is bindend voor de betrokken bevoegde autoriteiten. In het besluit van de Autoriteit kan van bevoegde autoriteiten worden verlangd dat zij een door hen vastgesteld besluit herroepen of wijzigen of dat zij gebruikmaken van de bevoegdheden waarover zij op grond van het desbetreffende Unierecht beschikken.“;

d) het volgende lid wordt ingevoegd:

„3 bis. De Autoriteit stelt de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van het feit dat de procedures volgens de leden 2 en 3 zijn afgerond, samen met, in voorkomend geval, het op grond van lid 3 genomen besluit.“;

e) lid 4 wordt vervangen door:

„4. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie op grond van artikel 258 VWEU, kan de Autoriteit, wanneer een bevoegde autoriteit het besluit van de Autoriteit niet naleeft en daardoor niet verzekert dat een financiëlemarktdeelnemer voldoet aan de eisen die krachtens de in artikel 1, lid 2, van deze verordening genoemde wetgevingshandelingen rechtstreeks op hem van toepassing zijn, een tot die financiëlemarktdeelnemer gericht individueel besluit nemen waarin wordt verlangd dat die financiëlemarktdeelnemer alle nodige maatregelen neemt om te voldoen aan zijn verplichtingen op grond van het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van zijn activiteiten.“;

18) artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. De Autoriteit bevordert en monitort, binnen haar bevoegdheden, de efficiënte, effectieve en consistente werking van de colleges van toezichthouders indien die bij de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen zijn opgericht en bevordert de consistente en coherente toepassing van het Unierecht door alle colleges van toezichthouders. Teneinde te komen tot convergentie wat betreft beste praktijken inzake toezicht, bevordert de Autoriteit gemeenschappelijke toezichtsplannen en gezamenlijke onderzoeken, en heeft het personeel van de Autoriteit volledige participatierechten in de colleges van toezichthouders en kan het als zodanig deelnemen aan de activiteiten van de colleges van toezichthouders, inclusief inspecties ter plaatse, die gezamenlijk door twee of meer bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd.“;

b) lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) de eerste alinea wordt vervangen door:

„2. De Autoriteit geeft leiding bij het waarborgen van de consistente en coherente werking van de colleges van toezichthouders voor grensoverschrijdende instellingen in de gehele Unie, rekening houdend met het systeemrisico dat de in artikel 23 bedoelde financiëlemarktdeelnemers opleveren, en belegt zo nodig een vergadering van een college.“;

ii) in de derde alinea wordt punt b) vervangen door:

„b) Uniebrede stresstests overeenkomstig artikel 32 initiëren en coördineren om de veerkracht van financiëlemarktdeelnemers, met name het systeemrisico dat de in artikel 23 bedoelde financiëlemarktdeelnemers opleveren, bij ongunstige marktontwikkelingen te beoordelen, en een beoordeling te verrichten van de mogelijkheid dat het systeemrisico dat belangrijke financiëlemarktdeelnemers kunnen opleveren, toeneemt in stresssituaties, waarbij ervoor wordt gezorgd dat op nationaal niveau bij het houden van dergelijke tests een consistente methode wordt gevolgd, en indien nodig, aan de bevoegde autoriteit een aanbeveling wordt gericht om problemen aan te pakken die bij de stresstest aan het licht zijn gekomen, onder meer een aanbeveling om specifieke evaluaties uit te voeren; zij kan de bevoegde autoriteiten aanbevelen inspecties ter plaatse uit te voeren en kan deelnemen aan dergelijke inspecties ter plaatse om de vergelijkbaarheid en betrouwbaarheid van de methoden, praktijken en resultaten van de Uniebrede beoordelingen te waarborgen;“;

c) lid 3 wordt vervangen door:

„3. De Autoriteit kan ontwerpen van reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, overeenkomstig de machtigingen die zijn vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen, en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15, opstellen om te zorgen voor uniforme toepassingsvoorwaarden voor de bepalingen betreffende de operationele werking van colleges van toezichthouders. De Autoriteit kan overeenkomstig artikel 16 richtsnoeren en aanbevelingen uitvaardigen ter bevordering van de convergentie bij de werking van het toezicht en de door de colleges van toezichthouders aangenomen beste praktijken.“;

19) artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door:

„Algemene bepalingen inzake systeemrisico’s“;

b) lid 4 wordt vervangen door:

„4. De Autoriteit kan op verzoek van een of meer bevoegde autoriteiten, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, of op eigen initiatief, een onderzoek verrichten naar een welbepaalde soort financiële activiteit, product of gedraging teneinde mogelijke bedreigingen van de integriteit van de financiële markten, van de stabiliteit van het financiële stelsel of van de bescherming van cliënten of beleggers te beoordelen.

Na een overeenkomstig de eerste alinea gevoerd onderzoek kan de raad van toezichthouders de betrokken bevoegde autoriteiten passende aanbevelingen voor maatregelen doen.

Daartoe kan de Autoriteit gebruikmaken van de bevoegdheden die haar krachtens deze verordening, met inbegrip van artikel 35, zijn verleend.“;

20) in artikel 23 wordt lid 1 vervangen door:

„1. De Autoriteit stelt, in overleg met het ESRB, criteria vast voor de vaststelling en meting van systeemrisico, alsook een adequate regeling voor stresstests die een beoordeling omvat van de mogelijkheid dat het systeemrisico dat financiële instellingen opleveren of dat voor financiëlemarktdeelnemers ontstaat, waaronder het potentiële milieugerelateerde systeemrisico, in stresssituaties toeneemt. De financiëlemarktdeelnemers die een systeemrisico kunnen opleveren, worden onderworpen aan een scherper toezicht en, voor zover nodig, de herstel- en afwikkelingsprocedures bedoeld in artikel 25.“;

21) in artikel 27, lid 2, wordt de tweede alinea geschrapt;

22) artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) de volgende punten worden ingevoegd:

„a bis)

bepalen van de strategische toezichtsprioriteiten van de Unie overeenkomstig artikel 29 bis;“;

a ter)

opzetten van coördinatiegroepen overeenkomstig artikel 45 ter voor het bevorderen van toezichtsconvergentie en het in kaart brengen van beste praktijken;“;

ii) punt b) wordt vervangen door:

„b) bevorderen van een effectieve bilaterale en multilaterale uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten, met betrekking tot alle relevante thema’s, met inbegrip van cyberveiligheid en cyberaanvallen, met volledige inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake geheimhouding en gegevensbescherming waarin door de desbetreffende wetgevingshandelingen van de Unie wordt voorzien;“;

iii) punt e) wordt vervangen door:

„e) opzetten van sectorale en sectoroverschrijdende opleidingsprogramma’s, onder meer over technologische innovatie, vergemakkelijken van de uitwisseling van personeelsleden en de bevoegde autoriteiten aanmoedigen om intensiever gebruik te maken van detacheringsregelingen en andere instrumenten;“;

iv) het volgende punt wordt ingevoegd:

„f) invoeren van een monitoringsysteem voor de beoordeling van wezenlijke ecologische, sociale en governancegerelateerde risico’s, rekening houdend met de Overeenkomst van Parijs binnen het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering.“;

b) lid 2 wordt vervangen door:

„2. De Autoriteit kan, in voorkomend geval, nieuwe praktische instrumenten en convergentiehulpmiddelen ontwikkelen ter bevordering van gemeenschappelijke toezichtsbenaderingen en -praktijken.

Om een gemeenschappelijke toezichtscultuur tot stand te brengen, ontwikkelt en actualiseert de Autoriteit een Uniehandboek voor het toezicht op financiële instellingen in de Unie, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico’s, bedrijfspraktijken, bedrijfsmodellen en de grootte van financiële instellingen en van markten, met inbegrip van veranderingen, door technologische innovatie, van financiëlemarktdeelnemers en markten. In het Unietoezichtshandboek worden beste praktijken beschreven en hoogkwalitatieve methodieken en werkwijzen gespecificeerd.

De Autoriteit houdt, in voorkomend geval, openbare raadplegingen over de in lid 1, onder a), genoemde adviezen en over de in dit lid genoemde hulpmiddelen en instrumenten. Zij analyseert, indien passend, ook de mogelijke kosten en baten daarvan. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de adviezen of hulpmiddelen en instrumenten. Ook wint de Autoriteit, in voorkomend geval, het standpunt of advies in van de Stakeholdergroep effecten en markten.“;

23) het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 29 bis

Strategische toezichtsprioriteiten van de Unie

Na een bespreking in de raad van toezichthouders en rekening houdend met de bijdragen van de bevoegde autoriteiten, bestaande werkzaamheden van de instellingen van de Unie en de analyse, waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB, bepaalt de Autoriteit ten minste om de drie jaar en uiterlijk op 31 maart maximaal twee prioriteiten van Uniebreed belang die toekomstige ontwikkelingen en tendensen weerspiegelen. De bevoegde autoriteiten houden bij de opstelling van hun werkprogramma’s rekening met die prioriteiten en stellen de Autoriteit daarvan in kennis. De Autoriteit bespreekt de relevante activiteiten die in het daaropvolgende jaar moeten worden verricht door de bevoegde autoriteiten en trekt conclusies. De Autoriteit bespreekt mogelijke vervolgmaatregelen, waartoe onder meer richtsnoeren, aanbevelingen aan bevoegde autoriteiten, en collegiale toetsingen, op het betrokken gebied kunnen behoren.

De door de Autoriteit bepaalde strategische prioriteiten van Uniebreed belang beletten de bevoegde autoriteiten niet om hun beste praktijken toe te passen en in te spelen op hen betreffende aanvullende prioriteiten en ontwikkelingen; er wordt rekening gehouden met nationale bijzonderheden.“;

24) artikel 30 wordt vervangen door:

„Artikel 30

Collegiale toetsingen van bevoegde autoriteiten

1. De Autoriteit voert periodiek collegiale toetsingen van sommige of alle activiteiten van bevoegde autoriteiten uit om de consistentie en de doeltreffendheid van de toezichtsresultaten verder te versterken. Daartoe ontwikkelt de Autoriteit methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking van de aan toetsing onderworpen bevoegde autoriteiten mogelijk te maken. Bij de planning en uitvoering van collegiale toetsingen wordt rekening gehouden met beschikbare informatie en reeds uitgevoerde evaluaties betreffende de betrokken bevoegde autoriteit, met inbegrip van alle relevante overeenkomstig artikel 35 aan de Autoriteit verschafte informatie, en met alle relevante informatie van stakeholders.

2. Voor de toepassing van dit artikel richt de Autoriteit ad-hoccommissie voor collegiale toetsing op, die uit personeelsleden van de Autoriteit en leden van de bevoegde autoriteiten bestaan. De commissies voor collegiale toetsing worden voorgezeten door een personeelslid van de Autoriteit. De voorzitter stelt, na raadpleging van de raad van bestuur en na een open oproep tot deelname, de voorzitter en de leden van een commissie voor collegiale toetsing voor, die de goedkeuring krijgen van de raad van toezichthouders. Het voorstel wordt geacht te zijn goedgekeurd, tenzij de raad van toezichthouders binnen tien dagen nadat de voorzitter dit voorstel heeft gedaan, een besluit vaststelt om het te verwerpen.

3. De collegiale toetsing omvat een beoordeling van onder meer, maar niet beperkt tot:

a) de adequaatheid van de middelen, de mate van onafhankelijkheid en de governanceregelingen van de bevoegde autoriteit, vooral met het oog op de effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en de capaciteit om op marktontwikkelingen te reageren;

b) de doeltreffendheid en de mate van convergentie die in de toepassing van het Unierecht en in de toezichtspraktijk, daaronder begrepen de op grond van de artikelen 10 tot en met 16 vastgestelde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren en aanbevelingen, is bereikt, en de mate waarin de toezichtspraktijk de in het Unierecht vastgestelde doelstellingen bereikt;

c) de toepassing van door bevoegde autoriteiten ontwikkelde beste praktijken waarvan de aanneming voor andere bevoegde autoriteiten nuttig kan zijn;

d) de effectiviteit en de mate van convergentie die bereikt worden met betrekking tot de handhaving van de bepalingen die zijn goedgekeurd ter uitvoering van het Unierecht, met inbegrip van de bestuursrechtelijke sancties en andere bestuursrechtelijke maatregelen die zijn ingesteld jegens personen die verantwoordelijkheid dragen voor het niet-naleven van die bepalingen.

4. De Autoriteit legt een verslag met de uitkomsten van de collegiale toetsing voor. Dat verslag inzake collegiale toetsing wordt opgesteld door de commissie voor collegiale toetsing en wordt overeenkomstig artikel 44, lid 4, door de raad van toezichthouders aangenomen. Bij de opstelling van dat verslag wordt de raad van bestuur door de commissie voor collegiale toetsing geraadpleegd om de consistentie met andere verslagen inzake collegiale toetsing te behouden en voor een gelijk speelveld te zorgen. De raad van bestuur gaat met name na of de methodiek op dezelfde manier is toegepast. Het verslag geeft toelichting en vermeldt welke vervolgmaatregelen in aansluiting op de collegiale toetsing passend, evenredig en noodzakelijk worden geacht. Die follow-upmaatregelen kunnen worden genomen in de vorm van richtsnoeren en aanbevelingen krachtens artikel 16 en adviezen krachtens artikel 29, lid 1, onder a).

Overeenkomstig artikel 16, lid 3, stellen de bevoegde autoriteiten alles in het werk om aan die richtsnoeren en aanbevelingen te voldoen.

Bij het opstellen van ontwerpen van technische reguleringsnormen of technische uitvoeringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 of van richtsnoeren of aanbevelingen overeenkomstig artikel 16 houdt de Autoriteit rekening met het resultaat van de collegiale toetsing, alsmede met alle andere informatie die de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, om te zorgen voor convergentie in de richting van de toezichtspraktijken van de hoogste kwaliteit.

5. De Autoriteit legt de Commissie een advies voor wanneer zij, gelet op de uitkomst van de collegiale toetsing of andere informatie die de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, van oordeel is dat verdere harmonisering van de Unieregels die gelden voor financiëlemarktdeelnemers of voor bevoegde autoriteiten, noodzakelijk zou zijn vanuit het oogpunt van de Unie.

6. De Autoriteit legt twee jaar na de publicatie van het verslag van collegiale toetsing een vervolgverslag voor. Het vervolgverslag wordt opgesteld door de commissie voor collegiale toetsing en wordt overeenkomstig artikel 44, lid 4, door de raad van toezichthouders aangenomen. Bij de opstelling van dat verslag wordt de raad van bestuur door de commissie voor collegiale toetsing geraadpleegd om de consistentie met andere vervolgverslagen te behouden. Het vervolgverslag omvat een beoordeling van onder meer, maar niet beperkt tot, de adequaatheid en doeltreffendheid van de door de bevoegde autoriteiten ondernomen acties waarop de collegiale toetsing van toepassing is in antwoord op de vervolgmaatregelen van het verslag van collegiale toetsing.

7. De commissie voor collegiale toetsing identificeert, na raadpleging van de bevoegde autoriteiten waarop de collegiale toetsing van toepassing is, de met redenen omklede belangrijkste bevindingen van de collegiale toetsing. De Autoriteit maakt de met redenen omklede belangrijkste bevindingen van de collegiale toetsing en van het in lid 6 bedoelde vervolgverslag bekend. Wanneer de met redenen omklede belangrijkste bevindingen van de Autoriteit verschillen van die welke de commissie voor collegiale toetsing heeft vastgesteld, zendt de Autoriteit, op vertrouwelijke basis, de bevindingen van de commissie voor collegiale toetsing aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Commissie. Wanneer een bevoegde autoriteit waarop collegiale de toetsing van toepassing is, bezorgd is dat de bekendmaking van de met redenen omklede belangrijkste bevindingen van de Autoriteit een risico zou inhouden voor de stabiliteit van het financiële stelsel, beschikt zij over de mogelijkheid om de zaak aan de raad van toezichthouders voor te leggen. De raad van toezichthouders kan besluiten die uittreksels niet bekend te maken.

8. Voor de toepassing van dit artikel doet de raad van bestuur een voorstel voor een werkplan voor collegiale toetsingen voor de volgende twee jaar, waarin onder meer rekening wordt gehouden met de uit de vorige collegiale toetsingen getrokken lessen en met de besprekingen van in artikel 45 ter bedoelde coördinatiegroepen. Het werkplan voor collegiale toetsingen vormt een apart onderdeel van het jaarlijkse en het meerjarenwerkprogramma. Het wordt openbaar gemaakt. In dringende gevallen of bij onvoorziene gebeurtenissen kan de Autoriteit besluiten aanvullende collegiale toetsingen uit te voeren.“;

25) artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a) de eerste alinea wordt vervangen door:

„1. De Autoriteit vervult een algemene coördinerende rol tussen bevoegde autoriteiten, met name in omstandigheden waar ongunstige ontwikkelingen de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie in gevaar kunnen brengen.“;

b) de tweede alinea wordt als volgt gewijzigd:

i) de aanhef wordt vervangen door:

„2. De Autoriteit bevordert een gecoördineerde reactie van de Unie, onder meer door:“;

ii) punt e) wordt vervangen door:

„e) passende maatregelen te treffen in geval van ontwikkelingen die de werking van de financiële markten in gevaar kunnen brengen met het oog op de coördinatie van acties van de relevante bevoegde autoriteiten;“;

iii) het volgende punt wordt ingevoegd:

„e bis)

passende maatregelen te treffen om acties van de relevante bevoegde autoriteiten te coördineren om de markttoetreding te faciliteren van marktdeelnemers of producten die gebruikmaken van technologische innovatie;“;

c) het volgende lid wordt toegevoegd:

„3. Teneinde bij te dragen aan de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese benadering ten aanzien van technologische innovatie bevordert de Autoriteit toezichtsconvergentie, in voorkomend geval met de steun van de commissie consumentenbescherming en financiële innovatie, om de markttoetreding te faciliteren van marktdeelnemers of producten die gebruikmaken van technologische innovatie, en met name via de uitwisseling van informatie en beste praktijken. Waar nodig kan de Autoriteit richtsnoeren of aanbevelingen in overeenstemming met artikel 16 vaststellen.“;

26) de volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 31 bis

Uitwisseling van informatie over deskundigheid en betrouwbaarheid

De Autoriteit zet samen met de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Bankautoriteit) en met de Europese Toezichthoudende Autoriteit (de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) een systeem op voor de uitwisseling van informatie die relevant is voor de beoordeling door de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen van de deskundigheid en betrouwbaarheid van houders van gekwalificeerde deelnemingen, bestuurders en sleutelfunctionarissen van financiëlemarktdeelnemers.

Artikel 31 ter

Coördinerende functie met betrekking tot orders, transacties en activiteiten met aanzienlijke grensoverschrijdende effecten

Wanneer een bevoegde autoriteit beschikt over bewijzen of duidelijke aanwijzingen uit verschillende bronnen die doen vermoeden dat orders, transacties of andere activiteiten met aanzienlijke grensoverschrijdende effecten de ordelijke werking en de integriteit van financiële markten of de financiële stabiliteit in de Unie in het gedrang brengen, stelt zij de Autoriteit daarvan onverwijld in kennis en verschaft zij de relevante informatie. De Autoriteit kan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de verdachte activiteit heeft plaatsgevonden, een advies geven over passende follow-up.“;

27) artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door:

„Beoordeling van marktontwikkelingen, met inbegrip van stresstests“;

b) lid 1 wordt vervangen door:

„1. De Autoriteit monitort en beoordeelt de marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied en brengt waar nodig de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), het ESRB en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op de hoogte van de relevante microprudentiële trends, potentiële risico’s en kwetsbare punten. De Autoriteit neemt in haar beoordelingen een analyse op van de markten waarop financiëlemarktdeelnemers opereren, en een beoordeling van de gevolgen van mogelijke marktontwikkelingen voor die financiëlemarktdeelnemers.“;

c) lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) het inleidende deel wordt vervangen door:

„2. De Autoriteit initieert en coördineert Uniebrede beoordelingen van de veerkracht van financiëlemarktdeelnemers bij ongunstige marktontwikkelingen. Hiertoe ontwikkelt zij:“;

ii) punt a) wordt vervangen door:

„a) gemeenschappelijke methoden voor het beoordelen van het effect van economische scenario’s op de financiële positie van een financiëlemarktdeelnemer, rekening houdend met onder meer risico’s afkomstig van schadelijke ecologische ontwikkelingen;“;

iii) het volgende punt wordt ingevoegd:

„a bis)

gemeenschappelijke methoden voor het vaststellen welke financiëlemarktdeelnemers moeten worden opgenomen in de Uniebrede beoordelingen;“;

iv) het volgende punt wordt toegevoegd:

„d) gemeenschappelijke methoden ter beoordeling van het effect van ecologische risico’s op de financiële stabiliteit van financiëlemarktdeelnemers.“;

v) de volgende alinea wordt toegevoegd:

„Voor de toepassing van dit lid werkt de Autoriteit samen met het ESRB.“;

d) in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:

„3. Onverminderd de in Verordening (EU) nr. 1092/2010 vastgestelde taken van het ESRB verstrekt de Autoriteit eenmaal per jaar, en waar nodig vaker, aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan de Commissie en aan het ESRB beoordelingen van trends, potentiële risico’s en kwetsbare punten op haar bevoegdheidsgebied, in combinatie met de in artikel 22, lid 2, van deze verordening bedoelde indicatoren.“;

28) artikel 33 wordt vervangen door:

„Artikel 33

Internationale betrekkingen, waaronder gelijkwaardigheid

1. Onverminderd de respectieve bevoegdheden van de lidstaten en van de instellingen van de Unie kan de Autoriteit contacten ontwikkelen met regelgevende en toezichthoudende autoriteiten, internationale organisaties en overheden van derde landen, en met hen administratieve regelingen sluiten. Deze regelingen scheppen geen wettelijke verplichtingen voor de Unie en voor haar lidstaten, noch beletten zij lidstaten en hun bevoegde autoriteiten om bilaterale of multilaterale regelingen te sluiten met die derde landen.

Wanneer een derde land, overeenkomstig een van kracht zijnde gedelegeerde handeling die de Commissie heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849, is opgenomen in de lijst van rechtsgebieden die in hun nationale regelgeving ter bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering strategische tekortkomingen vertonen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Unie, gaat de Autoriteit geen administratieve regelingen aan met de regelgevende en toezichthoudende autoriteiten van dat derde land. Een en ander sluit andere vormen van samenwerking tussen de Autoriteit en de respectieve autoriteiten van derde landen om dreigingen voor het financiële stelsel van de Unie te verminderen, niet uit.

2. De Autoriteit verleent de Commissie bijstand bij het opstellen van gelijkwaardigheidsbesluiten met betrekking tot regulerings- en toezichtsregelgeving in derde landen na een specifiek verzoek om advies van de Commissie of wanneer zij op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen daartoe verplicht is.

3. De Autoriteit monitort, met bijzondere aandacht voor de gevolgen ervan voor de financiële stabiliteit, de integriteit van de markt, de bescherming van beleggers en de werking van de interne markt, de relevante ontwikkelingen op het gebied van regulering en toezicht en handhavingspraktijken en marktontwikkelingen in derde landen, voor zover deze van belang zijn voor risicogebaseerde gelijkwaardigheidsbeoordelingen, waarvoor gelijkwaardigheidsbesluiten door de Commissie zijn vastgesteld op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen.

Voorts gaat zij na of de criteria op basis waarvan die gelijkwaardigheidsbesluiten zijn genomen en de daarin bepaalde voorwaarden, nog steeds vervuld zijn.

De Autoriteit kan contacten onderhouden met relevante autoriteiten in derde landen. De Autoriteit dient bij het Europees Parlement, bij de Raad, bij de Commissie, bij de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Bankautoriteit) en bij de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) een vertrouwelijk verslag in met een samenvatting van de bevindingen inzake haar monitoringactiviteiten van alle gelijkwaardige derde landen. Het verslag is met name gericht op de gevolgen voor de financiële stabiliteit, marktintegriteit, beleggersbescherming of de werking van de interne markt.

Wanneer de Autoriteit in de in dit lid bedoelde derde landen relevante ontwikkelingen op het gebied van regulering en toezicht of handhavingspraktijken constateert die van invloed kunnen zijn op de financiële stabiliteit van de Unie of van één of meer van haar lidstaten, op de integriteit van de markt, de bescherming van beleggers of de werking van de interne markt, stelt zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan vertrouwelijk en zonder onnodige vertraging in kennis.

4. Onverminderd de specifieke voorwaarden bepaald in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en volgens de voorwaarden van de tweede zin van lid 1, werkt de Autoriteit, waar mogelijk, samen met de betrokken bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het regulerings- en toezichtskader als gelijkwaardig zijn erkend. In beginsel verloopt die samenwerking op basis van administratieve regelingen die met de desbetreffende autoriteiten van die derde landen zijn aangegaan. Bij de onderhandelingen over die administratieve regelingen neemt de Autoriteit bepalingen over de volgende punten op:

a) de mechanismen waarmee de Autoriteit relevante informatie kan krijgen, onder meer informatie over het reguleringsregime, de toezichtsbenadering, relevante marktontwikkelingen en veranderingen die van invloed kunnen zijn op het gelijkwaardigheidsbesluit;

b) voor zover vereist voor de follow-up van die gelijkwaardigheidsbesluiten, de procedures voor het coördineren van toezichtsactiviteiten, met inbegrip van, waar nodig, inspecties ter plaatse.

De Autoriteit stelt de Commissie in kennis wanneer een bevoegde autoriteit van een derde land weigert dit soort administratieve regelingen aan te gaan of wanneer deze weigert om daadwerkelijk mee te werken.

5. De Autoriteit kan modellen voor administratieve regelingen uitwerken, met het oog op de totstandbrenging van coherente, efficiënte en effectieve toezichtspraktijken binnen de Unie en de versterking van de coördinatie van het internationale toezicht. De bevoegde autoriteiten stellen alles in het werk om die modelregelingen te volgen.

In het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag neemt de Autoriteit informatie op over de administratieve regelingen die zijn overeengekomen met toezichthoudende autoriteiten, internationale organisaties of overheidsdiensten in derde landen, over de bijstand die de Autoriteit aan de Commissie heeft verleend bij de voorbereiding van gelijkwaardigheidsbesluiten en over de monitoring door de Autoriteit in overeenstemming met lid 3 van dit artikel.

6. De Autoriteit draagt, binnen haar bevoegdheden op grond van deze verordening en van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen, bij aan een eendrachtige, gemeenschappelijke, consistente en effectieve vertegenwoordiging van de belangen van de Unie in internationale fora.“;

29) artikel 34 wordt geschrapt;

30) artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 3 wordt geschrapt;

b) de leden 4 en 5 worden vervangen door:

„4. Bij ontvangst van een tot de Autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB bespreekt de Autoriteit die waarschuwing of die aanbeveling tijdens de volgende vergadering van de raad van toezichthouders of, indien passend, voordien, teneinde de implicaties van een dergelijke waarschuwing of aanbeveling voor de vervulling van haar taken te beoordelen en een eventuele follow-up uit te voeren.

