Art. 22 Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitwisselbaarheid van brandstof en elektriciteit
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331
1. Voor elke productbenchmark-subinstallatie die overeenkomt met een in bijlage I, punt 2, gedefinieerde productbenchmark waarvoor de uitwisselbaarheid van brandstof en elektriciteit in aanmerking wordt genomen, is het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten gelijk aan de waarde van de betreffende productbenchmark voor de betreffende toewijzingsperiode vermenigvuldigd met het productgerelateerde historische activiteitsniveau en vermenigvuldigd met het quotiënt van de totale directe emissies, met inbegrip van emissies van netto ingevoerde warmte tijdens de referentieperiode bedoeld in artikel 15, lid 2, of, indien van toepassing, van het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking zoals bedoeld in artikel 17, onder a), berekend overeenkomstig lid 2, en uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalent, en de som van deze totale directe emissies en de relevante indirecte emissies tijdens de referentieperiode bedoeld in artikel 15, lid 2, of, indien van toepassing, van het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking zoals bedoeld in artikel 17, onder a), berekend overeenkomstig lid 3.
2. Voor de berekening van de emissies van de netto ingevoerde warmte wordt de hoeveelheid meetbare warmte die tijdens de referentieperiode bedoeld in artikel 15, lid 2, of, indien van toepassing, van het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking zoals bedoeld in artikel 17, onder a), voor de vervaardiging van het betreffende product werd ingevoerd uit onder de EU-ETS vallende installaties, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark voor de desbetreffende toewijzingsperiode.
3. Voor de berekening van indirecte emissies zijn de relevante indirecte emissies tijdens de referentieperiode bedoeld in artikel 15, lid 2, of, indien van toepassing, van het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking zoals bedoeld in artikel 17, onder a), gelijk aan het relevante elektriciteitsverbruik voor de productie van het betrokken product, als omschreven in de definitie van de in bijlage I vermelde processen en emissies en uitgedrukt in megawattuur, vermenigvuldigd met 0,376 ton kooldioxide per megawattuur en uitgedrukt in ton kooldioxide.