Art. 27 Richtlijn (EU) 2019/520, Gegevensbescherming
1. Verordening (EU) 2016/679 en de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ter omzetting van Richtlijnen 2002/58/EG en (EU) 2016/680 zijn van toepassing op de persoonsgegevens die in het kader van deze richtlijn worden verwerkt.
2. De lidstaten nemen, overeenkomstig de toepasselijke gegevensbeschermingswetgeving, nodige maatregelen opdat:
a) de verwerking van persoonsgegevens voor de doeleinden van de artikelen 23, 24 en 25 beperkt is tot de soorten gegevens die zijn vermeld in bijlage I bij deze richtlijn;
b) persoonsgegevens nauwkeurig zijn, geactualiseerd worden en verzoeken om rectificatie en wissing onverwijld worden behandeld, en
c) er een tijdslimiet wordt vastgesteld voor de opslag van persoonsgegevens:
De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat in het kader van deze richtlijn verwerkte persoonsgegevens uitsluitend worden gebruikt met als doel:
a) het identificeren van vermoedelijke overtreders van de verplichting om wegentol te betalen binnen het toepassingsgebied van artikel 5, lid 8;
b) ervoor zorgen dat de tolheffer voldoet aan zijn verplichtingen ten aanzien van de belastingautoriteiten binnen het toepassingsgebied van artikel 5, lid 9, en
c) het voertuig en de eigenaar of houder van het voertuig waarvoor niet-betaling van wegentol is vastgesteld, identificeren binnen het toepassingsgebied van de artikelen 23 en 24.
De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de betrokkenen dezelfde rechten hebben op informatie, toegang, rectificatie, wissing en beperking van verwerking, en om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit voor gegevensbescherming, compensatie en een doeltreffende voorziening in rechte als bepaald in Verordening (EU) 2016/679 of, indien van toepassing, Richtlijn (EU) 2016/680.
3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van de lidstaten om de reikwijdte van de verplichtingen en rechten waarin sommige bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 voorzien, te beperken overeenkomstig artikel 23 van die verordening met het oog op de in lid 1 van dat artikel vermelde doelstellingen.
4. Elke betrokkene heeft het recht onverwijld informatie te krijgen over welke in de lidstaat van registratie opgeslagen persoonsgegevens zijn doorgestuurd naar de lidstaat waarin een geval van niet-betaling van wegentol is vastgesteld, met inbegrip van de datum van het verzoek en de bevoegde autoriteit van de lidstaat op wiens grondgebied een geval van niet-betaling van wegentol is vastgesteld.