Zij neemt, volgens de toepasselijke besluitvormingsprocedure, een besluit over alle maatregelen die moeten worden genomen overeenkomstig de haar bij deze verordening verleende bevoegdheden voor de behandeling van de in de waarschuwingen en de aanbevelingen aangewezen kwesties.

Indien de Autoriteit aan een waarschuwing of aanbeveling geen gevolg geeft, motiveert zij dit voor het ESRB. Het ESRB stelt het Europees Parlement daarvan in kennis overeenkomstig artikel 19, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1092/2010. Het ESRB stelt ook de Raad daarvan op de hoogte.

5. Bij ontvangst van een tot een bevoegde autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB kan de Autoriteit, in voorkomend geval, van de haar bij deze verordening verleende bevoegdheden gebruikmaken om een tijdige follow-up te verzekeren.

Een adressaat die voornemens is de aanbeveling van het ESRB niet op te volgen, omkleedt zijn voornemen met redenen die hij voorlegt aan en bespreekt met de raad van toezichthouders.

Indien de bevoegde autoriteit, overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1092/2010, het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het ESRB van de door haar in antwoord op een aanbeveling van het ESRB genomen maatregelen in kennis stelt, houdt zij naar behoren rekening met de zienswijzen van de raad van toezichthouders.“;

c) lid 6 wordt geschrapt;

31) artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

a) de leden 2 en 3 worden vervangen door:

„2. De Stakeholdergroep effecten en markten is samengesteld uit 30 leden. Het gaat hierbij om:

a) 13 leden die op evenwichtige wijze de financiëlemarktdeelnemers vertegenwoordigen die in de Unie opereren;

b) 13 leden die vertegenwoordigers van werknemers van financiëlemarktdeelnemers die in de Unie opereren, consumenten, gebruikers van financiële diensten en vertegenwoordigers van het mkb vertegenwoordigen; en

c) vier leden die onafhankelijke vooraanstaande academici zijn.

3. De leden van de Stakeholdergroep effecten en markten worden na een open en transparante selectieprocedure door de raad van toezichthouders aangesteld. Bij het nemen van zijn besluit verzekert de raad van toezichthouders, voor zover mogelijk, een passende weerspiegeling van de diversiteit van de sector effecten en markten, van de geografische en genderbalans en van de vertegenwoordiging van stakeholders uit de gehele Unie. De leden van de Stakeholdergroep effecten en markten worden geselecteerd op basis van hun kwalificaties, vaardigheden, relevante kennis en bewezen deskundigheid.“;

b) het volgende lid wordt ingevoegd:

„3 bis. De leden van de Stakeholdergroep effecten en markten kiezen een voorzitter van die groep uit de leden. Het voorzitterschap wordt bekleed voor een periode van twee jaar.

Het Europees Parlement mag de voorzitter van de Stakeholdergroep effecten en markten uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en desgevraagd door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden.“;

c) in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:

„4. De Autoriteit verstrekt, met inachtneming van het bij artikel 70 van deze verordening voorgeschreven beroepsgeheim, alle nodige informatie, en zorgt voor adequate secretariële ondersteuning van de Stakeholdergroep effecten en markten. Voor leden van de Stakeholdergroep effecten en markten die een organisatie zonder winstoogmerk vertegenwoordigen, met uitsluiting van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, wordt een toereikende vergoeding vastgesteld. Voor deze vergoeding worden de voorbereidende en follow-upwerkzaamheden van de leden in aanmerking genomen en ze komt op zijn minst overeen met de vergoedingstarieven voor ambtenaren overeenkomstig Titel V, hoofdstuk 1, afdeling 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie zoals vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (*46) (Statuut van de ambtenaren). De Stakeholdergroep effecten en markten mag werkgroepen voor technische aangelegenheden instellen. De ambtstermijn van de leden van de Stakeholdergroep effecten en markten bedraagt vier jaar, waarna een nieuwe selectieprocedure plaatsvindt.

(*46) PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.“;"

d) lid 5 wordt vervangen door:

„5. De Stakeholdergroep effecten en markten kan aan de Autoriteit advies verstrekken over alle kwesties die verband houden met de taken van de Autoriteit, met name wat betreft de in de artikelen 10 tot en met 16, 29, 30 en 32 vermelde taken.

Wanneer de leden van de Stakeholdergroep effecten en markten geen overeenstemming kunnen bereiken over een advies, mag een derde van de leden van die groep, of mogen de leden die een groep stakeholders vertegenwoordigen, afzonderlijk advies uitbrengen.

De Stakeholdergroep effecten en markten, de Stakeholdergroep bankwezen, de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen kunnen een gezamenlijk advies uitbrengen over kwesties die verband houden met de werkzaamheden van de ESA’s op grond van artikel 56 over gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen.“;

e) lid 7 wordt vervangen door:

„7. De Autoriteit maakt het advies van de Stakeholdergroep effecten en markten, de afzonderlijke adviezen van haar leden en de resultaten van haar raadplegingen openbaar, evenals informatie over de wijze waarop deze adviezen en die resultaten van raadplegingen in aanmerking zijn genomen.“;

32) artikel 39 wordt vervangen door:

„Artikel 39

Besluitvormingsprocedures

1. De Autoriteit handelt in overeenstemming met de leden 2 tot en met 6 van dit artikel wanneer zij overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 besluiten vaststelt.

2. De Autoriteit stelt adressaten van een besluit in de officiële taal van de adressaten op de hoogte van haar voornemen om het besluit vast te stellen en bepaalt een termijn waarbinnen de adressaat, terdege rekening houdend met de urgentie, complexiteit en mogelijke consequenties van de zaak, zijn standpunten over het voorwerp van het besluit kenbaar kan maken. Adressaten kunnen hun standpunten in hun officiële taal kenbaar maken. De bepaling uit de eerste zin is van overeenkomstige toepassing op aanbevelingen als bedoeld in artikel 17, lid 3.

3. De besluiten van de Autoriteit worden met redenen omkleed.

4. De adressaten van besluiten van de Autoriteit worden op de hoogte gebracht van de op grond van deze verordening beschikbare rechtsmiddelen.

5. Wanneer de Autoriteit een besluit overeenkomstig artikel 18, lid 3 of lid 4, heeft genomen, evalueert zij dat besluit op gezette tijden.

6. De besluiten die de Autoriteit neemt ingevolge artikel 17, 18 of 19, worden bekendgemaakt. De bekendmaking vermeldt de identiteit van de betrokken bevoegde autoriteit of de betrokken financiëlemarktdeelnemer en de belangrijkste punten van het besluit, tenzij deze bekendmaking in strijd is met het rechtmatige belang van die financiëlemarktdeelnemers of met de bescherming van hun bedrijfsgeheimen, dan wel de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële stelsel van de Unie of een deel daarvan ernstig in gevaar zou kunnen brengen.“;

33) artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1, onder a), wordt vervangen door:

„a) de voorzitter;“;

b) het volgende lid wordt toegevoegd:

„7. Wanneer de in lid 1, onder b), bedoelde nationale overheidsinstantie niet verantwoordelijk is voor de handhaving van de regels inzake consumentenbescherming, kan het in dat punt bedoelde lid van de raad van toezichthouders besluiten een vertegenwoordiger van de autoriteit voor consumentenbescherming van de lidstaat uit te nodigen, die niet stemgerechtigd is. Ingeval de verantwoordelijkheid inzake consumentenbescherming wordt gedeeld door verschillende autoriteiten in een lidstaat, worden die autoriteiten het eens over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger.“;

34) de artikelen 41 en 42 worden vervangen door:

„Artikel 41

Interne comités

1. De raad van toezichthouders kan, op eigen initiatief of op verzoek van de voorzitter, voor bepaalde hem toegekende taken interne comités oprichten. Op verzoek van de raad van bestuur of op verzoek van de voorzitter kan de raad van toezichthouders voor bepaalde aan de raad van bestuur toegekende taken interne comités oprichten. De raad van toezichthouders kan voorzien in de delegatie van bepaalde welomschreven taken en besluiten aan interne comités, aan de raad van bestuur of aan de voorzitter.

2. Voor de toepassing van artikel 17 doet de voorzitter een voorstel voor een besluit om een onafhankelijk panel bijeen te roepen, dat door de raad van toezichthouders moet worden goedgekeurd. Dit onafhankelijke panel bestaat uit de voorzitter en zes andere leden, die door de voorzitter moeten worden voorgesteld na raadpleging van de raad van bestuur en na een open oproep tot deelname. De zes andere leden zijn geen vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit die een inbreuk op het Unierecht zou hebben gepleegd en hebben geen belang bij de kwestie noch directe banden met de betrokken bevoegde autoriteit.

Elk lid van het panel heeft één stem.

Besluiten van het panel worden aangenomen wanneer ten minste vier leden van het panel voorstemmen.

3. Voor de toepassing van artikel 19 doet de voorzitter een voorstel voor een besluit om een onafhankelijk panel bijeen te roepen, dat door de raad van toezichthouders moet worden goedgekeurd. Dit onafhankelijke panel bestaat uit de voorzitter en zes andere leden, die door de voorzitter moeten worden voorgesteld na raadpleging van de raad van bestuur en na een open oproep tot deelname. De zes andere leden zijn geen vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteiten die bij het meningsverschil betrokken zijn en hebben geen belang bij het conflict, noch directe banden met de betrokken bevoegde autoriteiten.

Elk lid van het panel heeft één stem.

Besluiten van het panel worden aangenomen wanneer ten minste vier leden van het panel voorstemmen.

4. Om het in artikel 22, lid 4, eerste alinea, bedoelde onderzoek te kunnen voeren, kan de voorzitter ook een besluit tot instelling van het onderzoek en een besluit tot bijeenroeping van een onafhankelijk panel voorstellen, welke besluiten door de raad van toezichthouders moeten worden aangenomen. Dit onafhankelijke panel bestaat uit de voorzitter en zes andere leden, die door de voorzitter moeten worden voorgesteld na raadpleging van de raad van bestuur en na een open oproep tot deelname.

Elk lid van het panel heeft één stem.

Besluiten van het panel worden aangenomen wanneer ten minste vier leden van het panel voorstemmen.

5. De in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde panels of de voorzitter stellen op grond van artikel 17 of van artikel 19 besluiten voor ter definitieve vaststelling door de raad van toezichthouders. Een in lid 4 van dit artikel bedoeld panel presenteert de uitkomsten van het overeenkomstig artikel 22, lid 4, eerste alinea, gevoerde onderzoek aan de raad van toezichthouders.

6. De raad van toezichthouders stelt voor de in dit artikel bedoelde panels een reglement van orde vast.

Artikel 42

Onafhankelijkheid van de raad van toezichthouders

1. Bij de uitvoering van de hun bij deze verordening toevertrouwde taken handelen de leden van de raad van toezichthouders onafhankelijk en objectief, in het uitsluitende belang van de Unie in haar geheel, en vragen noch aanvaarden zij instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen of van een ander publiek of privaat orgaan.

2. De lidstaten, de instellingen en organen van de Unie en andere publieke of private organen doen geen pogingen om invloed uit te oefenen op de leden van de raad van toezichthouders bij het vervullen van hun taken.

3. De leden van de raad van toezichthouders, de voorzitter alsmede niet-stemgerechtigde vertegenwoordigers en waarnemers die aan de vergaderingen van de raad van toezichthouders deelnemen, maken vóór dergelijke vergaderingen accuraat en onverkort kenbaar of er al dan niet belangen zijn die geacht zouden kunnen worden afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid ten aanzien van agendapunten, en zij nemen niet deel aan de bespreking en de stemming betreffende die agendapunten.

4. De raad van toezichthouders legt in zijn reglement van orde de praktische regelingen vast voor de in lid 3 bedoelde belangenverklaringen en voor het voorkomen van en omgaan met belangenconflicten.“;

35) artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. De raad van toezichthouders stuurt de werkzaamheden van de Autoriteit aan en is belast met het nemen van de in hoofdstuk II bedoelde besluiten. De raad van toezichthouders stelt de adviezen, aanbevelingen, richtsnoeren en besluiten van de Autoriteit vast en brengt het in hoofdstuk II bedoelde advies uit, op basis van een voorstel van het desbetreffende interne comité of panel, van de voorzitter of van de raad van bestuur, naargelang het geval.“;

b) de leden 2 en 3 worden geschrapt;

c) lid 5 wordt vervangen door:

„5. De raad van toezichthouders stelt, op basis van een voorstel van de raad van bestuur, het jaarverslag over de werkzaamheden van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, vast en doet dit verslag uiterlijk op 15 juni van ieder jaar toekomen aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan de Commissie, aan de Rekenkamer en aan het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.“;

d) lid 8 wordt vervangen door:

„8. De raad van toezichthouders oefent tuchtrechtelijk gezag over de voorzitter en de uitvoerend directeur uit. Hij kan de uitvoerend directeur overeenkomstig artikel 51, lid 5, uit zijn ambt ontzetten.“;

36) het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 43 bis

Transparantie van door de raad van toezichthouders genomen besluiten

Niettegenstaande artikel 70 voorziet de Autoriteit uiterlijk zes weken na elke vergadering van de raad van toezichthouders het Europees Parlement ten minste van een uitgebreid en relevant verslag van het verloop van die vergadering waarmee een volledig begrip van de besprekingen mogelijk wordt, met inbegrip van een geannoteerde lijst van besluiten. In dat verslag zijn de besprekingen binnen de raad van toezichthouders die betrekking hebben op individuele financiëlemarktdeelnemers niet weergegeven, behoudens andersluidende bepaling in artikel 75, lid 3, of in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen.“;

37) artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. De raad van toezichthouders besluit met gewone meerderheid van zijn leden. Elk stemgerechtigd lid heeft één stem.

Met betrekking tot de in de artikelen 10 tot en met 16 van deze verordening genoemde handelingen en de ingevolge artikel 9, lid 5, derde alinea, van deze verordening en hoofdstuk VI van deze verordening vastgestelde maatregelen en besluiten en in afwijking van de eerste alinea van dit lid, besluit de raad van toezichthouders met een gekwalificeerde meerderheid van zijn leden, als bepaald in artikel 16, lid 4, VEU en in artikel 3 van Protocol nr. 36 betreffende de overgangsbepalingen.

De voorzitter stemt niet over de in de tweede alinea bedoelde besluiten.

Met betrekking tot de samenstelling van de panels in overeenstemming met artikel 41, leden 2, 3 en 4, en de leden van de commissie voor collegiale toetsing als bedoeld in artikel 30, lid 2, streeft de raad van toezichthouders, bij het onderzoek van de voorstellen van de voorzitter, naar consensus. Bij gebreke van consensus neemt de raad van toezichthouders besluiten bij een meerderheid van drie vierde van zijn stemgerechtigde leden. Elk stemgerechtigd lid heeft één stem.

Met betrekking tot de op grond van artikel 18, leden 3 en 4, vastgestelde besluiten en in afwijking van de eerste alinea van dit lid neemt de raad van toezichthouders besluiten bij gewone meerderheid van zijn stemgerechtigde leden.“;

b) lid 4 wordt vervangen door:

„4. Met betrekking tot de besluiten overeenkomstig de artikelen 17, 19 en 30 stemt de raad van toezichthouders door middel van een schriftelijke procedure over de voorgestelde besluiten. De stemgerechtigde leden van de raad van toezichthouders beschikken over acht werkdagen om hun stem uit te brengen. Elk stemgerechtigd lid heeft één stem. Het voorgestelde besluit wordt geacht te zijn vastgesteld, tenzij een gewone meerderheid van de stemgerechtigde leden van de raad van toezichthouders bezwaar maakt. Onthoudingen worden noch als stem voor, noch als stem tegen geteld, en worden niet in aanmerking genomen bij het berekenen van het aantal uitgebrachte stemmen. Indien drie stemgerechtigde leden van de raad van toezichthouders bezwaar maken tegen de schriftelijke procedure, wordt het ontwerpbesluit besproken en wordt daarover beslist door de raad van toezichthouders overeenkomstig de procedure van lid 1 van dit artikel.

De niet-stemgerechtigde leden en de waarnemers, met uitzondering van de uitvoerend directeur, wonen geen besprekingen binnen de raad van toezichthouders bij die betrekking hebben op individuele financiëlemarktdeelnemers, behoudens andersluidende bepaling in artikel 75, lid 3, of in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen.“;

c) het volgende lid wordt toegevoegd:

„5. De voorzitter van de Autoriteit kan te allen tijde een stemming houden. Onverminderd deze bevoegdheid en de effectiviteit van de besluitvormingsprocedures van de Autoriteit, streeft de raad van toezichthouders van de Autoriteit naar consensus bij haar besluitvorming.“;

38) artikel 45 wordt vervangen door:

„Artikel 45

Samenstelling

1. De raad van bestuur is samengesteld uit de voorzitter en zes leden van de raad van toezichthouders die door en uit de stemgerechtigde leden van de raad van toezichthouders worden verkozen.

Elk lid van de raad van bestuur, uitgezonderd de voorzitter, heeft een plaatsvervanger, die hem vervangt als hij niet aanwezig kan zijn.

2. Het mandaat van de door de raad van toezichthouders verkozen leden bedraagt tweeënhalf jaar. Deze termijn kan eenmaal worden verlengd. De samenstelling van de raad van bestuur is genderevenwichtig en proportioneel en vormt een afspiegeling van de gehele Unie. De mandaten zijn overlappend en er geldt een passend roulatiesysteem.

3. De vergaderingen van de raad van bestuur worden door de voorzitter op zijn initiatief of op verzoek van ten minste een derde van de leden bijeengeroepen en worden voorgezeten door de voorzitter. De raad van bestuur komt voorafgaand aan iedere vergadering van de raad van toezichthouders bijeen en zo vaak als de raad van bestuur dit noodzakelijk acht. Hij komt ten minste vijfmaal per jaar bijeen.

4. De leden van de raad van bestuur kunnen zich, op de door het reglement van orde bepaalde wijze, laten bijstaan door adviseurs of deskundigen. De niet-stemgerechtigde leden, met uitzondering van de uitvoerend directeur, wonen de besprekingen in de raad van bestuur over individuele financiëlemarktdeelnemers niet bij.“;

39) de volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 45 bis

Besluitvorming

1. De raad van bestuur besluit met gewone meerderheid van zijn leden, waarbij naar consensus wordt gestreefd. Elk lid heeft één stem. De voorzitter is een stemgerechtigd lid.

2. De uitvoerend directeur en een vertegenwoordiger van de Commissie nemen deel aan de bijeenkomsten van de raad van bestuur, maar hebben geen stemrecht. De vertegenwoordiger van de Commissie is stemgerechtigd voor de in artikel 63 bedoelde aangelegenheden.

3. De raad van bestuur stelt zijn reglement van orde vast en maakt het bekend.

Artikel 45 ter

Coördinatiegroepen

1. De raad van bestuur kan, op eigen initiatief of op verzoek van een bevoegde autoriteit, coördinatiegroepen opzetten rond specifieke thema’s waarvoor er, gelet op specifieke marktontwikkelingen, behoefte aan coördinatie kan zijn. De raad van bestuur stelt coördinatiegroepen rond specifieke thema’s in op verzoek van vijf leden van de raad van toezichthouders.

2. Alle bevoegde autoriteiten nemen deel aan de coördinatiegroepen en verschaffen de coördinatiegroepen, in overeenstemming met artikel 35, de nodige informatie zodat deze coördinatiegroepen hun coördinerende taken kunnen uitvoeren in overeenstemming met hun mandaat. De werkzaamheden van de coördinatiegroepen zijn gebaseerd op door de bevoegde autoriteiten verschafte informatie en door de Autoriteit gedane bevindingen.

3. De groepen worden voorgezeten door een lid van de raad van bestuur. Elk jaar brengt het respectieve lid van de raad van bestuur dat met de coördinatiegroep is belast, bij de raad van toezichthouders verslag uit over de belangrijkste elementen van de besprekingen en bevindingen en doet hij, indien zulks relevant is, een voorstel voor een follow-up op reguleringsgebied of voor een collegiale toetsing op het betrokken gebied. De bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit in kennis van de wijze waarop zij de werkzaamheden van coördinatiegroepen bij hun activiteiten in aanmerking hebben genomen.

4. Bij het monitoren van marktontwikkelingen die bij coördinatiegroepen centraal kunnen staan, kan de Autoriteit bevoegde autoriteiten verzoeken om overeenkomstig artikel 35 de nodige informatie te verschaffen om de Autoriteit in staat te stellen haar monitorende rol te spelen.“;

40) artikel 46 wordt vervangen door:

„Artikel 46

Onafhankelijkheid van de raad van bestuur

De leden van de raad van bestuur handelen onafhankelijk en objectief, in het uitsluitende belang van de Unie als geheel, en vragen noch aanvaarden instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen of van enig ander publiek of privaat orgaan.

Lidstaten, instellingen of organen van de Unie en andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden van de raad van bestuur bij het vervullen van hun taken.“;

41) artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:

a) het volgende lid wordt ingevoegd

„3 bis. De raad van bestuur kan alle aangelegenheden waarover de raad van toezichthouders moet beslissen, onderzoeken, er adviezen over uitbrengen en er voorstellen over doen na bespreking in het relevante interne comité, uitgezonderd voor collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 30.“;

b) lid 6 wordt vervangen door:

„6. De raad van bestuur legt een jaarverslag over de activiteiten van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, ter goedkeuring voor aan de raad van toezichthouders.“;

c) lid 8 wordt vervangen door:

„8. De raad van bestuur benoemt en ontslaat de leden van de bezwaarcommissie overeenkomstig artikel 58, leden 3 en 5, waarbij hij terdege rekening houdt met een voorstel van de raad van toezichthouders.“;

d) het volgende lid wordt toegevoegd:

„9. De leden van de raad van bestuur maken alle georganiseerde bijeenkomsten en de ontvangen voordelen openbaar. Onkosten worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het Statuut.“;

42) artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

„De voorzitter is verantwoordelijk voor het voorbereiden van de werkzaamheden van de raad van toezichthouders, met inbegrip van het opstellen van de door de raad van toezichthouders goed te keuren agenda, het bijeenroepen van de vergaderingen en het behandelen van besluitpunten, en zit de vergaderingen van de raad van toezichthouders voor.

De voorzitter is verantwoordelijk voor het opstellen van de agenda van de raad van bestuur, die door de raad van bestuur moet worden goedgekeurd, en zit de vergaderingen van de raad van bestuur voor.

De voorzitter kan de raad van bestuur uitnodigen om het opzetten van een coördinatiegroep in overeenstemming met artikel 45 ter te overwegen.“;

b) lid 2 wordt vervangen door:

„2. De voorzitter wordt, na een open selectieprocedure die conform is met het beginsel van genderevenwicht en in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, geselecteerd op basis van verdienste, bekwaamheid, kennis van financiëlemarktdeelnemers en van markten, en relevante ervaring met betrekking tot financieel toezicht en financiële regulering. De raad van toezichthouders stelt, met de hulp van de Commissie, een shortlist op van geschikte kandidaten voor de functie van voorzitter. Op basis van de shortlist stelt de Raad een besluit vast tot aanstelling van de voorzitter, na bevestiging door het Europees Parlement.

Wanneer de voorzitter niet langer voldoet aan de in artikel 49 bedoelde voorwaarden of wanneer is vastgesteld dat hij op ernstige wijze is tekortgeschoten, kan de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie dat door het Europees Parlement is goedgekeurd, een besluit vaststellen waarbij de voorzitter uit zijn ambt wordt ontzet.

De raad van toezichthouders kiest uit zijn leden ook een ondervoorzitter die de functies van de voorzitter uitoefent als deze afwezig is. Die ondervoorzitter wordt niet gekozen uit de leden van de raad van bestuur.“;

c) in lid 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

„Ten behoeve van de in de eerste alinea bedoelde evaluatie worden de taken van de voorzitter verricht door de ondervoorzitter.

De Raad kan, op voorstel van de raad van toezichthouders en met de hulp van de Commissie en rekening houdend met de in de eerste alinea bedoelde evaluatie, het mandaat van de voorzitter eenmaal verlengen.“;

d) lid 5 wordt vervangen door:

„5. De voorzitter kan slechts om ernstige redenen uit zijn functie worden ontzet. Hij kan alleen door het Europees Parlement uit zijn functie worden ontzet na een besluit van de Raad, dat is vastgesteld na raadpleging van de raad van toezichthouders.“;

43) artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door:

„Onafhankelijkheid van de voorzitter“;

b) de eerste alinea wordt vervangen door:

„Onverminderd de rol van de raad van toezichthouders met betrekking tot de taken van de voorzitter, vraagt noch aanvaardt de voorzitter instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen of van enig ander publiek of privaat orgaan.“;

44) het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 49 bis

Onkosten

De voorzitter maakt alle georganiseerde bijeenkomsten met externe belanghebbenden binnen twee weken na de bijeenkomst openbaar en maakt alle ontvangen voordelen openbaar. Onkosten worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het Statuut.“;

45) artikel 50 wordt geschrapt;

46) artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) het inleidende deel wordt vervangen door:

„2. Het Gemengd Comité dient als forum waarmee de Autoriteit regelmatig en nauw samenwerkt om, met volledige inachtneming van specifieke sectorale kenmerken, te zorgen voor de intersectorale samenhang met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), in het bijzonder met betrekking tot:“;

ii) het eerste streepje wordt vervangen door:

„— financiële conglomeraten en, wanneer op grond van het Unierecht vereist, prudentiële consolidatie,“;

iii) het vijfde streepje wordt vervangen door:

„— cyberbeveiliging,“;

iv) het zesde streepje wordt vervangen door:

„— uitwisseling van informatie en van beste praktijken met het ESRB en de andere ESA’s“;

v) de volgende streepjes worden toegevoegd:

„— financiële retaildiensten en aangelegenheden met betrekking tot de bescherming van consumenten en beleggers;

— advies door de overeenkomstig artikel 1, lid 6, opgerichte commissie.“;

b) het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis. Het Gemengd Comité kan de Commissie bijstaan bij het evalueren van de voorwaarden en de technische specificaties en procedures die nodig zijn voor een veilige en doeltreffende koppeling van de gecentraliseerde automatische mechanismen overeenkomstig het verslag als bedoeld in artikel 32 bis, lid 5, van Richtlijn (EU) 2015/849, alsook de effectieve koppeling van de nationale registers op grond van die richtlijn.“;

c) lid 3 wordt vervangen door:

„3. Het Gemengd Comité beschikt over specifiek personeel dat ter beschikking wordt gesteld door de ESA’s en dat als permanent secretariaat optreedt. De Autoriteit stelt adequate middelen ter beschikking voor de administratieve, infrastructurele en operationele kosten.“;

47) artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 3 wordt vervangen door:

„3. Het voorzitterschap van het Gemengd Comité wordt via een jaarlijks roulatieschema toegekend aan een van de voorzitters van de ESA’s. De voorzitter van het Gemengd Comité is de tweede ondervoorzitter van het ESRB.“;

b) in lid 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

„Het Gemengd Comité vergadert ten minste om de drie maanden.“;

c) het volgende lid wordt toegevoegd:

„5. De voorzitter van de Autoriteit informeert de raad van toezichthouders regelmatig over standpunten die zij inneemt tijdens de vergaderingen van het Gemengd Comité.“;

48) de artikelen 56 en 57 worden vervangen door:

„Artikel 56

Gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen

Binnen de reikwijdte van haar in hoofdstuk II van deze verordening uiteengezette taken en, in voorkomend geval inzonderheid met betrekking tot de uitvoering van Richtlijn 2002/87/EG, komt de Autoriteit, in voorkomend geval, tot gemeenschappelijke standpunten bij consensus met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit).

