Art. 3 Verordening (EU) 2019/1781, Definities

Verordening (EU) 2019/1781

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1) “elektromotor” of “motor”: een toestel dat elektrisch ingangsvermogen omzet in mechanisch uitgangsvermogen in de vorm van een rotatie met een toerental en koppel die afhangen van factoren zoals de frequentie van de voedingsspanning en het aantal polen van de motor;

(2) “snelheidsvariator” (VSD): een elektronische vermogensomzetter die de frequentie en het voltage van de aan een enkele motor geleverde stroom continu aanpast om het mechanische uitgangsvermogen van de motor te regelen volgens het koppel of het toerental van de door de motor aangedreven last. Dit omvat alle aangesloten elektronica tussen het elektriciteitsnet en de motor, waaronder uitbreidingen zoals beveiligingsapparatuur, transformatoren en hulpapparatuur;

(3) “energie-efficiëntie” van een motor: de verhouding tussen het mechanische uitgangsvermogen en het elektrische actieve ingangsvermogen van een motor;

(4) “pool”: een noord- of zuidpool die wordt geproduceerd door het roterende magnetische veld van de motor, waarbij het totale aantal polen het basistoerental bepaalt;

(5) “continubedrijf”: geschikt voor continu gebruik bij nominaal vermogen met een temperatuurstijging binnen de gespecificeerde isolatietemperatuurklasse, gespecificeerd als specifieke bedrijfsklassen S1, S3 >=80 % of S6 >=80 %, zoals in normen gedefinieerd;

(6) “fase”: het type configuratie van de netspanning;

(7) “netspanning”: de elektriciteitsvoorziening van het elektriciteitsnet;

(8) “motor met mechanische commutatoren”: een motor waarin een mechanisch toestel de richting van de stroom omkeert;

(9) “draadloze of op batterijen werkende apparatuur”: een toestel dat zijn energie haalt uit batterijen waardoor het zijn beoogde functie kan vervullen zonder aansluiting op het net;

(10) “in de hand gehouden apparatuur”: een draagbaar toestel dat bedoeld is om in de hand te worden gehouden bij normaal gebruik;

(11) “met de hand geleide apparatuur”: een niet voor de weg bestemd mobiel toestel dat bij normaal gebruik door de gebruiker wordt bewogen en geleid;

(12) “volledig gesloten motor zonder ventilator” (TENV): een motor die is ontworpen en bestemd voor gebruik zonder ventilator, en die warmte hoofdzakelijk afvoert door middel van natuurlijke ventilatie of straling op het volledig gesloten oppervlak van de motor;

(13) “regeneratieve snelheidsvariator”: een snelheidsvariator die energie uit de belasting kan terugkoppelen naar het net, d.w.z. die een faseverschuiving van 180° +/- 20° tussen de ingangsstroom en de ingangsspanning teweegbrengt wanneer de belaste motor afremt;

(14) “snelheidsvariator met sinusoïdale uitgangsstroom”: een snelheidsvariator waarvan de ingangsstroom een sinusoïdale golfvorm heeft, gekenmerkt door een totaal harmonisch gehalte van minder dan 10 %;

(15) “remmotor”: een motor die is uitgerust met een elektromechanische remeenheid die rechtstreeks ingrijpt op de motoras, zonder koppelingen;

(16) “Ex eb-gecertificeerde motor met verhoogde veiligheid”: een motor die bestemd is voor gebruik op plaatsen met ontploffingsgevaar, met het certificaat “Ex eb”, zoals in normen gedefinieerd;

(17) “andere explosieveilige motor”: een motor die bestemd is voor gebruik op plaatsen met ontploffingsgevaar, met het certificaat “Ex ec”, “Ex tb”, “Ex tc”, “Ex db” of “Ex dc”, zoals in normen gedefinieerd;

(18) “testbelasting” van een snelheidsvariator: het voor het testen van de motor gebruikte elektrische apparaat dat de uitgangsstroom en de verschuivingsfactor bij uitgang cos phi bepaalt;

(19) “equivalent model”: een model dat dezelfde voor de te verstrekken technische informatie relevante technische eigenschappen heeft, maar door dezelfde fabrikant, importeur, of gemachtigde vertegenwoordiger in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld als een ander model met een andere typeaanduiding;

(20) “typeaanduiding”: de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model van een product wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of dezelfde naam van de fabrikant, de importeur of de gemachtigde vertegenwoordiger;

(21) “testen met getuigen”: actief de fysieke test van het onderzochte product door een andere partij observeren om conclusies te trekken over de geldigheid van de test en de testresultaten. Het kan onder meer gaan om conclusies over de overeenstemming van de gebruikte test- en berekeningsmethoden met de toepasselijke normen en wetgeving;

(22) “fabrieksacceptatietest”: een test van een besteld product waarbij de klant, voordat het product wordt aanvaard of in gebruik wordt genomen, aan de hand van testen met getuigen nagaat of het product volledig in overeenstemming is met de contractuele eisen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen