Art. 15 Richtlijn (EU) 2019/520, Interoperabiliteitsonderdelen

Richtlijn (EU) 2019/520

1. Wanneer een nieuw elektronisch tolheffingssysteem voor het wegverkeer wordt ingesteld op het grondgebied van een lidstaat, neemt die lidstaat de nodige maatregelen opdat de aangewezen, voor het systeem verantwoordelijke tolheffer in de EETS-gebiedsverklaring de gedetailleerde planning vaststelt en bekendmaakt van de procedure voor de beoordeling van de conformiteit met de specificaties en van de geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen, aan de hand waarvan geïnteresseerde EETS-aanbieders uiterlijk één maand voor de operationele start van het nieuwe systeem kunnen worden geaccrediteerd.

Wanneer een elektronisch tolheffingssysteem voor het wegverkeer op het grondgebied van een lidstaat ingrijpend wordt gewijzigd, neemt die lidstaat de nodige maatregelen opdat de voor het systeem verantwoordelijke tolheffer in de EETS-gebiedsverklaring, naast de in de eerste alinea bedoelde elementen, tevens de gedetailleerde planning vaststelt en bekendmaakt van de herbeoordeling van de conformiteit met de specificaties en van de geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen van EETS-aanbieders die reeds vóór de ingrijpende wijziging waren geaccrediteerd voor het systeem. Aan de hand van die planning kunnen de betrokken EETS-aanbieders uiterlijk één maand vóór de operationele start van het gewijzigde systeem opnieuw worden geaccrediteerd.

De tolheffer respecteert die planning.

2. De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat elke tolheffer die verantwoordelijk is voor een EETS-gebied op het grondgebied van die lidstaat, een testomgeving tot stand brengt waarin de EETS-aanbieder of zijn gemachtigde kan controleren of zijn boordapparatuur geschikt is voor gebruik in het EETS-gebied van de tolheffer en certificering kan verkrijgen voor de succesvolle voltooiing van de tests. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om tolheffers in staat te stellen één testomgeving voor meer dan een EETS-gebied tot stand te brengen, en één gemachtigde toe te laten de geschiktheid voor gebruik van één soort boordapparatuur te controleren namens meer dan een EETS-aanbieder.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat tolheffers van EETS-aanbieders of hun gemachtigden kunnen verlangen dat zij de kosten van de tests dekken.

3. De lidstaten mogen het in de handel brengen van interoperabiliteitsonderdelen voor EETS-gebruik die voorzien zijn van de CE-markering of een verklaring van conformiteit met de specificaties of een verklaring van geschiktheid voor gebruik, of beide, niet verbieden, beperken of belemmeren. Zij verlangen, in het bijzonder, geen verificaties die al zijn verricht in het kader van de procedure die tot de verklaring van conformiteit met de specificaties of geschiktheid voor gebruik, of beide, heeft geleid.

4. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 30 uiterlijk op 19 oktober 2019 gedelegeerde handelingen vast ter bepaling van de eisen voor interoperabiliteitsonderdelen, wat betreft veiligheid en gezondheid, betrouwbaarheid en beschikbaarheid, milieubescherming, technische verenigbaarheid, beveiliging en privacy en bediening en beheer.

5. De Commissie stelt uiterlijk op 19 oktober 2019 overeenkomstig artikel 30 gedelegeerde handelingen vast ter bepaling van de algemene infrastructurele vereisten met betrekking tot:

a) de nauwkeurigheid van de via tolmeldingen verzonden gegevens om gelijke behandeling van EETS-gebruikers te waarborgen met betrekking tot tolheffingen en kosten;

b) de identificatie van de verantwoordelijke EETS-aanbieder met behulp van de boordapparatuur;

c) het gebruik van open normen voor de interoperabiliteitsonderdelen van de EETS-apparatuur;

d) de integratie van de boordapparatuur in het voertuig, en

e) de waarschuwing van de bestuurder dat er een wegentol moet worden betaald.

6. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 30 uiterlijk op 19 oktober 2019 uitvoeringshandelingen vast ter bepaling van de algemene infrastructurele vereisten betreffende:

a) vereisten voor gemeenschappelijke communicatieprotocollen tussen tolheffers en apparatuur van EETS-aanbieders;

b) vereisten voor instrumenten voor tolheffers om te kunnen vaststellen of een voertuig dat in hun EETS-gebied rijdt met geldige en functionerende boordapparatuur is uitgerust;

c) vereisten voor de mens-machine-interface in de boordapparatuur;

d) vereisten die specifiek gelden voor interoperabiliteitsonderdelen in tolheffingssystemen die gebaseerd zijn op microgolftechnologie, en

e) vereisten die specifiek gelden voor op het wereldwijde satellietnavigatiesysteem (GNSS) gebaseerde tolheffingssystemen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 31, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

7. De Commissie stelt uiterlijk op 19 oktober 2019 uitvoeringshandelingen vast ter bepaling van de procedure die de lidstaten dienen toe te passen voor het beoordelen van de conformiteit met de specificaties en van de geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen, ook wat betreft de inhoud en het formaat van de EG-verklaringen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 31, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen