Art. 21 Verordening (EU) 2019/1111, Recht van het kind zijn standpunt kenbaar te maken

Verordening (EU) 2019/1111

1. Wanneer de gerechten van de lidstaten krachtens afdeling 2 van dit hoofdstuk hun bevoegdheid uitoefenen, zorgen zij er in overeenstemming met nationaal recht en procedures voor dat het kind dat in staat is zijn eigen mening te vormen, een daadwerkelijke en effectieve mogelijkheid wordt geboden die mening te uiten, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling.

2. Wanneer het gerecht in overeenstemming met nationaal recht en procedures een kind de mogelijkheid biedt om overeenkomstig dit artikel zijn mening te uiten, hecht het gerecht passend belang aan de mening van het kind in overeenstemming met zijn leeftijd en rijpheid.