Art. 23 Richtlijn (EU) 2019/520, Procedure voor de uitwisseling van informatie tussen lidstaten
1. Met het oog op de identificatie van het voertuig en van de eigenaar of houder van dat voertuig, waarvoor een niet-betaling van wegentol is vastgesteld, verleent elke lidstaat enkel aan de nationale contactpunten van de andere lidstaten toegang tot de volgende nationale voertuigregistratiegegevens, met de bevoegdheid om daarover geautomatiseerde zoekopdrachten uit te voeren:
a) gegevens met betrekking tot voertuigen, en
b) gegevens met betrekking tot de eigenaars of houders van het voertuig.
De onder a) en b) bedoelde gegevenselementen die noodzakelijk zijn om een geautomatiseerde zoekopdracht uit te voeren, moeten in overeenstemming zijn met bijlage I.
2. Met het oog op de uitwisseling van de in lid 1 bedoelde gegevens, wijst elke lidstaat een nationaal contactpunt aan. De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de uitwisseling van informatie tussen lidstaten alleen tussen de nationale contactpunten plaatsvindt. De bevoegdheden van het nationaal contactpunt zijn geregeld in het toepasselijke recht van de betrokken lidstaat. Bij die procedure van gegevensuitwisseling wordt bijzondere aandacht besteed aan de passende bescherming van de persoonsgegevens.
3. Bij het uitvoeren van een geautomatiseerde zoekopdracht in de vorm van een uitgaand verzoek, gebruikt het nationaal contactpunt van de lidstaat op wiens grondgebied een geval van niet-betaling van wegentol heeft plaatsgevonden, een volledig kenteken.
Die geautomatiseerde zoekopdrachten worden uitgevoerd in overeenstemming met de procedures van punten 2 en 3 van hoofdstuk 3 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ van de Raad (16) en de eisen van bijlage I bij de onderhavige richtlijn.
De lidstaat op wiens grondgebied een geval van niet-betaling van wegentol heeft plaatsgevonden, gebruikt de verkregen gegevens om vast te stellen wie aansprakelijk is voor de niet-betaling van die tol.
4. De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de uitwisseling van informatie geschiedt aan de hand van de softwaretoepassing Eucaris (Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem) en gewijzigde versies van die software, overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn en punten 2 en 3 van hoofdstuk 3 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ.
5. Elke lidstaat draagt de eigen kosten in verband met de administratie, het gebruik en het onderhoud van de in lid 4 vermelde softwaretoepassingen.