Art. 63 Richtlijn (EU) 2019/2034, Wijzigingen in Richtlijn 2014/59/EU
Richtlijn 2014/59/EU wordt als volgt gewijzigd:
1) In artikel 2, lid 1, wordt punt 3 vervangen door:
“3) “beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 22, van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad (*12) die onderworpen is aan het in artikel 9, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad (*13) bepaalde aanvangskapitaalvereiste;
(*12) Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1)."
(*13) Richtlijn (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64).”."
2) Aan artikel 45 wordt het volgende lid toegevoegd:
“3. Overeenkomstig artikel 65, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden verwijzingen in de onderhavige richtlijn naar artikel 92 van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft de eigenvermogensvereisten op individuele basis van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 3, van de onderhavige richtlijn en die geen beleggingsonderneming zijn als bedoeld in artikel 1, lid 2 of lid 5, van Verordening (EU) 2019/2033, als volgt uitgelegd:
a) verwijzingen in de onderhavige richtlijn naar artikel 92, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft de totale kapitaalratio, gelden als verwijzingen naar artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033;
b) verwijzingen in de onderhavige richtlijn naar artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft het totaal van de risicoposten, gelden als verwijzingen naar het toepasselijke vereiste in artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, vermenigvuldigd met 12,5.
Overeenkomstig artikel 65 van Richtlijn (EU) 2019/2033 gelden verwijzingen in de onderhavige richtlijn naar artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft het aanvullend-eigenvermogensvereiste van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 3, van de onderhavige richtlijn en die geen beleggingsondernemingen zijn als bedoeld in artikel 1, lid 2 of lid 5, van Verordening (EU) 2019/2033, als verwijzingen naar artikel 40 van Richtlijn 2019/2033.”.