Art. 5 Verordening (EU) 2019/787, Definitie van en vereisten voor ethylalcohol uit landbouwproducten
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "ethylalcohol uit landbouwproducten" een vloeistof verstaan die aan de volgende vereisten voldoet:
a) zij is uitsluitend verkregen uit in bijlage I bij het VWEU opgenomen producten;
b) zij heeft geen andere waarneembare smaak dan die van de bij de productie ervan gebruikte grondstoffen;
c) zij heeft een minimaal alcoholvolumegehalte van 96,0 %;
d) haar maximale residugehalten zijn niet meer dan:
i) totale zuurgraad (uitgedrukt in azijnzuur): 1,5 gram per hectoliter alcohol van 100 % vol.;
ii) esters (uitgedrukt in ethylacetaat): 1,3 gram per hectoliter alcohol van 100 % vol.;
iii) aldehyden (uitgedrukt in acetaldehyde): 0,5 gram per hectoliter alcohol van 100 % vol.;
iv) hogere alcoholen (uitgedrukt in 2-methyl-1-propanol): 0,5 gram per hectoliter alcohol van 100 % vol.;
v) methanol: 30 gram per hectoliter alcohol van 100 % vol.;
vi) droge stof: 1,5 gram per hectoliter alcohol van 100 % vol.;
vii) vluchtige stikstofbasen (uitgedrukt in stikstof): 0,1 gram per hectoliter alcohol van 100 % vol.;
viii) furfural: niet aantoonbaar.