Indien dit vereist is op grond van het Unierecht, worden maatregelen die krachtens de artikelen 10 tot en met 16 en besluiten die krachtens de artikelen 17, 18 en 19 van deze verordening met betrekking tot de toepassing van Richtlijn 2002/87/EG en van andere in artikel 1, lid 2, van deze verordening genoemde wetgevingshandelingen worden vastgesteld en die ook binnen de bevoegdheid van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) of de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) vallen, in voorkomend geval, parallel vastgesteld door de Autoriteit, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen).

Artikel 57

Subcomités

1. Het Gemengd Comité mag subcomités oprichten met het oog op het opstellen van ontwerpen van gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen voor het Gemengd Comité.

2. Elk subcomité is samengesteld uit de in artikel 55, lid 1, bedoelde personen en één vertegenwoordiger op hoog niveau van het huidige personeel van de relevante bevoegde autoriteit van elke lidstaat.

3. Elk subcomité kiest uit de vertegenwoordigers van de betrokken bevoegde autoriteiten een voorzitter, die ook waarnemer is in het Gemengd Comité.

4. Voor de toepassing van artikel 56 wordt bij het Gemengd Comité een subcomité financiële conglomeraten ingesteld.

5. Het Gemengd Comité maakt op zijn website alle ingestelde subcomités bekend, samen met de mandaten ervan en een lijst van de leden met vermelding van hun functie in het desbetreffende subcomité.“;

49) artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. Hierbij wordt de bezwaarcommissie van de Europese toezichthoudende autoriteiten opgericht.“;

b) in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

„2. De bezwaarcommissie bestaat uit zes leden en zes vervangers, allen personen van hoog aanzien die bewezen hebben op een voldoende hoog niveau over relevante kennis van het Unierecht en internationale beroepservaring te beschikken in de sectoren banken, verzekeringen, bedrijfspensioenen, effectenmarkten of op het gebied van andere financiële diensten, en die geen deel uitmaken van het huidige personeel van de bevoegde autoriteiten of van andere nationale instellingen of organen of instellingen of organen van de Unie die bij de activiteiten van de Autoriteit betrokken zijn, noch leden zijn van de Stakeholdergroep effecten en markten. De leden en plaatsvervangende leden zijn onderdanen van een lidstaat en beschikken over een grondige kennis van ten minste twee officiële talen van de Unie. De bezwaarcommissie beschikt over voldoende juridische expertise om deskundig juridisch advies te geven over de rechtmatigheid, met inbegrip van de evenredigheid, van de wijze waarop de Autoriteit haar bevoegdheden uitoefent.“;

c) lid 3 wordt vervangen door:

„3. Twee leden van de bezwaarcommissie en twee vervangers worden na een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte oproep tot het indienen van blijken van belangstelling en na raadpleging van de raad van toezichthouders uit een door de Commissie voorgestelde shortlist benoemd door de raad van bestuur van de Autoriteit.

Na ontvangst van de shortlist kan het Europees Parlement kandidaten voor het lidmaatschap en vervangers uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en eventuele door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden.

Het Europees Parlement mag de leden van de bezwaarcommissie uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en desgevraagd door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden, met uitzondering van verklaringen, vragen of antwoorden die betrekking hebben op individuele gevallen waarover de bezwaarcommissie heeft beslist of die bij deze aanhangig zijn.“;

50) in artikel 59 wordt lid 2 vervangen door:

„2. De leden van de bezwaarcommissie en het personeel van de Autoriteit dat operationele en secretariële ondersteuning biedt, mogen niet deelnemen aan de behandeling van een bezwaarprocedure als zij daarbij een persoonlijk belang hebben, als zij eerder als vertegenwoordiger van een van de partijen bij de behandeling betrokken zijn geweest of als zij een rol hebben gespeeld bij het besluit waartegen bezwaar is aangetekend.“;

51) in artikel 60 wordt lid 2 vervangen door:

„2. Het bezwaar wordt tezamen met een uiteenzetting van de gronden voor het bezwaar binnen drie maanden na de kennisgeving van het besluit aan de betrokken persoon, dan wel bij gebreke van kennisgeving, binnen drie maanden na de dag van publicatie van het besluit door de Autoriteit, schriftelijk bij de Autoriteit aangetekend.

De bezwaarcommissie neemt binnen drie maanden na instelling van het bezwaar een besluit ter zake.“;

52) het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 60 bis

Bevoegdheidsoverschrijding door de Autoriteit

Elke natuurlijke of rechtspersoon kan de Commissie een met redenen omkleed advies zenden indien die persoon van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheid heeft overschreden – daaronder begrepen het geval waarin zij, handelend op grond van de artikelen 16 en 16 ter, het evenredigheidsbeginsel in de zin van artikel 1, lid 5, niet heeft nageleefd, en dat van rechtstreeks en individueel belang is voor die persoon.“;

53) in artikel 62 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

a) het inleidende gedeelte wordt vervangen door:

„1. De inkomsten van de Autoriteit, een Europees orgaan overeenkomstig artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (*47) („het Financieel Reglement“), bestaan met name uit een combinatie van:

(*47) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1)“."

b) de volgende punten worden toegevoegd:

„d) vrijwillige bijdragen van lidstaten of waarnemers;

e) overeengekomen vergoedingen voor publicaties, opleidingen en andere door de Autoriteit verstrekte diensten, indien hierom specifiek is verzocht door een of meer bevoegde autoriteiten.“;

c) de volgende alinea wordt toegevoegd:

„Vrijwillige bijdragen van lidstaten of waarnemers als bedoeld in punt d) van de eerste alinea worden niet aanvaard indien de aanvaarding daarvan twijfel zou doen ontstaan over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de Autoriteit. Vrijwillige bijdragen die een compensatie vormen voor de kosten van door een bevoegde autoriteit aan de Autoriteit gedelegeerde taken, worden niet geacht twijfel te doen ontstaan over de onafhankelijkheid van de Autoriteit.“;

54) de artikelen 63, 64 en 65 worden vervangen door:

„Artikel 63

Vaststelling van de begroting

1. Jaarlijks stelt de uitvoerend directeur, op basis van de jaarprogrammering en de meerjarenprogrammering van de Autoriteit, een voorlopig ontwerp op voor een enig programmeringsdocument van de Autoriteit voor de komende drie boekjaren, met daarin de geraamde inkomsten en uitgaven, alsmede informatie over het personeel, en zendt hij dit aan de raad van bestuur en de raad van toezichthouders, samen met de personeelsformatie.

2. De raad van toezichthouders stelt, op basis van het door de raad van bestuur goedgekeurde ontwerp, het ontwerp van enig programmeringsdocument voor de komende drie boekjaren vast.

3. Het enig programmeringsdocument wordt door de raad van bestuur uiterlijk op 31 januari aan de Commissie, aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Europese Rekenkamer gezonden.

4. Rekening houdend met dit enig programmeringsdocument neemt de Commissie in de ontwerpbegroting van de Unie de ramingen op die zij noodzakelijk acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de compensatiebijdrage ten laste van de algemene begroting van de Unie overeenkomstig de artikelen 313 en 314 VWEU.

5. Het Europees Parlement en de Raad stellen de personeelsformatie voor de Autoriteit vast. Het Europees Parlement en de Raad keuren de kredieten voor de compensatiebijdrage aan de Autoriteit goed.

6. De begroting van de Autoriteit wordt vastgesteld door de raad van toezichthouders. Deze wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

7. De raad van bestuur stelt het Europees Parlement en de Raad zonder onnodige vertraging op de hoogte van de projecten die hij voornemens is uit te voeren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van zijn begroting kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen.

8. Onverminderd de artikelen 266 en 267 van het Financieel Reglement, is de goedkeuring van het Europees Parlement en de Raad vereist voor projecten die aanzienlijke financiële of langetermijngevolgen voor de financiering van de begroting van de Autoriteit kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen, met inbegrip van verbrekingsclausules.

