Art. 2 Verordening (EU) 2019/452, Definities

Verordening (EU) 2019/452

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. „buitenlandse directe investering”: elke soort investering door een buitenlandse investeerder die gericht is op het vestigen of handhaven van duurzame directe betrekkingen tussen de buitenlandse investeerder en de ondernemer of de onderneming waaraan het kapitaal ter beschikking wordt gesteld met het oog op de uitoefening van een economische activiteit in een lidstaat, met inbegrip van investeringen die de daadwerkelijke deelname aan het beheer van of de zeggenschap over een onderneming die een economische activiteit uitoefent, mogelijk maken;

2. „buitenlandse investeerder”: een natuurlijke persoon uit een derde land of een onderneming uit een derde land die voornemens is een buitenlandse directe investering te doen of deze heeft gedaan;

3. „screening”: een procedure in het kader waarvan buitenlandse directe investeringen kunnen worden beoordeeld, onderzocht, toegestaan, aan voorwaarden onderworpen, verboden of afgewikkeld;

4. „screeningmechanisme”: een algemeen toepasselijk instrument, bijvoorbeeld wet- of regelgeving, en begeleidende administratieve voorschriften, uitvoeringsvoorschriften of richtsnoeren waarin de voorwaarden en procedures worden vastgesteld om buitenlandse directe investeringen te beoordelen, te onderzoeken, toe te staan, aan voorwaarden te onderwerpen, te verbieden of af te wikkelen om redenen van veiligheid of openbare orde;

5. „aan screening onderworpen buitenlandse directe investering”: een buitenlandse directe investering die in het kader van een screeningmechanisme wordt onderworpen aan een formele beoordeling of een formeel onderzoek;

6. „screeningbesluit”: een in het kader van de uitvoering van een screeningmechanisme vastgestelde maatregel;

7. „onderneming uit een derde land”: een naar het recht van een derde land opgerichte of anderszins georganiseerde onderneming.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen