Art. 11 Verordening (EU) 2019/1111, Bevoegdheid gebaseerd op de aanwezigheid van het kind
1. Wanneer de gewone verblijfplaats van een kind niet kan worden vastgesteld en de bevoegdheid niet op grond van artikel 10 kan worden bepaald, zijn de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zich bevindt, bevoegd.
2. De in lid 1 bedoelde bevoegdheid is tevens van toepassing op vluchtelingenkinderen en kinderen die naar een ander land zijn overgebracht ten gevolge van onlusten in de lidstaat waar zij hun gewone verblijfplaats hadden.