Artikel 64

Uitvoering van en toezicht op de begroting

1. De uitvoerend directeur treedt op als ordonnateur en voert de jaarlijkse begroting van de Autoriteit uit.

2. Uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar deelt de rekenplichtige van de Autoriteit de voorlopige rekeningen mee aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer. Artikel 70 belet de Autoriteit niet de Rekenkamer informatie te verstrekken waarom deze verzoekt, voor zover deze informatie binnen haar bevoegdheden valt.

3. Uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit de voor consolidatiedoeleinden vereiste boekhoudinformatie aan de rekenplichtige van de Commissie, op de wijze en in het formaat die door die laatste zijn vastgesteld.

4. Uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit het verslag over het begrotingsbeheer en het financieel beheer ook aan de leden van de raad van toezichthouders, aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Rekenkamer.

5. Na ontvangst van de door de Rekenkamer geformuleerde opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de Autoriteit overeenkomstig artikel 246 van het Financieel Reglement stelt de rekenplichtige van de Autoriteit de definitieve rekeningen van de Autoriteit op. De uitvoerend directeur zendt deze aan de raad van toezichthouders, die een advies over die rekeningen uitbrengt.

6. Uiterlijk op 1 juli van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit de definitieve rekeningen, vergezeld van het advies van de raad van toezichthouders, aan de rekenplichtige van de Commissie, het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Uiterlijk op 15 juni van elk jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit ook een verslagleggingspakket aan de rekenplichtige van de Commissie, in een gestandaardiseerd formaat zoals door de rekenplichtige van de Commissie voor consolidatiedoeleinden vastgesteld.

7. Uiterlijk op 15 november van het volgende jaar worden de definitieve rekeningen bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

8. Uiterlijk op 30 september zendt de uitvoerend directeur de Rekenkamer een antwoord op haar opmerkingen en zendt hij ook een afschrift van dat antwoord aan de raad van bestuur en aan de Commissie.

9. Overeenkomstig artikel 261, lid 3, van het Financieel Reglement verstrekt de uitvoerend directeur het Europees Parlement op verzoek alle informatie die nodig is voor een goed verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken boekjaar.

10. Het Europees Parlement verleent op aanbeveling van de Raad, die bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, vóór 15 mei van het jaar N + 2, kwijting aan de Autoriteit voor de uitvoering van de begroting van het boekjaar N.

11. De Autoriteit verstrekt een met redenen omkleed advies over het standpunt van het Europees Parlement en eventuele andere opmerkingen van het Europees Parlement in het kader van de kwijtingsprocedure.

Artikel 65

Financiële regels

De financiële regeling die van toepassing is op de Autoriteit wordt vastgesteld door de raad van bestuur, na raadpleging van de Commissie. Die regeling mag niet afwijken van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie (*48), tenzij de specifieke eisen voor de werking van de Autoriteit zulks vereisen en alleen na de voorafgaande toestemming van de Commissie.

(*48) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1).“;"

55) in artikel 66 wordt lid 1 vervangen door:

„1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen is Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*49) onverkort van toepassing op de Autoriteit.

(*49) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).“;"

56) Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

„1. De leden van de raad van toezichthouders en alle personeelsleden van de Autoriteit, met inbegrip van door de lidstaten tijdelijk gedetacheerde ambtenaren en alle overige personen die op contractuele basis taken uitvoeren voor de Autoriteit, zijn onderworpen aan de vereisten van het beroepsgeheim overeenkomstig artikel 339 VWEU en de desbetreffende bepalingen in de Uniewetgeving, zelfs na beëindiging van hun functie.“;

b) in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

„De verplichting op grond van lid 1 van dit artikel en van de eerste alinea van dit lid staat er niet aan in de weg dat de Autoriteit en de bevoegde autoriteiten de informatie gebruiken voor de handhaving van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen, en met name voor juridische procedures voor de vaststelling van besluiten.“;

c) het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis. De raad van bestuur en de raad van toezichthouders zien erop toe dat personen die, direct of indirect, op permanente basis of incidenteel, diensten verrichten met betrekking tot de taken van de Autoriteit, met inbegrip van functionarissen en andere personen die door de raad van bestuur en de raad van toezichthouders zijn gemachtigd of daartoe door de bevoegde autoriteiten zijn aangesteld, zijn onderworpen aan eisen inzake beroepsgeheim die gelijkwaardig zijn aan die in de leden 1 en 2.

Dezelfde eisen inzake beroepsgeheim gelden ook voor waarnemers die de bijeenkomsten bijwonen van de raad van bestuur en de raad van toezichthouders en die deelnemen aan de activiteiten van de Autoriteit.“;

d) de leden 3 en 4 worden vervangen door:

„3. De leden 1 en 2 staan er niet aan in de weg dat de Autoriteit informatie uitwisselt met bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening en overeenkomstig andere Uniewetgeving die op financiëlemarktdeelnemers van toepassing is.

Die informatie valt onder het in de leden 1 en 2 bedoelde beroepsgeheim. De Autoriteit legt in haar huishoudelijk reglement de praktische regelingen voor de uitvoering van de in de leden 1 en 2 vermelde geheimhoudingsregels vast.

4. De Autoriteit past Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie toe (*50).

(*50) Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).“;"

57) artikel 71 wordt vervangen door:

„Artikel 71

Gegevensbescherming

Deze verordening laat de verplichtingen van de lidstaten onverlet met betrekking tot hun verwerking van persoonsgegevens in het kader van Verordening (EU) 2016/679 of de verplichtingen van de Autoriteit met betrekking tot haar verwerking van persoonsgegevens in het kader van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (*51) bij het uitoefenen van haar taken.

(*51) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).“;"

58) in artikel 72 wordt lid 2 vervangen door:

„2. De raad van bestuur stelt de praktische maatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.“;

59) in artikel 74 wordt de eerste alinea vervangen door:

„De noodzakelijke regelingen betreffende de huisvesting van de Autoriteit in de lidstaat waar haar zetel is gevestigd en de door die lidstaat ter beschikking te stellen voorzieningen, alsmede de specifieke voorschriften welke in die lidstaat gelden voor het personeel van de Autoriteit en hun gezinsleden, worden vastgelegd in een nkomst tussen de Autoriteit en die lidstaat, die zij sluiten nadat de raad van bestuur daarmee heeft ingestemd.“;

60) artikel 76 wordt vervangen door:

„Artikel 76

Verhouding met het Comité van Europese effectenregelgevers

De Autoriteit wordt als de rechtsopvolger van het Comité van Europese effectenregelgevers (Committee of European Securities Regulators - CESR) beschouwd. Uiterlijk op de datum van oprichting van de Autoriteit worden alle activa en passiva en alle lopende verrichtingen van het CESR automatisch aan de Autoriteit overgedragen. Het CESR stelt een verklaring op waaruit de afsluiting van zijn activa en passiva op het tijdstip van de overdracht blijkt. Die verklaring wordt aan een audit onderworpen en goedgekeurd door het CESR en door de Commissie.“;

61) artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) de inleidende zin wordt vervangen door:

„1. Uiterlijk op 31 december 2021 en vervolgens om de drie jaar publiceert de Commissie een algemeen verslag over de met de werkzaamheden van de Autoriteit en met de in deze verordening vastgestelde procedures opgedane ervaring. In dat verslag worden onder meer de volgende elementen beoordeeld:“;

ii) in punt a) worden de inleidende zin en punt i) vervangen door:

„a) de mate van doeltreffendheid en convergentie in toezichtspraktijken die de bevoegde autoriteiten hebben bereikt;

i) de mate van onafhankelijkheid van de bevoegde autoriteiten en de mate van convergentie in normen die gelijkwaardig zijn aan corporate governance;“

iii) het volgende punt wordt toegevoegd:

„g) de werking van het Gemengd Comité;“;

b) de volgende leden worden ingevoegd:

„2 bis. Als onderdeel van het in lid 1 van dit artikel bedoelde algemeen verslag voert de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van de toepassing van artikel 9 bis.

2 ter. Als onderdeel van het in lid 1 bedoelde algemeen verslag voert de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van het mogelijke toezicht door de Autoriteit op handelsplatformen van derde landen, waarbij zij aspecten onderzoekt zoals erkenning op basis van systeemrelevantie, organisatorische vereisten, voortdurende naleving, boetes en dwangsommen en personeel en middelen. In haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de effecten op de liquiditeit, waaronder de beschikbaarheid van de beste prijs voor beleggers, de optimale uitvoering voor EU-cliënten, obstakels voor toegang en economische voordelen voor tegenpartijen uit de EU om wereldwijd handel te drijven evenals de ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie.

2 quater. Als onderdeel van het in lid 1 bedoelde algemeen verslag voert de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van het mogelijke toezicht door de Autoriteit op centrale effectenbewaarinstellingen (CSD’s) van derde landen, waarbij zij aspecten onderzoekt zoals erkenning op basis van systeemrelevantie, organisatorische vereisten, voortdurende naleving, boetes en dwangsommen, en personeel en middelen.

2 quinquies. Uiterlijk op 30 juni 2021 legt de Commissie de in de leden 2 ter en 2 quater bedoelde beoordelingen, indien nodig samen met wetgevingsvoorstellen, voor aan het Europees Parlement en de Raad.“.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen