Art. 39 Verordening (EU) 2019/942, Personeel
1. Het statuut van de ambtenaren, de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie en de regels die de instellingen van de Unie gezamenlijk hebben vastgesteld met het oog op de toepassing van dit statuut en deze regeling, zijn van toepassing op het personeel van ACER, met inbegrip van zijn directeur.
2. De raad van bestuur stelt in overleg met de Commissie de nodige uitvoeringsmaatregelen vast volgens de regelingen van artikel 110 van het statuut.
3. ACER oefent ten aanzien van zijn personeel de bevoegdheden uit die krachtens het statuut zijn verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag, alsook die welke krachtens de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden zijn verleend aan het tot het aangaan van overeenkomsten bevoegde gezag.
4. De raad van bestuur kan bepalingen vaststellen waardoor uit de lidstaten gedetacheerde nationale deskundigen voor ACER kunnen werken.