Art. 16 Richtlijn (EU) 2019/520, Vrijwaringsprocedure
1. Wanneer een lidstaat reden heeft om aan te nemen dat van de van CE-markering voorziene interoperabiliteitsonderdelen die in de handel zijn gebracht en worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming de naleving van de desbetreffende vereisten in het gedrang dreigen te brengen, neemt hij alle nodige stappen om het toepassingsgebied van die onderdelen te beperken, het gebruik ervan te verbieden of ze uit de handel te nemen. De lidstaat stelt de Commissie onmiddellijk in kennis van de genomen maatregelen en geeft de redenen van zijn besluit aan, en met name of het gebrek aan conformiteit het gevolg is van:
a) onjuiste toepassing van de technische specificaties, of
b) de ontoereikendheid van de technische specificaties.
2. De Commissie pleegt zo spoedig mogelijk overleg met de betrokken lidstaat, fabrikant, EETS-aanbieder of hun in de Unie gevestigde gemachtigden. Indien de Commissie na dat overleg vaststelt dat de maatregel gerechtvaardigd is, stelt zij de betrokken lidstaat, alsmede de overige lidstaten, daar onmiddellijk van in kennis. Indien de Commissie na dat overleg echter vaststelt dat de maatregel niet gerechtvaardigd is, stelt zij de betrokken lidstaat, alsmede de fabrikant of diens in de Unie gevestigde gemachtigde en de overige lidstaten, daar onmiddellijk van in kennis.
3. Wanneer een interoperabiliteitsonderdeel dat voorzien is van de CE-markering niet blijkt te voldoen aan de interoperabiliteitseisen, verzoekt de bevoegde lidstaat de fabrikant of diens in de Unie gevestigde gemachtigde de conformiteit met de specificaties of geschiktheid voor gebruik, of beide, van het interoperabiliteitsonderdeel te herstellen onder de door de lidstaat vastgestelde voorwaarden en stelt hij de Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis.